Tips voor ondernemers

2e kwartaal 2010

23 - U ontvangt een vergoeding voor herplaatsen werknemer!

De ministerraad heeft op voorstel van minister Donner van Sociale Zaken en Werkgelegenheid ingestemd met een vergoeding voor werkgevers- en werknemersorganisaties indien zij werknemers, die met ontslag worden bedreigd, effectief kunnen begeleiden van werk naar werk.

Indien u ervoor zorgt dat uw werknemer die u wilt ontslaan bij een andere werkgever terecht kan of voor zich zelf kan beginnen, krijgt u hiervoor bij wijze van proef een financiële bijdrage van € 2.500 per werknemer. De regeling moet vooral mensen helpen die niet snel zelf ander werk vinden en daardoor het risico lopen langdurig werkloos te worden. Dit experiment maakt deel uit van de crisismaatregelen voor de arbeidsmarkt. Het kabinet stelt hiervoor 2 miljoen euro beschikbaar. Bedrijven moeten zelf ook minimaal de helft van de kosten voor hun rekening nemen.

De uitwerking van deze regeling is opgenomen in een Algemene Maatregel van Bestuur die naar verwachting vlak na de zomer van kracht wordt.

22 - U krijgt meer ruimte bij het versneld afschrijven

Minister De Jager maakte onlangs bekend dat de regeling voor tijdelijke willekeurige afschrijving wordt verruimd.

De regeling tijdelijke willekeurige afschrijving werd in 2009 als crisismaatregel geïntroduceerd. De regeling hield aanvankelijk in dat u uw investeringen uit 2009 en 2010 versneld mocht afschrijven in twee jaar tijd; 50% in het investeringsjaar en het restant in het opvolgende jaar. In de praktijk leek dit niet altijd te werken. De regeling is daarom verruimd.

Verruiming
Nog steeds geldt wel dat u maximaal 50% mag afschrijven in het investeringsjaar maar de versnelde afschrijving van het restant mag u nu uitsmeren over meerdere jaren. Door de verruiming kunt u de willekeurige afschrijving volledig benutten, met als resultaat een groter liquiditeits- en rentevoordeel. Zorg er wel voor dat u de investering binnen twee jaar na het jaar van investeren in gebruik neemt. Op 1 januari 2011 vervalt de regeling weer.

De verruimde regeling werkt terug tot 1 januari 2009.

21 - Maak ook in 2011 gebruik van de kwartaalaangifte BTW

Vanwege groot succes heeft de ministerraad op voorstel van minister De Jager besloten dat de mogelijkheid voor ondernemers om eens per kwartaal BTW-aangifte te doen in plaats van maandelijks, met een jaar verlengd wordt.

In 2009 is als crisismaatregel ingevoerd dat ondernemers kunnen kiezen tussen een BTW-aangifte per kwartaal of per maand. Deze verruimde mogelijkheid werd in beginsel ingevoerd voor een jaar. Eind 2010 zou deze tijdelijke crisismaatregel vervallen. Uit gegevens van de Belastingdienst blijkt echter dat het aantal ondernemers dat de BTW-afdracht per kwartaal wil regelen, groeit. Zo maakten de afgelopen anderhalf jaar ruim 100.000 ondernemers gebruik van de mogelijkheid om per kwartaal aangifte te doen. Daarom is besloten dat u ook in 2011 kunt kiezen of u uw BTW-aangifte per kwartaal of per maand wilt doen.

Voordelen kwartaalaangifte BTW
Indien u ervoor kiest om de aangifte BTW per kwartaal te doen, dan betaalt u de BTW die u over de eerste en tweede maand van een kwartaal verschuldigd bent pas met de verschuldigde BTW over de derde maand waardoor u uitstel van betaling realiseert. De kwartaalaangifte zorgt er ook voor dat u gedurende het kwartaal meer geld in kas heeft en u iedere maand minder tijd kwijt bent aan uw administratie.

20 - Komt u in aanmerking voor de artikel 23-vergunning?

Indien u goederen voor uw onderneming inkoopt van leveranciers in het buitenland heeft dat gevolgen voor de btw. Welke gevolgen dat zijn, hangt af van het land waar de goederen worden ingekocht. Voert u goederen in van buiten de Europese Unie? Dan komt u mogelijk in aanmerking voor de artikel-23 vergunning, waarmee u de afdracht van btw kunt verleggen!

In beginsel geldt dat als u goederen invoert uit landen buiten de Europese Unie, u btw moet afdragen bij de douane op de aangifte ten invoer. Echter, als u geregeld goederen invoert, kunt u voor de btw gebruikmaken van de zogenoemde verleggingsregeling bij invoer. Hiermee betaalt u de btw niet bij de douane op het moment van de invoer, maar verlegt u de betaling naar de periodieke btw-aangifte. Als u daar recht op heeft, kunt u de btw op diezelfde aangifte weer als voorbelasting aftrekken.

Voor sommige goederen is de verlegging verplicht, in andere gevallen moet u in het bezit zijn van een invoervergunning; de zogenaamde artikel 23-vergunning. Voor het verkrijgen van deze vergunning moet u voldoen aan drie voorwaarden:

  • Uw onderneming is in Nederland gevestigd (of u maakt gebruik van een fiscaal vertegenwoordiger of vaste inrichting in Nederland).
  • U voert geregeld goederen in of laat de goederen invoeren.
  • De inrichting van uw bedrijfsadministratie maakt het mogelijk om te zien hoeveel btw u verschuldigd bent bij invoer van goederen.

Als u een artikel 23-vergunning krijgt om de verleggingsregeling bij invoer toe te passen, dan ontvangt u een codenummer (uw btw-identificatienummer) van de Belastingdienst. U dient dit nummer op alle invoerpapieren te vermelden.

19 - Let op dat uw VAR-aanvraag achteraf niet ongeldig wordt verklaard!

De Minister van Financiën heeft antwoorden gegeven op een aantal kamervragen over de controle van een VAR-aanvraag. Hieruit blijkt dat er geen controle wordt toegepast op de feiten en omstandigheden uit de aanvraag. Als echter achteraf bij een reguliere loonbelastingcontrole blijkt dat deze gegevens niet kloppen dan wordt de VAR-verklaring ongeldig verklaard. U kunt dus met de afgifte van een VAR-verklaring niet vertrouwen op de geldigheid ervan. U draagt hiervoor zelf de verantwoordelijkheid.

Automatische verlenging
Mocht u in de drie voorafgaande jaren voor steeds dezelfde werkzaamheden onder overeenkomstige condities eenzelfde VAR-verklaring hebben ontvangen, dan gaat de Belastingdienst er bij de automatische verlenging vanuit dat de opgegeven feiten en omstandigheden uit de eerdere VAR-aanvragen ongewijzigd voortduren in het komende kalenderjaar. U krijgt dan ook automatisch een nieuwe VAR-verklaring. Mocht ook hier achteraf bij een eventuele controle blijken dat de door u gepresenteerde voorstelling van zaken niet overeenkomt met de feitelijke omstandigheden dan heeft het gevolgen voor de geldigheid van uw VAR-verklaring.

Aansprakelijkheid
Een bijkomend gevolg van een VAR-verklaring waarbij bewust onjuiste gegevens zijn verstrekt, is de toepassing van de inleners- en ketenaansprakelijkheid. Een opdrachtgever die namelijk een opdracht verstrekt aan een opdrachtnemer die ten onrechte over een VAR-verklaring beschikt kan geconfronteerd worden met de inleners- en ketenaansprakelijkheid. De Minister van Financiën vindt dat de opdrachtgever te goeder trouw hier niet de dupe van mag worden. De regels worden dus zodanig aangepast dat opdrachtgevers die te goeder trouw zijn afgegaan op onjuiste VAR-verklaringen niet aansprakelijk zullen worden gesteld op grond van de inleners- of ketenaansprakelijkheid.

18 - Gewijzigde berekening afschrijving BPM

Per 1 mei 2010 is de afschrijvingsmethode op basis van de werkelijke waarde voor de belasting van personenauto's en motorrijwielen (BPM) gewijzigd.

De afschrijving voor de BPM op basis van de werkelijke waarde wordt per 1 mei 2010 bepaald op het procentuele verschil tussen:

  • de inkoopwaarde in nieuwstaat (dit is de inkoopwaarde direct na levering van het motorvoertuig aan de kentekenhouder vóór ingebruikname motorvoertuig);
  • de inkoopwaarde in gebruikte staat op het moment van aangifte.

Indien de inkoopwaarde in nieuwstaat niet bekend is kunt u op basis van uw eigen berekening toch nog de inkoopwaarde nieuwstaat aangeven. U moet wel altijd uw eigen berekening kunnen motiveren. Daarom raden wij u aan gebruik te maken van de volgende bij de Belastingdienst bekende formule om de inkoopwaarde in nieuwstaat te berekenen:

Inkoopwaarde in nieuwstaat = (consumentenprijs minus € 500) x 0,88%.

17 - Kiest u voor de nieuwe werkkostenregeling in 2011?

Per 1 januari 2011 zullen in het kader van de lastenverlichting de meeste bestaande regels voor vrije vergoedingen en verstrekkingen worden vervangen door één nieuwe regeling: de werkkostenregeling.

De werkkostenregeling maakt het per 1 januari 2011 mogelijk om maximaal 1,4% van de totale fiscale loon (de 'vrije ruimte') te besteden aan onbelaste vergoedingen en verstrekkingen voor uw werknemers. U betaalt wel loonbelasting over het bedrag boven de vrije ruimte in de vorm van een eindheffing van 80%. Bepaalde vergoedingen en verstrekkingen blijven nog steeds onbelast door gebruik te maken van de gerichte vrijstellingen.

Start werkostenregeling
De werkkostenregeling gaat in per 1 januari 2011 maar u bent nog niet verplicht gebruik te maken van deze regeling. Voor de jaren 2011, 2012 en 2013 mag u ervoor kiezen om de bestaande regels voor vrije vergoedingen en verstrekkingen te blijven gebruiken. U hoeft uw keuze niet kenbaar te maken bij de Belastingdienst. Uw keuze blijkt uit uw administratie. Pas in 2014 bent u verplicht gebruik te maken van de werkkostenregeling.

Gevolgen voor u?
Er kleven uiteraard voordelen aan de werkkostenregeling. U hoeft bijvoorbeeld geen rekening meer te houden met de voorwaarden en beperkingen van de bestaande regels voor vrije vergoedingen en verstrekkingen. Ook een voordeel is het feit dat u loon in natura tegen de factuurwaarde waardeert met als gevolg dat de factuur alleen in uw financiële administratie geboekt hoeft te worden en niet ook in uw loonadministratie. Maar er zijn ook zeker nadelen: zo is het maar de vraag of de werkkostenregeling in uw situatie financieel voordeliger is.

De uitwerking van de werkkostenregeling zal voor iedere onderneming anders uitpakken. Of de werkkostenregeling in uw situatie voordelig uit zal pakken zal dus nader moeten worden bekeken.

16 - Elektronische aangifte Vpb en IB vereenvoudigd

Minister De Jager van Financiën vereenvoudigt de elektronische aangifte voor vennootschapsbelasting en inkomstenbelasting voor ondernemers. Dit is op 26 april bekend gemaakt tijdens het SRA-Nieuwspoortseminar in Den Haag.

U hoeft in de aangifte inkomstenbelasting en vennootschapsbelasting 2010 de helft minder gegevens in te vullen. Dit als gevolg van het beter laten aansluiten van de aangifte bij de ondernemersadministratie. Zo hoeven ondernemers niet meer de gegevens van de commerciële jaarrekening in hun aangifte op te nemen. Dit betekent dat bijvoorbeeld gegevens over de inventaris, voorraadwaardering en onderhandse leningen niet meer hoeven worden ingevuld.

De nieuwe aangifte wordt beschikbaar gesteld in XBRL-formaat. Voorlopig kan de aangifte ook nog in het bestaande XML-formaat worden aangeleverd.

15 - Werkgeversdilemma: kilometervergoeding of auto van de zaak?

Een werkgever staat voor wat betreft de vergoeding van vervoer van zijn werknemers voor de keuze om een auto ter beschikking te stellen of een kilometervergoeding te verstrekken. Hieronder worden de fiscale gevolgen van het ter beschikking stellen van een auto dan wel het vergoeden van de kilometers uiteengezet.

Auto van de zaak
Indien u een auto ter beschikking stelt aan uw werknemer wordt deze geconfronteerd met een fiscale bijtelling. De bijtelling van de auto van de zaak valt onder de loonbelasting, dus maandelijks dient u de te betalen bijtelling in te houden op het loon van uw werknemer. De bijtelling kan alleen achterwege blijven indien uw werknemer kan aantonen dat deze minder dan 500 privé-kilometers per jaar rijdt, bijvoorbeeld door een sluitende kilometeradministratie of door een 'Verklaring geen privé-gebruik auto'.

Wist u dat indien uw werknemer in zijn eigen auto rijdt, maar u wel alle kosten van die auto vergoedt, de auto toch wordt aangemerkt als een auto van de zaak?

Gebruik privéauto
U mag uw werknemer een kilometervergoeding geven indien deze met eigen vervoer zakelijke ritten rijdt of met de auto naar het werk komt. De grens voor een onbelaste kilometervergoeding ligt op € 0,19 per kilometer. U mag uw werknemer een hoger bedrag vergoeden maar dan wordt het deel van de vergoeding boven dit bedrag als loon gerekend. Over dat loondeel moeten loonheffing en premies werknemersverzekeringen worden betaald.

Als uw werknemer meerdere malen per dag reist, kunt u niet in alle gevallen een vrije vergoeding geven van € 0,19 per kilometer. Er moet een zakelijk belang zijn. Ritten om bijvoorbeeld thuis te lunchen of de kinderen naar de opvang te brengen komen niet voor de kilometervergoeding in aanmerking. Omrijkilometers die met carpoolen worden gemaakt om een collega op te halen, tellen daarentegen wél als zakelijke kilometers.

14 - De overheid biedt hulp bij het aanvragen van bankkredieten

De overheid biedt steun aan mkb-bedrijven bij het aanvragen van bankkredieten. Het Ministerie van Economische Zaken heeft twee proefprojecten opgezet om uiteindelijk tweeduizend mkb-ondernemers makkelijker aan een krediet te helpen.

Mede als gevolg van de kredietcrisis wordt het steeds lastiger voor ondernemers om een krediet te krijgen. De overheid wil in ieder geval zorgen dat obstakels op praktisch en administratief vlak uit de weg worden geruimd. Hiervoor zijn tweeprojecten opgezet die u administratieve hulp moeten bieden bij kredietaanvragen tot € 250.000. Op 1 april is het eerste project van start gegaan, de MKB'er Kredietintermediair. Deze bestaat vooral uit 'tools' en software om de kredietaanvraag te ondersteunen.

Het tweede project, de CCQ Ondernemersdesk, richt zich op kleine kredieten die onder de borgstellingsregeling BMKB van Economische Zaken vallen. Zo wordt tevens het gebruik van de BMKB gestimuleerd. Uw kredietaanvraag wordt verzorgd door middel van een compleet dossier. Ook wordt een conceptofferte krediet opgesteld en wordt het ter fiattering aangeboden aan een financier. Na de kredietverlening door de financier wordt gezorgd voor het monitoren van de kredietafspraken en de rapportage aan de bank. Het tweede project gaat op 1 juli van start.

13 - Renteloos lenen niet meer zonder fiscale problemen!

Per 1 januari 2010 is een renteloze lening fiscaal onaantrekkelijk gemaakt. U kunt namelijk geconfronteerd worden met schenkbelasting. De wetgever heeft een einde gemaakt aan het onbelaste voordeel uit renteloze direct opeisbare leningen tussen natuurlijke personen.

Om wat voor soort lening gaat het?

  • Een lening tussen natuurlijke personen (bijvoorbeeld tussen ouder en kind of ieder ander willekeurig natuurlijke persoon).
  • Die binnen een jaar opeisbaar is.
  • En renteloos is of wanneer een lage rente is bedongen.

De sanctie op deze leningen is dat er alsnog fictief 6% rente in aanmerking wordt genomen waarbij dit kan leiden tot heffing van schenkbelasting. De sanctie geldt zowel voor bestaande leningen als voor nieuwe leningen vanaf 1 januari 2010.

Oplossing?
Voldoet uw lening aan de bovenstaande kenmerken? Dan kunt u de sanctie voorkomen door de voorwaarden van uw lening aan te passen. Zo kunt u de looptijd van de lening aanpassen naar één jaar of langer en spreekt u een marktconforme rente af. Dan is er geen sprake meer van een schenking. Een bijkomend voordeel is dat de markconforme rente dikwijls lager is dan 6%.

1e kwartaal 2010

12 - Uw uren voor het urencriterium worden soepeler beoordeeld door de fiscus

Naar aanleiding van de economische crisis heeft de Minister van Financiën een toezegging gedaan over de toepassing van het urencriterium. Hierbij geeft hij aan dat de Belastingdienst soepeler om zal gaan bij de beoordeling van het urencriterium.

In deze tijden van economische crisis zijn veel ondernemers geconfronteerd met het teruglopen van het aantal opdrachten en dalende omzetten. Om de crisis het hoofd te bieden besteden ondernemers meer tijd aan bijvoorbeeld acquisities, het verkrijgen van naamsbekendheid, het zelfstandig voeren van de administratie (boekhouding, inclusief belastingaangiften), aanvragen van vergunningen en het creëren van een website. Mocht u zich hebben beziggehouden met de bovenstaande activiteiten dan is het is in de praktijk niet altijd duidelijk hoeveel tijd u aan deze activiteiten heeft besteed.

De Staatsecretaris van Financiën heeft de Belastingdienst opdracht gegeven om in de gevallen waarin sprake is van twijfel aan de toerekenbaarheid van de uren, enige soepelheid te betrachten. Dit betekent dat de inspecteur bij de beoordeling van uw aangifte inkomstenbelasting 2009 en 2010 met een mildere blik naar uw urenadministratie zal kijken. Hierdoor is voor u de kans groter dat u toch nog voldoet aan het urencriterium.

11 - Deeltijd-WW verlengd tot 1 juli 2011

Minister Piet Hein Donner (Sociale Zaken en Werkgelegenheid) heeft op verzoek van de vakbonden en de werkgevers de deeltijd-WW nogmaals verlengd tot medio 2011.

De deadline voor de deeltijd-WW stond op 1 april 2010. Minister Donner heeft besloten de periode dat u deeltijd-WW voor uw werknemers kunt aanvragen te verlengen tot 1 juli 2011. Mocht echter de beschikbare € 70 miljoen voor de regeling eerder opgaan dan eindigt de regeling op dat moment. De deeltijd-WW behoort tot het crisispakket van vorig jaar en is bedoeld als tijdelijke maatregel. Zo hoeft u in nood uw vakkrachten niet te ontslaan, maar kunt u ze toch bij u in dienst houden en gedeeltelijk uit de WW-pot betalen.

De verlenging is volgens Minister Donner bedoeld om de sectoren die pas later met de gevolgen van de crisis geconfronteerd zijn toch tegemoet te komen. Hij geeft als voorbeeld de langlopende contracten in de bouw en metaalindustrie waardoor in die sector minder gebruik gemaakt is van de regeling. Minister Donner wilde aanvankelijk de toestemming voor deeltijd-WW voortaan koppelen aan de verplichting om af te zien van loonsverhogingen voor het personeel en bonussen voor topmensen van de betrokken ondernemingen. Echter, hij heeft daar op het laatste moment nog van af gezien.

U kunt voor uw werknemers één keer gebruikmaken van de deeltijd-WW. Indien u al een aanvraag heeft gedaan voor één of meer werknemers kunt u geen aanvraag meer doen voor de andere werknemers.

10 - DGA's hoeven geen dividendnota meer uit te reiken

De Minister van Financiën versoepelt de regels voor dividendnota's. Deze versoepelingen moeten tot een aanzienlijke administratieve lastenverlichting leiden.

Afschaffen
De Minister van Financiën heeft besloten in sommige gevallen het uitreiken van de dividendnota af te schaffen. In het geval u een dividenduitkering van uw eigen BV ontvangt hoeft u niet langer een dividendnota aan uzelf te sturen. U bent ook niet langer verplicht een dividendnota uit te reiken indien de dividenduitkering plaatsvindt in een deelnemingsverhouding waarbij de deelnemingsvrijstelling van toepassing is. Hetzelfde geldt bij een dividenduitkering binnen een fiscale eenheid.

Versoepelen
Valt u niet onder de bovengenoemde gevallen dan bent u nog steeds verplicht een dividendnota uit te reiken maar wel met de versoepeling dat u voortaan de dividendnota elektronisch kunt verstrekken. Een papieren exemplaar is dus niet langer nodig. De Minister wil het niet alleen bij deze versoepelingen laten. Hij zal dan ook bij de komende wetgeving de regels waar mogelijk nog verder versoepelen.

9 - Voorkom een boete, stuur een juiste factuur!

Met ingang van 1 januari 2010 kan de Belastingdienst een verzuimboete opleggen indien er geen of een onjuiste factuur wordt uitgereikt.

Wettelijke vereisten
Indien u een factuur uitreikt, moet deze aan de wettelijke eisen voldoen. De volgende basisgegevens zijn verplicht:

  • uw btw-identificatie- en factuurnummer (facturen moeten doorlopend zijn genummerd, eventueel in meerdere reeksen);
  • de factuurdatum;
  • uw naam en adres;
  • de naam en het adres van uw afnemer;
  • de datum van de levering of de dienst;
  • de hoeveelheid en de soort geleverde goederen;
  • de omvang en de soort geleverde diensten;
  • per tarief of per vrijstelling:
  • de eenheidsprijs exclusief btw;
  • eventuele kortingen als die niet in de eenheidsprijs zijn opgenomen;
  • het toegepaste btw-tarief;
  • de vergoeding;
  • bij vooruitbetaling:
    de datum van betaling, als die afwijkt van de factuurdatum;
  • het btw-bedrag.

In sommige gevallen gelden extra vereisten. Wilt u weten welke dat zijn, neem dan gerust contact met ons op.

Verzuimboete
Alle papieren documenten die voldoen aan de wettelijke eisen kwalificeren als een factuur voor de Belastingdienst. Denk aan rekeningen, nota's, aktes, declaraties, kwitanties of bonnen. Het is dus niet relevant welke benaming of met welke bestemming u deze uitreikt, als maar inhoudelijk voldaan is aan de wettelijke vereisten. U krijgt ook een boete indien een factuur geheel ontbreekt, omdat u bijvoorbeeld vergeten bent een factuur te sturen. Deze boete bedraagt maximaal € 4.920 per factuur. Zorg er dus voor dat alle uitgaande facturen kloppen!

Verstuur uw factuur ook op tijd! U moet binnen 15 dagen na afloop van de maand waarin uw onderneming de levering of dienst heeft verricht een factuur uitreiken. Het is nog niet duidelijk of u ook een verzuimboete kunt krijgen als u uw facturen te laat verstuurt.

8 - Innovatievouchers zijn weer beschikbaar

Ook dit jaar stelt Het ministerie van Economische Zaken weer nieuwe innovatievouchers beschikbaar. De regeling Innovatievouchers wordt uitgevoerd door Agentschap NL. Dit agentschap van het ministerie van Economische Zaken is begin dit jaar ontstaan door een krachtenbundeling van SenterNovem, EVD en Octrooicentrum Nederland.

Voor ondernemers is het financieel niet altijd haalbaar om kennis voor innovatie in huis te halen. Om ondernemers hierin tegemoet te komen zijn de innovatievouchers bedacht. Deze kunt u gebruiken om een vraag of probleem over het vernieuwen van een product, proces of dienst neer te leggen bij een kennisinstelling (zoals een universiteit, hogeschool, ROC of TNO). U kunt een innovatievoucher ook aanvragen voor de betaling van aanvraagkosten voor een Nederlands of Europees octrooi.

Er worden zowel kleine als grote vouchers aangeboden. De kleine voucher heeft een waarde van € 2.500 en de grote voucher € 7.500.

7 - Maak nog vóór 1 juli gebruik van de inkeerregeling!

De Belastingdienst en in het bijzonder Minister van Financiën De Jager hebben hun jacht op verborgen vermogen verhevigd. De inkeerregeling voor zwartspaarders wordt vanaf 1 juli 2010 nog verder aangescherpt. Dat heeft De Jager dinsdagmiddag 16 februari in de Tweede Kamer bekendgemaakt.

Sinds 1 januari 2010 betalen belastingplichtigen die alsnog vrijwillig hun verborgen vermogen aangeven een boete van 15% (naast de verschuldigde belasting over het vermogen dat de afgelopen twaalf jaar in het buitenland of de afgelopen vijf jaar in het binnenland buiten het zicht van de Belastingdienst is gehouden).

Per 1 juli 2010 wordt deze boete verhoogd naar 30%. De Minister van Financiën wil hiermee de prikkel om verborgen vermogen aan te melden versterken. Hij sluit niet uit dat de boete nog verder omhooggaat.

Kiest u ervoor om uw vermogen niet aan te geven bij de Belastingdienst maar wordt u gesnapt, dan moet u naast de verschuldigde belasting over het vermogen een boete betalen van 300%. Dit percentage geldt sinds 1 juli 2009.

6 - ‘Wapens in de strijd' tegen oneigenlijk gebruik auto van de zaak

De Belastingdienst zet verschillende wapens in, om het oneigenlijk privégebruik van de auto van de zaak tegen te gaan. De Belastingdienst verwacht zo fraudeurs met de bijtelling van de auto van de zaak op heterdaad te betrappen.

Rijdt u in een auto van de zaak? Zorg er dan voor dat uw rittenadministratie op orde is. U mag met uw auto van de zaak maximaal 500 kilometers privé rijden per jaar. Maakt u meer dan 500 kilometers voor privégebruik dan krijgt u een bijtelling. De Belastingdienst gebruikt verschillende manieren om aan te kunnen tonen dat uw auto van de zaak niet bijtellingvrij is.

Registratie-auto's
Continu rijden registratie-auto's rond die de nummerborden van passerende auto's filmen. Wanneer een auto meerdere malen is gefilmd, dan krijgt degene met een "Verklaring geen privé-gebruik auto" automatisch een herinneringsbrief thuis met de vraag of de verklaring nog actueel is.

Grensovergangen, evenementen, woonboulevards
De registratie-auto's filmen sinds 2007 ook bij grensovergangen tijdens de vakantietijd of bij grote evenementen, pretparken, woonboulevards of bouwmarkten, vooral in het weekeinde. De ‘auto van de zaak'-rijders die gefilmd zijn kunnen een brief van de Belastingdienst verwachten met het verzoek om aan te tonen dat het om een zakelijke afspraak ging. Zo komt het wel eens voor dat auto's van de zaak met caravan worden gefilmd bij grensovergangen, terwijl er sprake is van een "Verklaring geen privé-gebruik auto."

Verkeersboetes, APK- en garagebedrijven
Ook is onlangs duidelijk geworden dat de Belastingdienst gebruik maakt van gegevens van flitspalen en trajectcontroles. Dit bekent dat de Belastingdienst zelfs uw verkeersboetes gebruikt om aan te kunnen tonen dat u meer dan de toegestane 500 privé-kilometers heeft gereden. Verder controleert de Belastingdienst kilometerregistraties van APK- en garagebedrijven.

5 - Gemakkelijk uw voorlopige aanslag inkomstenbelasting 2010 wijzigen

Vanaf 1 januari 2010 moet een voorlopige aanslag inkomstenbelasting 2010 gewijzigd worden door een nieuw verzoek in te sturen met het programma Voorlopige aanslag 2010. U kunt per 1 januari 2010 formeel geen bezwaar meer aantekenen tegen de voorlopige aanslag inkomstenbelasting 2010.

IB-ondernemer
Bent u IB-ondernemer? Dan kunt u per 1 januari 2010 gemakkelijk uw voorlopige aanslag 2010 wijzigingen. Indien u het niet eens bent met de voorlopige aanslag 2010 moet u deze namelijk digitaal of met behulp van het formulier 'Verzoek of wijziging voorlopige aanslag 2010' wijzigen. De Belastingdienst past vervolgens uw voorlopige aanslag inkomstenbelasting 2010 aan. Dit betekent dat u dus geen bezwaar tegen de voorlopige aanslag 2010 hoeft aan te tekenen. Indien de Belastingdienst de door u doorgegeven wijzigingen niet accepteert ontvangt u een afwijkingsbeschikking. Tegen deze afwijkingsbeschikking moet u wel formeel bezwaar maken.

VPB-ondernemer
Als VPB-ondernemer kunt u uw voorlopige aanslag vennootschapsbelasting 2010 wijzigen door vanaf half april een nieuw verzoek in te sturen met een nieuw formulier op www.belastingdienst.nl. Zodra het nieuwe formulier beschikbaar is zal de Belastingdienst dit melden op de website. Voor verdere afhandeling kunt u contact opnemen met uw SRA-Adviseur. U kunt altijd bezwaar maken tegen de voorlopige aanslag vennootschapsbelasting 2010. Deze mogelijkheid blijft wel bestaan.

U kunt maximaal vier keer per jaar een wijziging doorgeven.

4 - Innovatiebox ook bij geruisloze omzetting in BV

Ondernemers die in de inkomstenbelasting speur- en ontwikkelingswerk verrichten, kunnen de innovatiebox toepassen nadat ze hun onderneming zonder fiscale afrekening (geruisloos) hebben ingebracht in een BV.

Ondernemers die in de vennootschapsbelasting speur- en ontwikkelingswerk verrichten kunnen de innovatiebox toepassen. De innovatiebox houdt in dat alle winsten behaald door onderzoek en ontwikkeling tegen een lage tarief van 5% in plaats van 25,5% vennootschapsbelasting worden belast. Deze regeling is per 1 januari 2010 ingevoerd om innovatief onderzoek door ondernemers fiscaal te stimuleren.

U kunt de innovatiebox niet toepassen indien u speur- en ontwikkelingswerk verricht in de inkomstenbelasting. Wel kunt u een beroep doen op de regeling in het geval u speur- en ontwikkelingswerk in de inkomstenbelasting heeft verricht en u uw onderneming geruisloos omzet in een BV. De in de inkomstenbelasting ontwikkelde innovatie kan dan onder de innovatiebox worden gebracht. Zo wordt de "inkomstenbelastinginnovatie" belast tegen een lage tarief van 5% vennootschapsbelasting. 

3 - Controleer uw ondernemingsvorm na invoering nieuwe Wet Personenvennootschap

De nieuwe Wet Personenvennootschap ligt momenteel ter behandeling bij de Eerste Kamer. Deze nieuwe wet moet de personenvennootschappen flexibeler, helderder en praktischer maken.

Indien u in een personenvennootschap deelneemt - bijvoorbeeld een maatschap of een vennootschap onder firma - staan u veranderingen te wachten. In de nieuwe wet is het onderscheid tussen beroeps- en bedrijfshandelingen komen te vervallen. De begrippen ‘maatschap' en ‘vennootschap onder firma' verdwijnen uit de wet. De nieuwe wet maakt straks alleen nog maar een onderscheid tussen een openbare en een niet-openbare (stille) vennootschap. Een openbare vennootschap is een vennootschap voor het uitoefenen van een beroep of bedrijf die op een voor derden duidelijk herkenbare manier naar buiten toe optreedt, bijvoorbeeld door het voeren van een gemeenschappelijke handelsnaam. Elke andere vennootschap is een stille (niet-openbare) vennootschap.

Opteren voor vennootschappen met of zonder rechtspersoonlijkheid
Vennoten van een openbare vennootschap kunnen kiezen tussen een vennootschap met of zonder rechtspersoonlijkheid. Deze rechtspersoonlijkheid kan worden verkregen bij de oprichting, maar ook daarna. Een openbare vennootschap met rechtspersoonlijkheid kan desgewenst altijd worden omgezet in een vennootschap zonder rechtspersoonlijkheid of in een BV.

Actie als gevolg van de nieuwe wet
Naar alle waarschijnlijkheid zal de nieuwe wet per 1 juli 2010 in werking treden. Als u in een samenwerkingsverband met andere (rechts-)personen aan het handelsverkeer deelneemt en u doet niets, dan wordt uw VOF of maatschap automatisch omgezet in een openbare vennootschap. 

2 - Dien tijdig uw aangifte inkomstenbelasting 2009 in

De aangifte inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen over het jaar 2009 moet u voor 1 april 2010 indienen. U krijgt dan voor 1 juli bericht.

Aangifteprogramma
De Belastingdienst heeft het aangifteprogramma Inkomstenbelasting 2009 beschikbaar gesteld op de website. Ook heeft de Belastingdienst vanaf 6 januari de uitnodigingen tot het doen van aangifte verstuurd. Indien u gebruik wilt maken van de Vooraf Ingevulde Aangifte (VIA) moet u nog even wachten. De VIA is vanaf 1 maart 2010 beschikbaar. In de VIA worden uw gegevens opgehaald die op dat moment bij de Belastingdienst bekend zijn. Dit zijn onder meer het Burgerservicenummer, de geboortedatum, de WOZ-waarde en loongegevens. Voor het downloaden van deze gegevens en voor het ondertekenen van de aangifte is DigiD vereist.

Uitstel aangifte inkomstenbelasting
Indien u nu al weet dat u de deadline van 1 april niet gaat halen kunt u tot 1 april uitstel aanvragen bij de Belastingdienst. Dit kan elektronisch, schriftelijk dan wel telefonisch via 0800-0543. Binnen drie weken na uw verzoek ontvangt u schriftelijk bericht. U kunt tot 1 september uitstel krijgen.

Bij de beoordeling van de aangifte inkomstenbelasting 2009 gaat de Belastingdienst dit jaar extra letten op de aftrekpost voor uitgaven voor kinderen jonger dan dertig jaar.

1 - Het oprichten van een BV wordt eenvoudiger

Op 15 december 2009 zijn voor het ondernemingsrecht belangrijke wetsvoorstellen door de Tweede Kamer aangenomen. Ten eerste het wetsvoorstel "vereenvoudiging en flexibilisering BV-recht". En vervolgens op dezelfde dag het wetsvoorstel "personenvennootschappen". Dit wetsvoorstel heeft al een lang wetgevingsproces achter de rug en betreft de volledige herziening van het personenvennootschapsrecht. Deze tip heeft alleen betrekking op de herziening van het BV-recht: wat zijn de verwachte gevolgen voor u, vanaf medio 2010?

Minder eisen
Het wetsvoorstel "vereenvoudiging en flexibilisering BV-recht" beoogt minder dwingend en meer regelend recht. U heeft hierdoor met minder eisen te maken indien u een BV wilt oprichten. Zo wordt het minimumkapitaal (van € 18.000,-) afgeschaft. U kunt dan zelf kiezen welk bedrag u bij de oprichting van uw BV inbrengt. Hierdoor kunnen ook kleine ondernemers of starters kiezen voor een BV. Ook komen de bank- en de accountantsverklaring bij inbreng in natura en de verplichte blokkeringsregeling te vervallen.

Meer vrijheid
U krijgt als ondernemer meer vrijheid bij de inrichting van kleinere ondernemingen, joint ventures en concerns. Het wordt eenvoudiger om besluitvorming buiten de algemene vergadering te laten plaatsvinden. In de statuten kan worden geregeld dat iedere aandeelhouder zijn eigen bestuurder benoemt. Andere belangrijke wijzigingen zijn: 

 

  • Een regeling voor het opleggen van kwalitatieve verplichtingen aan aandeelhouders.
  • Verbetering van de wettelijke geschillenregeling.
  • Invoering van de mogelijkheid om in de statuten te voorzien in stemrechtloze of winstrechtloze aandelen of in een flexibele verdeling van stemrecht.
  • Verduidelijking van de regeling voor certificaathouders

4e kwartaal 2009

52 - Privégebruik auto van de zaak extra gecontroleerd in 2010
De Belastingdienst is van plan om het komende jaar extra te controleren op onterecht privégebruik van de auto van de zaak.

Verklaringhouders 'Geen privégebruik auto'
Indien u in het bezit bent van een 'Verklaring geen privégebruik auto' geeft u daarmee aan niet meer dan 500 privékilometers per jaar te rijden met uw auto van de zaak. Op basis van die verklaring laat de werkgever de bijtelling van die auto achterwege. De Belastingdienst stuurt u als verklaringhouder deze week (tussen 11 en 15 december) een brief met een mutatieformulier om u de mogelijkheid te bieden uw verklaring eventueel te wijzigen.

In de brief geeft de Belastingdienst aan dat, indien voor u nu al duidelijk is dat u in 2010 meer dan 500 privékilometers per jaar gaat rijden, u dit vóór 15 januari 2010 door moet geven aan de Belastingdienst. Uw verklaring komt dan te vervallen. U moet wel uw werkgever hierover apart
informeren voordat deze de salarisstrook over januari 2010 opmaakt. Uw werkgever zal de bijtelling van de auto vervolgens in uw loon opnemen. Mocht u dit niet doorgeven dan riskeert u een eventuele naheffing en/of boete over 2010.

Indien de Eerste Kamer het wetsvoorstel aanneemt zal per 1 januari 2010 een hogere basisboete van € 4.920 gelden. In geval van ernstig misbruik kan de inspecteur zelfs een hogere boete opleggen. Geef uw wijziging dus op tijd door!

51 - DGA's zonder personeel doen per jaar eenmalig loonaangifte
Besloten vennootschappen met alleen één of meer directeuren-grootaandeelhouders (dga's) mogen in januari 2010 aangifte loonbelasting doen voor alle aangiftetijdvakken van 2010.

Indien u dga bent van een BV met alleen uzelf of meerdere dga's mag iedere dga in januari 2010 aangifte loonbelasting doen voor alle aangiftetijdvakken van 2010. Zo kan twaalf keer aangifte in één keer worden ingediend zodat u de rest van het jaar geen omkijken heeft naar de loonaangifte.

Hierbij gelden twee voorwaarden:

  • Er is in uw bedrijf naast de dga('s) geen ander personeel werkzaam.
  • U en de andere dga's zijn niet verzekerd voor de werknemersverzekeringen.

Ook pensioen- en stamrecht-BV's die - naast de uitbetaling van het loon van de dga - alleen uitkeringen doen waarover geen premies werknemersverzekeringen hoeven te worden betaald, komen in aanmerking voor de vereenvoudigde loonaangifte.

50 - U kunt nog deeltijd-WW aanvragen tot 1 april 2010
Minister van Sociale Zaken Piet Hein Donner (CDA) en staatssecretaris Jetta Klijnsma (PvdA) hebben besloten om de deeltijd-WW te verlengen tot 1 april 2010.

De deeltijd-WW is in het leven geroepen als WW-steun waarmee bedrijven gedurende de economische crisis hun personeel minder kunnen laten werken. In eerste instantie zou de deeltijd-WW per 1 januari 2010 stoppen. Met de verlenging tot 1 april 2010 wil minister Donner voorkomen dat werkgevers nu door de crisis vakkrachten moeten ontslaan, terwijl ze weten dat ze die straks bij een aantrekkende vraag door economisch herstel weer hard nodig hebben.

Het beroep op de deeltijd-WW is teruggelopen. De regeling van de deeltijd-WW is in juli dit jaar aangepast met aangescherpte criteria. Verwacht wordt dat het budget niet op zal gaan voor de jaarwisseling. Volgens minister Donner is inmiddels op € 440 miljard van de in totaal beschikbaar gestelde € 950 miljard aan deeltijd-WW beslag gelegd.

Mocht het geld vóór 1 april 2010 opraken dan stopt de regeling op het moment dat het geld op is. 

49 - Draag uw pand over naar uw BV in 2010
In 2010 wordt eenmalig de mogelijkheid geboden om het overdragen van een pand aan een BV waarin de belastingplichtige of een naast familielid een aanmerkelijk belang geruisloos te laten plaatsvinden.

Indien u een pand ter beschikking stelt aan uw BV waarin u een aanmerkelijkbelang hebt dan is per 1 januari 2001 daarop de terbeschikkingstellingsregeling (hierna: tbs-regeling) van toepassing. Dit betekent dat het pand in Box 1 valt in plaats van Box 3. Mocht u het pand op enig moment aan uw BV willen overgedragen, dan is bij de overdracht inkomsten- en overdrachtsbelasting verschuldigd.

In 2010 wordt deze zogenoemde tbs-regeling verzacht. Zo kan (uitsluitend) in 2010 eenmalig en onder voorwaarden een ter beschikking gesteld pand fiscaal geruisloos in de BV worden ingebracht. Dit houdt in dat de inkomstenbelasting over de gerealiseerde boekwinst en de overdrachtsbelasting eenmalig vrijgesteld wordt. Voorwaarde is dat de u na inbreng van het pand in de BV minimaal 90% van de aandelen van die BV heeft en houdt.

48 - Betaal belasting op het nieuwe rekeningnummer
Als gevolg van een nieuw inningssysteem verandert het rekeningnummer voor een aantal belastingen. Momenteel betaalt u deze belastingen via het belastingkantoor van uw regio. Binnenkort moet u deze belastingen naar een centraal rekeningnummer overmaken: 441290 van de Belastingdienst in Apeldoorn.

Aangiften
Voor aangiften wijzigt de betaalwijze per 1 december 2009. Hiervoor worden per 1 december nieuwe aangifteformulieren gebruikt.

Per 1 december 2009 wijzigt de betaalwijze voor de volgende aangiften:

  • assurantiebelasting
  • cijns (mijnbouwwet)
  • oppervlakterecht (mijnbouwwet)
  • overdrachtsbelasting
  • dividendbelasting
  • houderschapsbelasting bussen en vrachtwagens (MB66)
  • belasting zware motorrijtuigen
  • teruggaven kerkelijke instellingen
  • kansspelbelasting
  • afkoopsommen landinrichtingskosten (LIK)

Aanslagen
Voor aanslagen wijzigt de betaalwijze per 1 januari 2010. Op de aanslagformulieren zal per 1 januari 2010 komen te staan dat u voor het betalen van aanslagen apart een acceptgiro ontvangt. Deze ontvangt u na enkele dagen. Hierop staat het betalingskenmerk dat u bij uw betaling moet vermelden.

Per 1 januari 2010 wijzigt de betaalwijze voor de volgende aanslagen:

  • winstaandeel (mijnbouwwet)
  • afvalstoffenbelasting (milieubelasting)
  • kolenbelasting (milieubelasting)
  • energiebelasting (milieubelasting)
  • grondwaterbelasting (milieubelasting)
  • leidingwaterbelasting (milieubelasting)
  • verpakkingenbelasting
  • ondernemingsradenheffing
  • assurantiebelasting
  • cijns (mijnbouwwet)
  • oppervlakterecht (mijnbouwwet)
  • overdrachtsbelasting
  • dividendbelasting
  • belasting op personenauto's en motorrijwielen (wijzigt pas per 1 januari)
  • houderschapsbelasting bussen en vrachtwagens (MB66)
  • belasting zware motorrijtuigen
  • teruggaven kerkelijke instellingen
  • privégebruik auto
  • btw-compensatiefonds gemeente/provincie
  • kansspelbelasting
  • afkoopsommen landinrichtingskosten (LIK)

47 - Vraag inloggegevens aan voor BTW-teruggaaf
Vanaf 1 januari 2010 veranderen de regels van de btw-heffing voor ondernemers in Nederland die zaken doen met ondernemers in Europa.

Als ondernemer kunt u btw die betaald is in een andere EU-lidstaat terugvragen bij de Belastingdienst in Nederland.

U kunt btw terugvragen uit een EU-land als u aan de volgende voorwaarden voldoet:

  • Uw onderneming is in Nederland gevestigd.
  • U hoeft in het EU-land waar u btw terugvraagt, geen aangifte omzetbelasting te doen.
  • U gebruikt deze goederen en diensten voor met btw belaste bedrijfsactiviteiten.

Inloggegevens
U kunt btw die u betaald heeft in een EU-lidstaat alleen nog elektronisch terugvragen. Vanaf 1 januari 2010 doet u dat op een speciale internetsite van de Belastingdienst. U hebt daarvoor inloggegevens nodig, die u vanaf 1 december 2009 kunt aanvragen. Per btw-identificatienummer kunt u één maal inloggegevens aanvragen.

U kunt het aanvraagformulier voor de inloggegevens downloaden via www.belastingdienst.nl/eubtw2010. Stuur het formulier ingevuld en ondertekend op en u ontvangt binnen 4 weken uw inloggegevens.

46 - Schenk aan uw kinderen in 2009
Wanneer het wetsvoorstel Wijziging van de Successiewet 1956 wordt aangenomen, zullen er met ingang van 1 januari 2010 nieuwe vrijstellingen en tarieven gelden voor de schenkbelasting.

De gewijzigde tarieven in de schenkbelasting in 2010 hoeven niet altijd in uw voordeel uit te pakken in de situatie dat u een schenking wilt doen aan uw kind. Het is dus raadzaam om nu nog een afweging te maken in welk kalenderjaar (2009 of 2010) een schenking het gunstigst is.

Tarieven en vrijstellingen
In de huidige tariefstructuur is de schenking tot € 22.763 belast tegen 5% en een schenking tussen de € 22.763 en € 45.519 belast tegen 8%. Een schenking tussen de € 45.519 en € 91.026 is weer tegen een hoger tarief belast, namelijk 12%. In de voorgestelde tariefstructuur is de schenking tot de eerste € 118.000 belast tegen 10% en daarboven tegen 20%.

In 2009 kunt u tot een bedrag van € 4.556 belastingvrij schenken aan uw kind. In 2010 wordt dit bedrag verhoogd naar € 5.000.

45 - Voldoet u aan de nieuwe ANBI-voorwaarden?
De regeling voor instellingen die zijn aangewezen als een Algemeen Nut Beogende Instelling (hierna "ANBI's ") wordt gewijzigd. Tenminste, als het wetsvoorstel tot wijziging van de Successiewet 1965 eind december wordt aangenomen. Per 1 januari 2010 gelden dan twee nieuwe voorwaarden.

Nieuwe ANBI-voorwaarden per 1 januari 2010
De nieuwe voorwaarden voor ANBI's zijn:

  • De instelling moet zich voor minimaal 90% inzetten voor het algemeen belang (is nu 50%).
  • De instelling of de direct betrokkenen mogen niet aanzetten tot haat of geweld gebruiken. Bestuurders, leidinggevenden en gezichtsbepalende personen mogen hiervoor in de afgelopen vier jaar niet zijn veroordeeld.

ANBI-beschikking
Alleen instellingen die de Belastingdienst heeft aangewezen als een ANBI kunnen gebruik maken van de fiscale regelingen voor ANBI's. Om als een ANBI te worden aangewezen, moet u zelf een beschikking aanvragen bij de Belastingdienst. Indien u in het bezit bent van een ANBI-beschikking en niet voldoet aan de nieuwe voorwaarden komt uw huidige ANBI-beschikking per 1 februari 2010 te vervallen.

44 - Dien uw WBSO-aanvraag voor 2010 nu in

Ondernemers die na 1 januari 2010 R&D-werkzaamheden uit gaan voeren, kunnen tot uiterlijk 30 november 2009 een WBSO-aanvraag voor 2010 indienen.

Het nieuwe digitale aanvraagprogramma WBSO voor 2010 is beschikbaar. Uw aanvraag kunt u direct vanuit het aanvraagprogramma via internet indienen. De optie om de aanvraag direct op diskette weg te schrijven en zo uw aanvraag in te dienen is in het programma voor 2010 vervallen. Het gebruik van diskettes is namelijk geen gangbare methode meer en SenterNovem wil het indienen via internet stimuleren.

De aanvraag kan worden ingediend voor het gehele jaar 2010 of voor een periode die start op 1 januari 2010. Uw aanvraag moet vooraf en uiterlijk één volledige kalendermaand voor de start van de R&D-werkzaamheden bij SenterNovem zijn ingediend. Bent u een zelfstandige, dan start de aanvraagperiode op het moment dat u de aanvraag indient.

Voor een WBSO-aanvraag heeft u wel een certificaat nodig. Hebt u deze nog niet, vraag deze dan direct aan op www.senterloket.nl.

43 - Geef uw vermogen aan

De staatssecretaris heeft zijn speerpunt gericht op belastingplichtigen die hun vermogen buiten het zicht van de Belastingdienst willen houden. Deze belastingplichtigen riskeren een boete van maximaal 300% van de verschuldigde belasting.

Belastingplichtigen moeten jaarlijks hun box 3-vermogen opgeven in hun aangifte. Dit betekent dat u zowel uw binnenlandse- als uw buitenlands vermogen moet opgeven. Indien u het vermogen niet opgeeft riskeert u een boete. Per 1 juli 2009 is de boete op verborgen box 3-vermogen verhoogd van 100% naar 300% (de zogenaamde vergrijpboete) van de verschuldigde belasting.

Vrijwillige verbetering
De Belastingdienst biedt u echter de mogelijkheid om alsnog juiste en volledige informatie te verschaffen. Dit wordt de inkeerregeling genoemd. Door gebruik te maken van de inkeerregeling voorkomt u een boete. U hoeft alleen de belasting inclusief heffingsrente te betalen over het alsnog aangegeven vermogen. U moet de Belastingdienst wel voor zijn. Dit betekent dat op het moment van inkeer de Belastingdienst nog niet op de hoogte is van uw verborgen vermogen.

U kunt aangiften die al zijn ingediend vrijwillig verbeteren door het formulier ‘Verklaring Vrijwillige verbetering Buitenlands vermogen' in te vullen en op te sturen. U kunt dit formulier downloaden of ophalen bij uw belastingkantoor. Indien u meer informatie wenst over de inkeerregeling kunt u contact opnemen met de Inkeerlijn van de Belastingdienst via telefoonnummer (076) 526 01 28, of per e-mail: inkeer@belastingdienst.nl.

De inkeerregeling is per 1 januari 2010 beperkt tot twee jaar na het ontstaan van het beboetbare feit. Dit betekent dat als u niet binnen twee jaar uw box 3- inkomen aangeeft, u een boete riskeert.

42 - Maximaal drie maanden heffingsrente verschuldigd

Als u een aanslag moet betalen, dan mag de Belastingdienst voortaan niet meer dan drie maanden heffingsrente in rekening brengen.

Voor de heffing van de inkomstenbelasting bent u heffingsrente verschuldigd. De rente wordt berekend vanaf 1 juli van het jaar waarover aangifte is gedaan tot het moment waarop de Belastingdienst een (voorlopige) aanslag oplegt. De Hoge Raad heeft op 25 september 2009 besloten dat de Belastingdienst voortaan niet meer dan drie maanden heffingsrente mag rekenen. Deze periode gaat in op het moment dat u een aangifte of een aanvulling op uw aangifte indient. De beperking van de heffingsrente geldt niet als er sprake is van een correctie door de inspecteur.

Op welke aanslagen is de nieuwe regeling van toepassing?

De beperking van heffingsrente geldt voor de volgende aanslagen:

  • Alle aanslagen die de Belastingdienst heeft opgelegd vanaf 25 september 2009.
  • Alle aanslagen waartegen u op die datum nog bezwaar kon maken.

41 - Bedrijfsopvolging fiscaal voordeliger in 2010

Op 3 november 2009 is een wijziging aangenomen in de nieuwe Successiewet. Bij een bedrijfsopvolging worden bedrijven met een waarde tot € 1 miljoen volledig vrijgesteld van successieheffing.

Als de Eerste Kamer instemt met de vernieuwde Successiewet dan kunnen familiebedrijven per 1 januari 2010 onder voorwaarden tot € 1 miljoen onbelast worden overgedragen. Is de waarde van de onderneming hoger, dan is van het meerdere 83% voorwaardelijk vrijgesteld.

De grens van € 1 miljoen moet worden beoordeeld vanuit de waarde van de onderneming en niet vanuit de omvang van de verkrijging. Om de waarde van de onderneming te bepalen wordt als uitgangspunt genomen de positie van de erflater of schenker.

De regeling geldt overigens alleen bij overdracht van een onderneming. De schenking of erfenis van een B.V. zonder onderneming, bijvoorbeeld een B.V. met alleen beleggingen of een pensioen-B.V., komt niet voor de vrijstelling in aanmerking.

40 - Gemakkelijker zaken doen binnen Europa 

Vanaf 1 januari 2010 veranderen de regels van de btw-heffing voor ondernemers die zaken doen met andere ondernemers in Europa. De volgende drie wijzigingen die betrekking hebben op de Europese btw-wetgeving vergemakkelijken het zaken doen:

  1. De ondernemer die een dienst afneemt geeft de btw aan in eigen land.
  2. Als ondernemer kunt u btw die betaald is in een andere EU-lidstaat terugvragen bij de Belastingdienst in Nederland. Dit gebeurt elektronisch.
  3. Leveranciers én dienstverleners doen opgaaf intracommunautaire prestaties voor goederen en diensten (opgaaf ICP).

Wat zijn de regels voor opgaaf ICP?

Bij een dienst of een levering verricht in een ander EU-land moet u de Belastingdienst regelmatig een overzicht sturen van uw verrichte diensten en of leveringen. Dit overzicht wordt opgaaf ICP genoemd. De opgaaf ICP vervangt de opgaaf ICL (intracommunautaire leveringen, die alleen gold voor goederen). Leveranciers van goederen dienen de opgaaf ICP maandelijks te doen als de omzet per kwartaal meer is dan € 100.000. Is de omzet minder dan kan de opgaaf per maand, 2 maanden, kwartaal of per jaar gedaan worden. Dienstverleners mogen elk tijdvak kiezen.

39 - Bedrijfsopvolgingsregeling familiebedrijven versoepeld in 2010!

Voor de heffing van de nieuwe erfbelasting wordt de bedrijfsopvolgingsregeling voor kleine aandelenpakketten (minder dan 5%) in familiebedrijven versoepeld. Zo wordt voorkomen dat bedrijven waarvan de aandelen meerdere keren zijn vererfd in moeilijkheden komen.

De bedrijfsopvolgingsregeling (verder: BOR) is op verzoek van toepassing als iemand een aanmerkelijk belang erft. Van een aanmerkelijk belang is sprake als de overledene direct of indirect minimaal 5% van de geplaatste aandelen bezat in een werkmaatschappij. De situatie kan zich voordoen dat dit belang, door bijvoorbeeld verervingen naar verscheidene personen, verwatert naar een belang van minder dan 5%. Dit heeft tot gevolg dat de verkrijgers geen aanspraak kunnen doen op de BOR. Door de in het wetsvoorstel Wijziging van de Successiewet 1956 voorgestelde versoepeling is per 1 januari 2010 de BOR ook van toepassing op indirecte belangen:

  • die kleiner zijn dan 5%;
  • die oorspronkelijk wel ten minste 5% groot waren, en
  • waarvan de vermindering is ontstaan als gevolg van een overgang door overlijden van het directe belang.

Wat houdt de BOR in?

Voor de heffing van de Successiewet 1956 houdt de BOR in grote lijnen het volgende in:

  1. Gedurende 5 jaar renteloos uitstel van betaling voor het verschuldigde successierecht dat toerekenbaar is aan 75% van de verkregen aanmerkelijk belangaandelen; de zogenoemde voorwaardelijk onbelaste geconserveerde waarde. Het komt er feitelijk op neer dat een vrijstelling wordt verleend.
  2. Gedurende maximaal 10 jaar rentedragend uitstel van betaling voor het verschuldigde successierecht dat kan worden toegerekend aan (de resterende) 25% van de verkregen aanmerkelijk belangaandelen; de zogenoemde voorwaardelijk belaste geconserveerde waarde.

In het wetsvoorstel Wijziging van de Successiewet 1956 is voorgesteld het vrijstellingspercentage te verhogen van 75 naar 90.

Voorbeeld

Een vader heeft 100% van de aandelen in een holding en de holding heeft 5% van de aandelen in een werkmaatschappij. Vader heeft twee kinderen die beiden erfgenaam zijn. Vader overlijdt. De kinderen verkrijgen een direct aanmerkelijk belang van 50% in de holding en een indirect belang van 2,5% in de werkmaatschappij. Aangezien de vader een indirect aanmerkelijk belang van 5% in de werkmaatschappij had, komen de kinderen ook voor de BOR in aanmerking.

Wat gebeurt er als de kinderen overlijden?

De kinderen hadden in leven een indirect belang van minder dan 5%, namelijk 2,5%. Hun erfgenamen kunnen op basis van de voorgestelde versoepeling ook in aanmerking komen voor de BOR. De ondergrens wordt een belang van 0,5% in de werkmaatschappij.

38 - Investeer in immateriële activa in 2010!

In de vennootschapsbelasting kunnen innovatieve bedrijven per 1 januari 2010 via de innovatiebox in een nog lager belastingtarief vallen. In het Belastingplan 2010 wordt voorgesteld de octrooibox met ingang van 1 januari 2010 te verruimen tot een innovatiebox. Hieronder volgt een opsomming van de wijzigingen:

  1. de grondslag in de innovatiebox wordt aanzienlijk verruimd. Voortaan vallen alle winsten behaald met immateriële activa onder het lage tarief. In de huidige situatie is het lage tarief alleen mogelijk bij winsten tot € 400.000. Dit maakt de box aantrekkelijk voor software en bedrijfsgeheimen;
  2. het tarief voor de vennootschapsbelasting voor immateriële activa wordt verlaagd van 10% naar 5%;
  3. verliezen op immateriële activa worden aftrekbaar tegen het reguliere tarief van 25,5% in plaats van het voorgestelde verlaagde tarief van 5%.

Hoe komt een Vpb-plichtig bedrijf in aanmerking voor de innovatiebox?

De Belastingdienst voert de innovatiebox uit. Om hiervoor in aanmerking te komen, moet u namens het bedrijf in de aangifte vennootschapsbelasting verzoeken de innovatiewinsten onder te brengen in de innovatiebox. De innovatiebox geldt, net als de octrooibox, voor:

  • immateriële activa waarvoor door de overheid octrooi is verleend;
  • immateriële activa waarvoor door SenterNovem een S&O-verklaring is afgegeven (voor de activa is geen octrooi aangevraagd of de activa kwamen niet voor octrooi in aanmerking).

37 - Maak na de verhuurperiode van uw leegstaande woning weer aanspraak op hypotheekrenteaftrek!

Om de financieringslasten van mensen met twee eigen woningen niet al te veel te laten stijgen, is een tijdelijke maatregel in het leven geroepen die het mogelijk maakt na de verhuurperiode van de te koop staande voormalige eigen woning weer aanspraak te maken op hypotheekrenteaftrek.

Tijdelijke verhuur

Het kabinet komt de huiseigenaren, die hun te koop staande woning tijdelijk willen verhuren, tegemoet. Een tijdelijke maatregel, opgenomen in het Belastingplan 2010, zorgt ervoor dat na de verhuurperiode van de te koop staande voormalige eigen woning weer aanspraak kan worden gemaakt op hypotheekrenteaftrek. De woning keert vanuit Box 3 terug in Box 1. Voorwaarde hiervoor is dat wanneer niet zou zijn overgegaan tot tijdelijke verhuur de hypotheekrenteaftrek nog mogelijk zou zijn geweest.

De maatregel geldt in beginsel alleen voor gevallen waarbij de verhuur een aanvang neemt op of na 1 januari 2010. De maatregel heeft een tijdelijk karakter voor de duur van twee jaar. Per 1 januari 2012 wordt teruggekeerd naar de huidige regeling.

36 - Geen DigiD voor bedrijven in 2010!

Vanaf 1 april 2010 kan er geen gebruik meer worden gemaakt van DigiD voor bedrijven. Dit besluit is genomen door het ministerie van Economische Zaken, het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, de KvK en 'GBO.Overheid'.

Met DigiD voor bedrijven kunt u terecht bij elektronische diensten van steeds meer overheidsinstellingen. DigiD voor bedrijven wordt centraal beheerd en gefinancierd door 'GBO.Overheid', waarbij gebruik wordt gemaakt van de database van de KvK. Vanaf 1 april 2010 houdt DigiD voor bedrijven op te bestaan.

DigiD-opvolger in 2010

Er wordt momenteel gewerkt aan een structurele oplossing voor het authenticeren van bedrijven. De opvolger van de DigiD voor bedrijven, het programma eHerkenning voor Bedrijven dat in opdracht van het ministerie van Economische Zaken wordt ontwikkeld, is naar verwachting pas in de tweede helft van 2010 beschikbaar.

Tussenoplossing onbekend

Er is vooralsnog onbekend waar u terecht kunt voor de periode vanaf 1 april 2010 tot dat eHerkenning operationeel is. Wel wordt er al druk gezocht naar een oplossing waarbij het streven is naar slechts één overgang voor bedrijven.

3e kwartaal 2009

35 - Afschaffen urencriterium
Per 1 januari 2010 komt de eis dat u als ondernemer minimaal 1.225 uur moet ondernemen om in aanmerking te komen voor de mkb-vrijstelling, te vervallen.

Mkb-vrijstelling
De mkb-winstvrijstelling is een tegemoetkoming in de vorm van een belastingvrijstelling die oploopt met de winst. Hoe meer winst er wordt gemaakt hoe hoger de vrijstelling. Hiervoor geldt nu nog de voorwaarde dat moet worden voldaan aan het urencriterium. Dit betekent dat een ondernemer minimaal 1.225 uur moet ondernemen om voor de vrijstelling in aanmerking te komen.

Afschaffen urencriterium
Per 1 januari 2010 komt de eis dat u als ondernemer minimaal 1.225 uur moet ondernemen, te vervallen. Voortaan bestaat dus recht op de mkb-winstvrijstelling ongeacht het aantal uren dat aan een onderneming wordt besteed. Ondernemers die naast hun baan ondernemen ("hybride ondernemers") en deeltijdondernemers (zonder baan ernaast) kunnen daardoor ook gebruik maken van de mkb-winstvrijstelling.

34 - Verlaagd BTW-tarief voor schoonmaakwerk aan huis
Per 1 januari 2010 gaan schoonmaakwerkzaamheden binnen woningen onder het verlaagde BTW-tarief van 6% vallen.

BTW-tarief
Het BTW-stelsel kent verschillende tarieven: 19%, 6% en 0%. Welk tarief u moet toepassen is afhankelijk van de goederen die u levert en de diensten die u verricht.

Schoonmaakwerk aan huis
Schoonmaakwerkzaamheden binnen woningen vallen momenteel onder een tarief van 19% BTW. Echter, per 1 januari 2010 gaan deze schoonmaakwerkzaamheden onder het verlaagde BTW-tarief van 6% vallen.

33 - Octrooiverliezen volledig verrekenbaar
Innovatieve ondernemers kunnen voortaan octrooiverliezen volledig in plaats van gedeeltelijk verrekenen met de belastbare winst.

Octrooibox
Bedrijven die bijvoorbeeld uitvindingen of technische toepassingen ontwikkelen en daarvoor octrooi hebben gekregen, kunnen sinds 2007 gebruik maken van de octrooibox. De opbrengsten uit deze zelfontwikkelde immateriële activa zijn hierdoor belast tegen een gereduceerd vennootschapsbelastingstarief van 10% in plaats van het normale tarief van maximaal 25,5%. Dit betekent dus dat innovatieve ondernemers op hun 'octrooiwinst' een belastingvoordeel kunnen behalen van 15,5%.

Octrooiverliezen
Aangezien octrooiwinsten worden belast tegen 10% zijn octrooiverliezen tevens tegen een tarief van 10% aftrekbaar. Nu maakt de staatssecretaris het voor innovatieve ondernemers mogelijk om octrooiverliezen met terugwerkende kracht tot en met 1 januari 2009 volledig te verrekenen met de belastbare winsten van het voorgaande jaar en negen volgende jaren.

32 - Belastingvoordeel bij elektrische auto's van de zaak
Het Kabinet wil de productie en gebruik van elektrische auto's stimuleren. Het Kabinet heeft dan ook voornemens bestuurders van een elektrische auto van de zaak tegemoet te komen in de bijtelling. Dit betekent dat u de eerste twee jaar de fiscale bijtelling niet hoeft te betalen. Daarna gaat de bijtelling naar de helft.

Fiscale bijtelling
De bijtelling voor privégebruik auto van de zaak komt aan de orde als een auto van de zaak ook voor privédoeleinden ter beschikking staat en met die auto op jaarbasis meer dan 500 privékilometers wordt gereden. Nu ligt de fiscale bijtelling voor de schoonste categorie auto's op 14 procent. De eerste twee jaar wordt de bijtelling voor een elektrische leaseauto verlaagd naar nihil. Na twee jaar bedraagt de bijtelling 7 procent.

31 - Toch geen bijtelling voor bestelauto met bijrijderstoel
De Belastingdienst mag een bestelauto waarin een bijrijderstoel is aangebracht, niet meer automatisch in de bijtelling betrekken.

Bijtelling privégebruik
De bijtelling voor privégebruik van een auto van de zaak komt aan de orde als een auto van de zaak ook voor privédoeleinden ter beschikking staat en met die auto op jaarbasis meer dan 500 privékilometers worden gereden. De auto van de zaak kan een personenauto zijn, maar ook een bestelauto. De bijtelling voor een bestelauto vervalt echter indien de bestelauto vanwege zijn aard of inrichting (nagenoeg) uitsluitend geschikt is voor het vervoer van goederen en niet voor het vervoer van personen. Dit betekent dat een bestelauto met een bijrijderstoel voor de fiscus automatisch in de bijtelling kwam.

Niet meer automatisch in de bijtelling
Als gevolg van recente jurisprudentie valt een bestelauto met een bijrijderstoel niet meer automatisch onder de bijtelling. De fiscus moet naar meer zaken kijken dan alleen naar de aanwezigheid van een bijrijderstoel. Er moet vooral gekeken worden of de bestelauto naar aard en inrichting uitsluitend geschikt is voor het vervoer van goederen. De Belastingdienst mag een bestelauto met bijrijderstoel dus niet meer zomaar in de bijtelling betrekken.

30 - Fiscus wil de uitstelregeling voor het indienen van de aangifte verscherpen
Vanaf volgend jaar wil de fiscus de uitstelregeling verscherpen voor de miljoen belastingplichtigen die via een adviseur aangifte doen. Wie de belastingaangifte in drie jaar tijd twee keer te laat indient, krijgt geen uitstel meer.

In de huidige regeling is het zo dat als u een belastingadviseur inschakelt, u vrijwel altijd uitstel krijgt. Toch doen de meeste belastingplichtigen alsnog te laat aangifte. Recent heeft de belastingdienst 400 duizend aanmaningen moeten sturen voor het belastingjaar 2007.

Regels
De fiscus wil de regels aanscherpen om de uitstelregeling werkbaar te houden. Vanaf 2010 geldt de regeling dat u geen uitstel meer krijgt indien u in drie jaar tijd twee keer te laat aangifte heeft gedaan. Het Register Belastingadviseurs pleit nog wel voor een overgangsregeling van een of twee jaar.

29 - Extra geld voor duurzame innovaties in industrieel MKB
De ministers Van der Hoeven van Economische Zaken en Cramer van VROM hebben 10 miljoen extra geld vrijgemaakt om midden- en kleinbedrijven te ondersteunen bij duurzame innovaties.

Met deze extra steun willen de bewindsvrouwen de helpende hand bieden aan noodlijdende ondernemers die last hebben van de crisistijd. Het extra geld moet ondernemingen steunen bij de ontwikkeling en toepassing van bijvoorbeeld hoogwaardig hergebruik van grondstoffen, efficiëntere productieprocessen en schonere producten en diensten. In het bestaande programma Milieu en Technologie was reeds 8,5 miljoen euro beschikbaar gesteld tot 2011. Het extra geld is dus een uitbreiding hierop.

Voorwaarden
Om in aanmerking te komen voor de subsidie moet u aan de volgende voorwaarden voldoen:

  • De aanvraag moet gelden voor een innovatief en nieuw productieproces.
  • Uw vestiging mag niet meer dan 250 werknemers hebben.
  • Uw omzet mag niet meer dan 50 miljoen euro bedragen.
  • Uw werkterrein moet in Nederland liggen.
  • De milieuwinst moet in Nederland worden geboekt.

Indien u zich kwalificeert als MKB-ondernemer zoals hierboven weergegeven en u houdt zich bezig met de ontwikkeling en toepassing van milieugerichte innovaties, dan kunt u nu in aanmerking komen voor een extra subsidie. Voor het aanvragen van de subsidie dient u gebruik te maken van het aanvraagformulier dat u kunt downloaden via http://www.senternovem.nl/milieutechnologie/.

28 - Nieuwe betalingstermijn aanslagen en aanmaningen
Per 1 juli 2009 is de betalingstermijn voor de invordering van openstaande belastingbedragen gewijzigd.

Betalingstermijn belastingaanslag
Per 1 juli 2009 is de betalingstermijn van een belastingaanslag niet langer twee maanden, maar geldt er een betalingstermijn van zes weken. Let op: er bestaan uitzonderingen op deze betalingstermijn van zes weken. Voor bijvoorbeeld naheffings- en navorderingsaanslagen gelden andere betalingstermijnen.

Aanmaning
Als u de belastingaanslag niet tijdig betaalt, krijgt u een aanmaning. Vóór 1 juli 2009 moest u deze aanmaning binnen 10 dagen na dagtekening betalen. Per 1 juli 2009 is deze termijn verruimd naar 14 dagen.

De wijzigingen gelden voor aanslagen met een dagtekening vanaf 1 juli 2009.

27 - Uitstel elektronische schatting IB en VPB
Als ondernemer moet u een schatting doen van uw inkomsten over 2009. U kunt dit digitaal of schriftelijk doen.

Schatting
Heeft u als ondernemer nog geen wijziging aangevraagd van uw voorlopige aanslag IB of VPB 2009, dan bent u verplicht een schatting te doen. Ook als de aanslag naar uw mening juist is, dient u toch elektronisch of schriftelijk een schatting IB 2009 of VPB 2009 in te dienen. Heeft u al eerder een wijziging van de voorlopige aanslag 2009 aangevraagd, dan hoeft u geen schatting meer te doen. U heeft hiermee aan uw schattingsverplichting voldaan.

Elektronisch of schriftelijk
U kunt de schatting elektronisch doen met het programma voorlopige aanslag 2009 of met commerciële aangiftesoftware (BAPI). De termijn voor het indienen van de elektronische schattingen IB 2009 en VPB 2009 is verlengd tot 1 september 2009. De Belastingdienst heeft aangegeven dat ook uitstel wordt verleend voor het elektronisch indienen van de schattingsopgaven IB 2008.

De verruiming van de termijn naar 1 september 2009 geldt niet voor schriftelijk ingediende schattingen. Deze moeten vóór 1 augustus 2009 worden ingestuurd.

26 - Verlaging MKB-tarief in 2009 en 2010!
Het MKB-tarief in de vennootschapsbelasting wordt voor de jaren 2009 en 2010 verlaagd tot 20% voor winsten tot € 200.000. De winst vanaf € 200.000 wordt belast tegen 25,5%. De huidige tweede schijf van 23% komt hiermee te vervallen. De eerste schijf loopt door tot € 200.000. De verlaging van het MKB-tarief werkt terug tot en met 1 januari 2009.

Met ingang van 1 januari 2011 worden winsten tot € 40.000 weer belast tegen 20% (eerste schijf). De winst tot € 200.000 wordt vanaf die datum belast tegen 23% (tweede schijf) en de winst vanaf € 200.000 wordt belast tegen 25,5% (derde schijf).

25 - Verlaagd BTW-tarief voor isolatie huis
Het verlaagde BTW-tarief van 6% geldt al voor het schilderen en stukadoren van woningen ouder dan 15 jaar. Dit tarief is per 1 juli 2009 ook van toepassing op het isoleren van woningen.

Het verrichten van isolatiewerkzaamheden aan woningen die langer dan twee jaar geleden in gebruik zijn genomen, wordt onder het verlaagde BTW-tarief van 6% gebracht. Het verlaagde tarief is alleen van toepassing op het isoleren (de dienst) en niet op de levering van isolatiemateriaal. Het BTW-tarief op isolatiemateriaal blijft 19%.

2e kwartaal 2009

24 - Uitstel van betaling belasting
Komt u door de economische crisis in betalingsproblemen dan kunt u uitstel van betaling voor uw belastingschulden krijgen.

Voorwaarden voor uitstel van betaling
Heeft u als ondernemer betalingsproblemen dan kunt u in aanmerking komen voor maximaal twaalf maanden uitstel van betaling voor uw belastingschulden. De voorwaarden zijn:

  • u moet de lopende verplichtingen nakomen;
  • u moet zekerheid stellen voor de totale omvang van de openstaande schuld. Bij een zekerheidsstelling moet worden gedacht aan een bankgarantie, een hypotheekrecht of een verpanding. De zekerheid moet gelijk zijn aan het bedrag waarvoor uitstel wordt gevraagd.

Tijdelijke uitstelregeling
Als u niet aan beide voorwaarden voldoet, bijvoorbeeld omdat u uw lopende verplichtingen voor een bepaalde periode niet tijdig kunt nakomen, dan is er nog een mogelijkheid: u kunt gebruik maken van de tijdelijke uitstelregeling. Deze tijdelijke regeling zorgt ervoor dat er soepeler wordt omgegaan met het innen van belastingschulden. U moet hierbij aan de volgende voorwaarden voldoen:

  • u heeft tijdelijke betalingsproblemen die niet via zakelijke kredietverlening kunnen worden opgelost;
  • uw betalingsproblemen moeten het directe gevolg zijn van de economische crisis.
    Had u voor 2009 al betalingsproblemen of hebben de betalingsproblemen een andere oorzaak dan de economische crisis, dan komt u niet in aanmerking voor de tijdelijke regeling;
  • u moet aangeven wanneer de betalingsachterstand waarvoor uitstel wordt aangevraagd uiterlijk is ingelopen. Hierbij moet u inzicht bieden in de getroffen en nog te treffen maatregelen die nodig zijn om de gevolgen van de economische crisis het hoofd te bieden.

Bij het verzoek tot uitstel van betaling moet u een (derde-)deskundige inschakelen, die een verklaring opstelt waarin staat dat u aan de voorwaarden voldoet. Deze bevat een beoordeling van de aard van de betalingsproblemen, de bedrijfseconomische gezondheid van de onderneming en de haalbaarheid van het in de toekomst inlopen van de betalingsachterstand.

22 - Slooppremie oude auto's
Heeft u een oudere personen- of bestelauto dan kunt u een aantrekkelijke slooppremie krijgen als u deze auto omruilt voor een jongere personen- of bestelauto.

Sloopregeling
De regeling geldt zowel voor particulieren als voor bedrijven. De volgende auto's komen voor de sloopregeling in aanmerking:

  1. personen-/bestelauto's met een benzinemotor en van bouwjaar t/m 1989
    Deze auto's ontvangen een slooppremie van € 750,- 
  2. personen-/bestelauto's met een benzinemotor en van bouwjaar 1990 t/m 1995
    Deze auto's ontvangen een slooppremie van € 1.000,-
  3. bestelauto's met een dieselmotor, een bruto voertuiggewicht <1800kg en van bouwjaar t/m 1999
    Deze auto's ontvangen een slooppremie van € 1.000,-
  4. bestelauto's met een dieselmotor, een bruto voertuiggewicht ≥1800kg en van bouwjaar t/m 1999
    Deze auto's ontvangen een slooppremie van € 1.750,-
  5. personenauto's met een dieselmotor en van bouwjaar t/m 1999
    Deze auto's ontvangen een slooppremie van € 1.000,-

Deze auto's moeten wel omgeruild worden tegen een nieuwere:

  • personen-/bestelauto met benzinemotor vanaf bouwjaar 2001
  • personen-/bestelauto met dieselmotor met een gesloten roetfilter (af fabriek)

Verder gelden de volgende aanvullende voorwaarden:

  • de oude auto is vóór 1 maart 2008 op naam van de laatste eigenaar gezet en sindsdien is de tenaamstelling niet meer gewijzigd;
  • de oude en jongere auto hebben een Nederlands kenteken;
  • de APK van de oude auto is nog minimaal 3 maanden geldig op het moment van tekenen van de koopovereenkomst;
  • de oude auto heeft geen "WOK-status" (Wachten Op Keuren);
  • de oude auto heeft sinds 1 maart 2008 geen deel uitgemaakt van de bedrijfsvoorraad van een autobedrijf.

U kunt met de kentekencheck controleren of u in aanmerking kunt komen voor de slooppremie.

21 - Verzoek geen voorschot teruggaaf bijdrage Zvw indienen voor 1 juni 2009
Vanaf 2009 is de regeling voor het voorschot op de teruggaaf van de inkomensafhankelijke bijdrage Zorgverzekeringswet veranderd. De Belastingdienst berekent heffingsrente als u in 2010 een bedrag moet terugbetalen. Dat kan het geval zijn als u in 2009 een te hoog voorschot heeft ontvangen.

Bijdrage Zvw
Als u in loondienst bent of een uitkering ontvangt, houdt uw werkgever of uitkeringsinstantie de bijdrage Zorgverzekeringswet automatisch in op uw loon of uitkering. Heeft u meerdere werkgevers of ontvangt u meerdere uitkeringen, dan is het mogelijk dat te veel bijdrage Zvw is ingehouden. Is dit het geval, dan zorgt de Belastingdienst ervoor dat u in een volgend kalenderjaar automatisch een teruggaaf ontvangt. Deze teruggaaf wordt aan u of aan uw werkgevers of uitkeringsinstanties betaald.

Voorschot
In het kalenderjaar waarin te veel bijdrage Zvw is ingehouden, kunt u een voorschot op de teruggaaf ontvangen. In het 3e kwartaal van 2009 betaalt de Belastingdienst een voorschot uit op de teruggaaf van de bijdrage Zvw die te veel wordt ingehouden in 2009. In het 3e kwartaal van 2010 wordt deze teruggaaf vervolgens definitief vastgesteld. Het ontvangen voorschot wordt verrekend met de definitieve teruggaaf. Als het door u ontvangen voorschot hoger is dan de definitieve teruggaaf, dan moet u dit verschil terugbetalen aan de Belastingdienst. Hierover wordt heffingsrente berekend. De heffingsrente wordt berekend vanaf 1 januari 2010 tot het moment waarop de teruggaaf definitief wordt vastgesteld (3e kwartaal 2010).

Wilt u voorkomen dat u heffingsrente moet betalen wanneer de teruggaaf definitief wordt vastgesteld, dan kunt u nu al doorgeven dat u niet automatisch een teruggaaf wilt ontvangen. U kunt dit doen met het formulier 'Verzoek geen voorschot teruggaaf bijdrage Zvw'. Als u dit vóór 1 juni 2009 doet, ontvangt u in 2009 en volgende jaren geen voorschot. U kunt ook wachten tot u het voorschot ontvangt en als blijkt dat het voorschot te hoog is dit wijzigen. Dit kunt u doen met het formulier 'Verzoek wijziging voorschot teruggaaf bijdrage Zvw'. U kunt tot 1 december 2009 een voorschot wijzigen nadat u het hebt ontvangen.

20 - Verruiming faciliteiten speur- en ontwikkelingswerk
Heeft u werknemers in dienst die direct betrokken zijn bij speur- en ontwikkelingswerk? Dan kunt u in aanmerking komen voor afdrachtvermindering (S&O).

Afdrachtvermindering speur- en ontwikkelingswerk
Om in aanmerking te komen voor de S&O-afdrachtvermindering, moet u in het bezit zijn van een S&O-verklaring. Deze wordt door SenterNovem afgegeven (www.senternovem.nl/wbso). De afdrachtvermindering bedraagt per werkgever 42% van het loon dat betrekking heeft op speur- en ontwikkelingswerk waarbij dit S&O-loon niet meer mag bedragen dan € 110.000. Over het meerdere S&O-loon geldt een afdrachtvermindering van 14%. Per werkgever geldt een maximale afdrachtvermindering van € 8 miljoen (plafond).

Intensivering
De intensivering van de afdrachtvermindering speur- en ontwikkelingswerk houdt het volgende in:

  • het percentage van de eerste schijf wordt verhoogd van 42% naar 50%
  • het percentage van de eerste schijf voor starters wordt verhoogd van 60% naar 64%
  • het percentage van de tweede schijf wordt verhoogd van 14% naar 18%
  • de loongrens van de eerste schijf wordt verhoogd van € 110.000 naar € 150.000
  • de maximale afdrachtvermindering (plafond) wordt verhoogd van 8 naar 14 mln.

Door deze maatregelen kunnen de werkgevers over een groter deel van het S&O-loon het (verhoogde) percentage van de eerste schijf toepassen. De maatregelen hebben terugwerkende kracht tot 1 januari 2009.

SenterNovem is gestart met het versturen van aanvullende S&O-verklaringen. Wilt u de tijdelijke intensivering van de afdrachtvermindering loonbelasting al in uw loonaangifte over de maand mei meenemen dan moet u de verklaring voor 15 mei 2009 hebben ingediend bij de Belastingdienst. Dient u de verklaring na 15 mei 2009 in dan is het nog mogelijk om via een correctiebericht gebruik te maken van de afdrachtvermindering loonbelasting voor de maand mei. De verruimde afdrachtvermindering kan dan alleen niet direct worden verrekend met de over de maand mei te betalen loonbelasting. Voor de aangiften loonheffingen die u over 2009 al hebt gedaan, kunt u de aanvullende afdrachtvermindering claimen door deze aangiften ook met een correctiebericht te corrigeren.

19 - Vergoeding oppasoma's vanaf 2010 afgeschaft
Heeft u kinderen die naar de kinderopvang gaan? Dan kunt u kinderopvangtoeslag krijgen! Van belang is dat uw kind naar een geregistreerde kinderopvanginstelling gaat.

Geregistreerde instelling
Als ouder mag u zelf bepalen naar welke kinderopvanginstelling uw kind gaat. Voor de kinderopvangtoeslag is het wel van belang dat uw kind naar een geregistreerde kinderopvanginstelling gaat. Hierbij kan het gaan om:

  • Kinderdagverblijven of crèches (let op: een peuterspeelzaal valt hier niet onder).
  • Buitenschoolse opvang. Dit is opvang buiten schooltijden en in vakanties (let op: overblijven tussen de middag valt hier niet onder).
  • Opvang door een gastouder via een geregistreerd gastouderbureau. Hier kan het gaan om dagopvang en buitenschoolse opvang.

Oppasoma
Een oma, opa, kennis, oppasmoeder of familielid kan gastouder zijn als hij of zij via een gastouderbureau werkt. In 2010 komt de vergoeding voor deze informele opvang te vervallen. In de nieuwe regeling wordt het gastouderschap formeler en professioneler. Alleen opgeleide gastouders komen voor een vergoeding van maximaal € 5 per uur in aanmerking. Deze gastouders mogen de opvang wel bij het kind thuis verzorgen.

Vanaf 2010 komt u alleen nog voor de kinderopvangtoeslag in aanmerking als de opvang wordt verzorgd door een opgeleide gastouder. U krijgt dus geen kinderopvangtoeslag meer als u uw ouders, kennissen of familie (zonder opleiding) op uw kind laat passen.

18 - Versoepeling terugwenteling verliezen over 2008
Heeft u over 2008 een fiscaal verlies geleden dan kunt u dit met de winst van 2005, 2006 of 2007 verrekenen. Om de liquiditeitspositie van bedrijven te verbeteren, kan een verlies nu sneller worden teruggewenteld.

Voorlopige terugwenteling
Om de gevolgen van de kredietcrises te verzachten, heeft het kabinet besloten de liquiditeitspositie van ondernemingen te verbeteren. Daarom heeft de staatssecretaris van Financiën de voorwaarden voor de voorlopige verliesverrekening versoepeld. De volgende versoepelingen hebben betrekking op verliezen over 2008:

  • De Belastingdienst mag een verlies voorlopig terugwentelen vóórdat de aangifte over 2008 is gedaan. U moet wel aannemelijk maken dat een fiscaal verlies is geleden. Dit kan bijvoorbeeld aan de hand van een voorlopige jaarrekening.
  • Hiernaast mag de Belastingdienst al een voorschot op de voorlopige verliesverrekening geven als er slechts een voorlopige aanslag is opgelegd over het kalenderjaar waarnaar kan worden teruggewenteld. De aanslagen hoeven dus niet definitief te zijn vastgesteld. Let op: de Belastingdienst geeft geen voorschot als de aangifte over het verliesjaar al is gedaan en de aanslag over het jaar waarnaar wordt teruggewenteld op zeer korte termijn definitief wordt vastgesteld.

Verzoek
Wilt u een voorschot ontvangen op de terugwenteling van een verlies, dan moet u een onderbouwd en ondertekend verzoek aan de bevoegde inspecteur sturen. Het verzoek moet een benadering van het fiscale verlies bevatten. Deze benadering moet onderbouwd worden door bijvoorbeeld een (voorlopige) jaarrekening. Als de aangifte al is ingediend over het verliesjaar 2008 kan voor de onderbouwing worden verwezen naar die aangifte.

Definitieve verrekening
Ontvangt u een voorschot dan wordt dit voorschot ingehouden op het bedrag dat bij de definitieve terugwenteling van het verlies moet worden uitbetaald. Blijkt het uitbetaalde voorschot achteraf onjuist te zijn, dan moet u onmiddellijk nadat u de beschikking over de definitieve terugwenteling van het verlies heeft ontvangen, het eventueel teveel betaalde voorschot terugbetalen. Over dit teveel ontvangen bedrag moet u heffingsrente betalen.

De versoepelingen die zijn aangebracht op de voorwaarden voor het terugwentelen van verliezen over 2008 gelden ook de Vpb-belastingplichtigen. Een Vpb-verlies mag echter slechts één jaar worden teruggewenteld en dus niet zoals bij een IB-ondernemer drie jaar.

17 - Afschaffing vliegtaks
De vliegtaks zal per 1 juli 2009 worden afgeschaft.

De vliegtaks is per 1 juli 2008 ingevoerd. Voor bestemmingen binnen de Europese Unie (incl. de Canarische Eilanden, Azoren en Madeira) of afstanden tot 2500 kilometer wordt € 11,25 in rekening gebracht. Voor overige bestemmingen geldt een tarief van € 45. Als het wetsvoorstel ongewijzigd wordt aangenomen, worden de tarieven in de vliegtaks per 1 juli 2009 verlaagd naar nul. De vliegtaks zal worden verrekend voor de reeds geboekte vluchten met vertrekdatum na 1 juli 2009. Voor vluchten met vertrekdatum voor 1 juli 2009 nemen diverse touroperators de vliegtaks voor hun rekening.

16 - Online schorsing kenteken
Vanaf 6 april 2009 kunt u uw auto online uit de wegenbelasting halen.

Als u met uw voertuig tijdelijk geen gebruik maakt van de openbare weg, dan kunt u als eigenaar uw kenteken schorsen. In deze periode hoeft u geen wegenbelasting te betalen en geldt er geen WA- of APK-verplichting. Dit kan onder andere voordelig zijn als u de eigenaar bent van een kampeerauto, een oldtimer of als u voertuigen verzamelt.

Online
Vanaf 6 april 2009 hoeft u voor de schorsing van uw kenteken niet meer naar het postkantoor, maar kunt u dit online doen via www.rdw.nl. Voor het online schorsen heeft u uw DigiD nodig.

Schorsing verlengen of opheffen
Hiernaast is het via de website mogelijk om uw schorsing te verlengen. U moet dan maximaal zes weken vóór de einddatum uw schorsing hebben verlengd. De nieuwe einddatum is gelijk aan de einddatum van de oude schorsing plus één jaar. Deze service is niet via het postkantoor mogelijk. Ook kunt u de schorsing online (gratis) opheffen.

15 - BTW-afdracht per kwartaal
Doet u maandelijks aangifte BTW en draagt u maandelijks BTW af, dan krijgt u de mogelijkheid om per 1 juli 2009 voor kwartaalaangifte en -betaling te kiezen.

Kwartaalaangifte
U komt nu alleen in aanmerking voor kwartaalaangifte BTW als u per kwartaal doorgaans minder dan € 15.000 BTW betaalt. Als dit niet het geval is, moet u maandelijks aangifte doen.

Crisismaatregel
Als het wetsvoorstel ongewijzigd wordt aangenomen, krijgen alle BTW-ondernemers die maandaangifte doen en maandelijks BTW afdragen de mogelijkheid om per 1 juli 2009 te kiezen voor kwartaalaangifte en -betaling. Voldoet u aan de voorwaarden dan ontvangt u eind april 2009 een brief van de Belastingdienst met het verzoek of u kwartaalaangifte wil doen.

Door de crisismaatregel krijgen alle ondernemers die maandaangifte doen de mogelijkheid om maar vier keer per jaar aangifte BTW te doen. Naast administratieve lastenverlichting leidt het doen van kwartaalaangifte tot belastinguitstel en wordt een rentevoordeel gecreëerd. Maar ontvangt u een maandelijkse BTW-teruggave (bijvoorbeeld omdat u een exporterende ondernemer bent), dan is het voordeliger voor u om maandaangifte te blijven doen.

14 - Verzoek teruggaaf BTW wegens oninbare vorderingen
Als een klant uw factuur niet of niet geheel betaalt en u heeft de BTW al aan de Belastingdienst afgedragen, dan kunt u via de BTW-terugaafregeling deze BTW weer van de Belastingdienst terugvragen. Dit kan in tijden van recessie van pas komen.

De BTW die u aan uw afnemers in rekening brengt, moet u aan de Belastingdienst voldoen. Als uw afnemer de factuur niet of niet geheel betaalt, heeft u waarschijnlijk al wel BTW over deze factuur afgedragen aan de Belastingdienst. Deze BTW kunt u middels een brief terugvragen van de Belastingdienst. Voorwaarde is wel dat u aannemelijk kunt maken dat de afnemer niet heeft betaald en ook niet zal betalen. Er hoeft geen sprake te zijn van een faillissement. Als uw vordering oninbaar is, dient u het teruggaveverzoek binnen een maand na het moment waarop vaststaat dat de afnemer u het verschuldigde bedrag niet meer zal betalen in te dienen. Het verzoek moet schriftelijk worden ingediend bij het belastingkantoor waar u onder valt. Het is niet mogelijk om het teruggevraagde BTW-bedrag te verrekenen met uw aangifte omzetbelasting. Over de teruggaaf ontvangt u een afzonderlijke beschikking.

Welke gegevens moet u in uw verzoek vermelden:

  • naam en adres van uw afnemer
  • datum- en factuurnummer
  • het niet-betaalde factuurbedrag
  • gegevens waarmee u aannemelijk maakt dat de afnemer niet heeft betaald en ook niet zal betalen
  • het bedrag aan BTW dat u terugvraagt

Staan deze gegevens ook op de factuur dan kunt u volstaan met het toesturen van een kopiefactuur.

1e kwartaal 2009

13 - Inspecteur kan ook over 2008 jaarloongegevens uitvragen!
De staatssecretaris heeft de mogelijkheid geboden dat inspecteurs ook over het jaar 2008 jaarloongegevens kunnen uitvragen bij werkgevers.

Als werkgever hoeft u jaarloongegevens alleen op verzoek van de inspecteur aan te leveren. De inspecteur zal in uitzonderingsgevallen gebruik maken van de mogelijkheid tot uitvraag van deze gegevens. Deze uitvraag was al mogelijk over de jaren 2006 en 2007. De staatssecretaris heeft bepaald dat ook over het jaar 2008 jaarloongegevens door de inspecteur kunnen worden uitgevraagd.

Hoe werkt de regeling?
De inspecteur doet een verzoek aan de inhoudingsplichtige om de jaarloongegevens aan te leveren. De uitnodiging tot het verstrekken van de gegevens wordt eind maart 2009 door de Belastingdienst verstuurd aan de betrokken inhoudingsplichtigen. Vanaf 30 maart 2009 kunnen de gegevens worden ingestuurd. De gevraagde gegevens dienen vóór 1 mei 2009 (elektronisch) te zijn ingestuurd.

Wordt u verzocht tot het aanleveren van jaarloongegevens, doe dit dan volledig, tijdig en juist. Doet u dit niet dan kan de inspecteur u een verzuimboete van maximaal € 1.134 opleggen.

12 - Sparen bij de Belastingdienst nog voordelig?
De heffingsrente is verlaagd van 4,90% voor het eerste kwartaal van 2009 naar 3,50% voor het tweede kwartaal van 2009. Het kan van belang zijn na te gaan of het nog voordelig is om te 'sparen' bij de Belastingdienst.

De Belastingdienst verlaagt de rente
De heffingsrente bedraagt per 1 april 2009 3,50%. Heffingsrente wordt vergoed als achteraf blijkt dat u te veel belasting op aangifte heeft betaald of wordt in rekening gebracht als u achteraf te weinig belasting heeft betaald. Voorheen kon het aantrekkelijk zijn om te sparen bij de Belastingdienst. De heffingsrente bij de fiscus was namelijk hoger dan de spaarrente bij reguliere banken.

Sparen bij de Belastingdienst is mogelijk door pas na afloop van het belastingjaar uw geld terug te ontvangen, in plaats van maandelijks via een voorlopige teruggaaf. Als u een belastingteruggaaf verwacht, dan is er nog een andere mogelijkheid om te sparen bij de Belastingdienst. U kunt voor 1 april 2009 zonder opgaaf van reden schriftelijk uitstel aanvragen voor de inlevering van uw aangiftebiljet. Uw aangifte moet dan uiterlijk 1 september 2009 zijn ingediend. U ontvangt dan heffingrente vanaf 1 juli 2008 tot de datum van dagtekening van het aanslagbiljet.

11 - Controleer uw vooraf ingevulde aangifte!
De Belastingdienst is de proef met de vooraf ingevulde aangifte begonnen. In deze aangifte zijn bepaalde gegevens al voor u ingevuld, zodat u dit niet meer hoeft te doen. U moet de vooraf ingevulde gegevens nog wel goed controleren.

Bij het downloaden van het aangifteprogramma 2008 kunt u kiezen of u een vooringevulde aangifte wilt. In de vooringevulde aangifte zijn bepaalde gegevens al ingevuld. Voor het downloaden van de aangifte met deze gegevens heeft u uw DigiD-inlogcode nodig. Let op: alleen bij het downloaden van het aangifteprogramma 2008 heeft u de mogelijkheid om te kiezen voor een vooringevulde aangifte. Deze service is voorlopig alleen mogelijk voor particulieren die zelf digitaal aangifte doen.

Welke gegevens zijn voor u al ingevuld?

  • BSN-nummer en geboortedatum
  • naam, geboortedatum en BSN-nummer van uw echtgenoot
  • loon, pensioen of andere uitkeringen
  • WOZ-waarde van uw eigen woning en de periode dat deze woning uw hoofdverblijf was
  • heffingskortingen
  • het bedrag van uw voorlopige aanslag of teruggaaf IB
  • het bedrag van uw voorlopige aanslag of teruggaaf inkomensafhankelijke bijdrage Zvw
  • gegevens van andere woningen, zoals een vakantiehuis

Het kan zijn dat sommige gegevens nog niet zijn opgenomen in uw vooringevulde aangifte. De Belastingdienst had uw gegevens dan niet voor 1 maart 2009 ontvangen.

10 - Bezwaar tegen voorlopige aanslag in veel gevallen niet meer nodig
Heeft u een voorlopige aanslag 2009 voor de inkomstenbelasting en bijdrage Zorgverzekeringswet ontvangen en bent u van mening dat deze aanslag niet klopt. Dan hoeft u in veel gevallen geen bezwaar meer te maken, maar kunt u snel en eenvoudig de juiste gegevens aan de Belastingdienst doorgeven.

Hoe kan ik mijn wijzigingen doorgeven?
Wijzigingen kunt u doorgeven met:

  • het programma voorlopige aanslag 2009, dat u via de site van de Belastingdienst kunt downloaden;
  • het formulier voorlopige aanslag 2009, dat u via de Belastingtelefoon kunt bestellen.

De hoogte van het maandbedrag wordt zo snel mogelijk aangepast. Mocht de inspecteur vragen hebben naar aanleiding van uw wijzigingen, dan neemt hij contact met u op. In afwachting van uw aangepaste voorlopige aanslag moet u uw maandbedragen wel blijven doorbetalen.

 Bezwaar
Nadat u wijzigingen heeft doorgegeven, krijgt u een aangepaste voorlopige aanslag. Mocht u het niet eens zijn met deze aangepaste aanslag dan kunt u alsnog (digitaal) bezwaar maken. Op de site van de Belastingdienst kunt u een formulier vinden waarmee u eenvoudig bezwaar tegen deze aanslag kunt maken. U moet hierin duidelijk vermelden met welk onderdeel van de aanslag u het niet eens bent.

9 - Eindheffing voor vergoeding van huisvestingskosten of verstrekking van huisvesting
Heeft u werknemers in dienst die vanwege hun werk niet in hun eigen woonplaats gevestigd zijn, dan kunt u hen een vergoeding geven voor huisvesting buiten de eigenlijke woonplaats of u kunt zelf huisvesting verstrekken.

Vergoeding/verstrekking huisvesting
Vergoeding van huisvestingskosten of verstrekking van huisvesting buiten de woonplaats is maximaal twee jaar onbelast. Na deze periode is de vergoeding belast. Sinds 1 maart 2009 mag u de belasting over dit loon voor uw rekening nemen door eindheffing toe te passen. Wel moet de dubbele huisvesting zijn veroorzaakt door de aard van het werk en dus niet om persoonlijke redenen.

Eindheffing
Over bepaalde vormen van loon mag de loonbelasting/premie volksverzekeringen worden geheven in de vorm van een eindheffing. Dit geldt bijvoorbeeld voor het loon dat wordt verstrekt in de vorm van maaltijden in bedrijfskantines. Deze eindheffing wordt niet ingehouden op het loon van de werknemer, maar komt voor uw rekening. Het loon waarop eindheffing is toegepast, hoort hierdoor niet (meer) tot het loon van uw werknemer en hoort dus ook niet tot zijn verzamelinkomen voor de inkomstenbelasting. De loonbelasting/premie volksverzekeringen die u als eindheffing heeft afgedragen, kan uw werknemer dus niet verrekenen met de inkomstenbelasting/premies volksverzekeringen. Over loon waarop eindheffing is toegepast, hoeft u geen premies werknemers-verzekeringen te betalen. Hierover is ook geen inkomensafhankelijke bijdrage Zvw verschuldigd.

8 - Periodieke giften zijn 'dubbel aftrekbaar'
Periodieke giften aan goede doelen en instellingen zijn onder voorwaarden fiscaal aftrekbaar. Hiernaast vormt de verplichting tot het doen van deze periodieke giften een schuld in box 3, aldus een recent arrest van de Hoge Raad.

Periodieke giften
Periodieke giften zijn schenkingen van vaste en gelijkmatige bedragen aan instellingen of verenigingen. Deze giften zijn onder de volgende voorwaarden fiscaal aftrekbaar:

  • U doet de gift in de vorm van vaste en gelijkmatige periodieke bedragen die uiterlijk eindigen bij overlijden.
  • U doet minimaal vijf jaar of langer jaarlijks een gift.
  • U heeft de gift bij een notaris laten vastleggen.
  • U doet de gift aan een instelling - zoals een kerkelijke, levensbeschouwelijke, charitatieve, culturele of wetenschappelijke instelling of een politieke partij - of aan een vereniging met ten minste 25 leden die voor de vennootschapsbelasting is vrijgesteld.

Het voordeel van periodieke giften is dat ze onbeperkt en zonder drempel afgetrokken mogen worden.

7 - Meld betalingsproblemen op tijd!
Wanneer de rechtspersoon waarvan u bestuurder bent in de problemen komt bij het betalen van de belasting- en premieschulden, dan is het belangrijk dat u dit op tijd meldt bij de betreffende instanties.

In deze tijden is het niet ondenkbaar dat een rechtspersoon niet in staat is om de verschuldigde belasting (zoals loonbelasting en omzetbelasting) en premies volksverzekeringen (direct) te betalen. In dat geval dient u als bestuurder van de rechtspersoon daarvan melding te maken bij de Belastingdienst. De mededeling moet worden gedaan uiterlijk twee weken na de dag waarop de verschuldigde belastingen of premies behoorden te zijn afgedragen of voldaan. Bij betalingsproblemen bij de premies werknemersverzekeringen en bedrijfspensioenpremies moet u hiervan melding maken bij het UWV respectievelijk het bedrijfspensioenfonds.

Aansprakelijkheid bij niet melden
Wanneer er niet op de juiste wijze is voldaan aan de meldingsplicht, bent u als bestuurder persoonlijk aansprakelijk voor de verschuldigde belasting en premies. Er wordt dan vermoed dat het niet betalen van de belasting- en premieschulden het gevolg is van 'kennelijk onbehoorlijk bestuur'. Dit houdt in dat u als bestuurder(s) ervoor moet zorgen dat de schuld alsnog volledig betaald wordt, eventueel zelfs uit uw privévermogen. U kunt als aansprakelijk gestelde bestuurder van de vennootschap dit vermoeden weerleggen, maar dan moet u bewijzen dat het niet uw schuld is dat er geen rechtsgeldige melding van de betalingsproblemen is gedaan en de belastingen en premies niet betaald zijn.

Aansprakelijkheid bij wel melden
Als u een rechtsgeldige melding van de betalingsproblemen doet bij de Belastingdienst, het UWV of het bedrijfspensioenfonds, is het aan de betreffende instantie om te bewijzen dat het niet betalen van de belasting- en premieschulden het gevolg is van uw kennelijk onbehoorlijk bestuur in de drie jaren voorafgaand aan de melding. De bewijslast ligt in dit geval dus bij de instantie en niet bij u.

Rechtspersonen
De aansprakelijkheid geldt alleen voor bestuurders van de volgende rechtspersonen:

  • een vennootschap (BV of NV)
  • een vereniging die aangifte vennootschapsbelasting moet doen
  • een stichting die aangifte vennootschapsbelasting moet doen
  • een buitenlandse rechtspersoon die volledig rechtsbevoegd is en in Nederland aangifte vennootschapsbelasting moet doen

Voor ondernemers die een eenmanszaak, een VOF of een maatschap hebben, is deze aansprakelijkheid niet van toepassing. Zij zijn zelf immers al verantwoordelijk voor het betalen van de belastingen en de premies. De bestuurdersaansprakelijkheid geldt evenmin voor bestuurders van stichtingen of verenigingen die geen commerciële activiteiten ontplooien.

Het formulier 'Melding van betalingsproblemen bij belastingen en premies' vindt u op de website van de belastindgienst. Ingeval van meerdere bestuurders, is het voldoende dat één bestuurder de melding maakt. Wellicht kunt u in aanmerking komen voor uitstel van betaling of een betalingsregeling treffen. Ook hiervoor kunt u een formulier downloaden via de website van de Belastingdienst.

6 - Geen papieren facturen meer nodig
Volgens de staatssecretaris is een papieren factuur niet meer nodig. Bedrijven mogen vanaf 16 februari 2009 facturen volledig elektronisch versturen.

Op papier of elektronisch
Facturen mogen op papier worden uitgereikt of elektronisch worden verzonden. Elektronische verzending is alleen toegestaan als dit door uw afnemer wordt aanvaard. U kunt dit vooraf met uw afnemer overeenkomen. Als uw afnemer zonder commentaar de factuur verwerkt en betaalt, wordt hij geacht de elektronische verzending van de factuur te hebben aanvaard. De staatssecretaris heeft in dit kader goedgekeurd dat u de aanvaarding van de elektronische factuur door uw afnemer niet in uw administratie hoeft vast te leggen.

Voorwaarden
Elektronisch verzonden facturen werden door de Belastingdienst aanvaard als de authenticiteit van de herkomst en integriteit van de inhoud van de facturen waren gewaarborgd. Hiervoor golden een aantal regels. Zo kon de authenticiteit en integriteit zijn gewaarborgd door middel van:

  • een geavanceerde elektronische handtekening;
  • een elektronische uitwisseling van gegevens;
  • of een andere methode, waarbij in ieder geval de authenticiteit en integriteit waren gewaarborgd.

Deze laatste andere methode moest bij de inspecteur zijn gemeld. De ondernemer die zekerheid wilde hebben of met betrekking tot deze andere methode de vereisten waren gewaarborgd, kon daartoe een verzoek indienen bij de inspecteur, die daarop bij voor bezwaar vatbare beschikking besliste.

Deze regels voor elektronische facturering zijn sterk vereenvoudigd. De staatssecretaris keurt goed dat de elektronische wijze van opmaak en versturen van de factuurgegevens vorm- en middelvrij kan plaatsvinden. De nu al toegestane methoden voor elektronisch factureren blijven bestaan. De verplichting om het gebruik van een andere methode aan de inspecteur te melden, vervalt. In de praktijk valt bij die andere methode te denken aan bedrijfsspecifieke elektronische apparatuur voor het maken en versturen van elektronische facturen of aan het per e-mail versturen van facturen, die bijvoorbeeld de vorm van een pdf-bestand krijgen.

5 - Rittenregistratie bestelauto's vereenvoudigd
De bijtelling voor het privégebruik van de bestelauto mag achterwege blijven bij overtuigend bewijs dat uw werknemer op kalenderjaarbasis maximaal 500 kilometer privé rijdt. Uw werknemer kan dit bewijs met een rittenregistratie leveren. Hierin moet de werknemer elke zakelijke rit en elke privérit registreren. Deze rittenregistratie voor de bestelauto is vereenvoudigd.

Vereenvoudigde rittenregistratie
De registratie blijft verplicht, maar de werknemer hoeft niet alle ritinformatie op het registratieformulier te vermelden. In de vereenvoudigde rittenregistratie hoeft per dag alleen nog de datum, de werktijd, de begin- en eindkilometerstand en een verwijzing naar de zakelijke adressen in de administratie van de werkgever te worden opgeschreven. Als de werknemer een privérit maakt, dan moeten de volgende gegevens in de administratie worden opgenomen: de datum, de begin- en eindkilometerstand van de privérit en het vertrek en aankomstadres.

Voorwaarden
De versimpelde registratie mag alleen door de werknemers worden toegepast als hierover afspraken met de werkgever zijn vastgelegd. U moet schriftelijk met uw werkgever hebben afgesproken dat:

  • de werknemer een vereenvoudigde rittenadministratie bijhoudt;
  • privégebruik tijdens werk- en lunchtijd niet is toegestaan;
  • u de zakelijke adressen in uw administratie heeft.

U kunt een voorbeeldafspraak tussen werkgever en werknemer over vereenvoudigde rittenregistratie bestelauto's via de site van de Belastingdienst downloaden. Gebruikt u deze voorbeeldafspraak niet of heeft u de voorbeeldafspraak gewijzigd, dan kan het zijn dat de schriftelijke vastlegging van de afspraak niet voldoet. U kunt uw afspraak dan voor goedkeuring aan de Belastingdienst voorleggen

4 - TOEGEZEGDE VERGOEDINGEN VOOR ZIEKTEKOSTEN TOT EN MET 31 MAART 2009 BELASTINGVRIJ TE VERSTREKKEN
Per 1 januari 2009 is de onbelaste vergoeding van ziektekosten aan een werknemer verleden tijd. Wanneer u als werkgever echter in 2008 toezeggingen hebt gedaan aan uw werknemer voor in 2008 gemaakte kosten, zijn deze vergoedingen nog even onbelast.

Onbelaste vergoedingen
Een werkgever kon tot en met 2008 voor de loonbelasting onbelast vergoedingen verstrekken voor kosten met betrekking tot ziekte, invaliditeit en bevalling die op de werknemer drukken. Deze regeling was gekoppeld aan de buitengewone uitgavenregeling in de inkomstenbelasting. Wie een onbelaste vergoeding kreeg van zijn werkgever, kon geen gebruik meer maken van de buitengewone uitgavenregeling, omdat de kosten dan niet meer op de werknemer drukten.

Regeling vervallen
Met ingang van 1 januari 2009 zijn de buitengewone uitgavenregeling in de inkomstenbelasting en de mogelijkheid tot onbelaste vergoeding van ziektekosten door de werkgever komen te vervallen. Dit betekent dat de werkgever de vergoedingen en verstrekkingen vanaf 2009 voor de loonheffingen moet belasten.

Goedkeuring staatssecretaris
Het kan echter voorkomen dat een werknemer in 2008 kosten heeft gemaakt in verband met ziekte, invaliditeit of bevalling, waarvoor de werkgever een vergoeding heeft toegezegd die pas in 2009 wordt uitgekeerd. In deze situatie zou de uitkering niet onbelast kunnen plaatsvinden, maar mag met de kosten ook geen rekening worden gehouden bij de aangifte IB over 2008, omdat de vergoeding in dat jaar al was toegezegd. Staatssecretaris De Jager vindt dit onwenselijk. In een onlangs uitgegeven besluit wordt daarom een goedkeuring gegeven voor deze situatie. U kunt als werkgever nog tot en met 31 maart 2009 een onbelaste kostenvergoeding verstrekken aan uw werknemers voor bijzondere ziektekosten, mits deze kosten zijn gemaakt in 2008 en de vergoeding in 2008 is toegezegd.

3 - AFTREK ZIEKTEKOSTEN IN LAATSTE AANGIFTE? BEREKEN OPNIEUW UW TOETSINGSINKOMEN!
Wanneer u in uw laatste aangifte inkomstenbelasting een bedrag aan ziektekosten of andere buitengewone uitgaven hebt opgegeven, is het verstandig om voor 2009 te bekijken of de hoogte van uw toetsingsinkomen voor de toeslagen nog klopt. Vanaf 2009 zijn bepaalde ziektekosten namelijk niet meer aftrekbaar, maar deze wijziging heeft de Belastingdienst niet meegenomen in de voorschotbeschikking voor de toeslagen van dit jaar. Het is dus mogelijk dat uw toeslagen voor het komende jaar op basis van een te laag toetsingsinkomen zijn berekend en u nu een te hoog bedrag aan toeslagen ontvangt.

Toetsingsinkomen
In Nederland kennen we een viertal toeslagen: de zorgtoeslag, de huurtoeslag, de kinderopvangtoeslag en het kindgebonden budget. De hoogte van deze toeslagen is afhankelijk van uw zogenoemde toetsingsinkomen. Daarbij geldt dat hoe lager uw toetsingsinkomen is, hoe hoger de toeslagen zijn die u ontvangt. Wanneer u in uw laatste aangifte inkomstenbelasting een bedrag aan ziektekosten of andere buitengewone uitgaven hebt afgetrokken, kan het zijn dat uw toetsingsinkomen daardoor lager werd en u zodoende een hoger bedrag aan toeslagen hebt ontvangen.

Wijziging aftrek ziektekosten
In 2009 is de belastingaftrek van ziektekosten veranderd en zijn bepaalde kosten niet meer aftrekbaar. Dit kan dus ook gevolgen hebben voor de hoogte van uw toetsingsinkomen en daarmee de hoogte van uw toeslagen. De Belastingdienst heeft bij de voorschotbeschikking 2009 echter nog geen rekening gehouden met deze wijziging in de aftrek van ziektekosten. Het is daarom belangrijk dat u opnieuw uw toetsingsinkomen berekent.

Berekening
Op www.toeslagen.nl kunt u uw toetsingsinkomen opnieuw berekenen en een eventuele wijziging meteen doorgeven aan de Belastingdienst. Wanneer namelijk blijkt dat de toeslagen die u op dit moment ontvangt op basis van een te laag toetsingsinkomen zijn berekend, ontvangt u teveel toeslag en moet u dat later terugbetalen. Als u tijdig een wijziging in uw toetsingsinkomen doorgeeft aan de Belastingdienst, zal het bedrag dat u in de eerste maanden van 2009 teveel hebt ontvangen, verrekend worden met de toeslagen die u nog moet krijgen. Zo voorkomt u dat u na afloop van het jaar moet terugbetalen.

2 - EXTRA AANDACHT VOOR GIFTENAFTREK!
De Belastingdienst heeft laten weten bij de controle van de aangifte inkomstenbelasting 2008 extra aandacht te besteden aan de aftrek van giften. We zetten de regels voor de giftenaftrek voor u op een rij. Onder bepaalde voorwaarden is het mogelijk om giften af te trekken. Er wordt onderscheid gemaakt tussen 'gewone giften' en 'periodieke giften'.

Gewone giften
Gewone giften zijn alleen aftrekbaar wanneer ze zijn gedaan aan een instelling die bij de Belastingdienst geregistreerd is als een Algemeen Nut Beogende Instelling (ANBI). Daarbij mag de instelling geen tegenprestatie geleverd hebben voor de giften en moet u schriftelijk kunnen aantonen dat u de giften hebt gedaan, bijvoorbeeld met een bankafschrift of een kwitantie. Op http://www.belastingdienst.nl/giften/anbi_zoeken/ kunt u controleren of een instelling als ANBI wordt aangemerkt.

Drempelbedrag en maximum
Bij de aftrek van gewone giften moet u rekening houden met een drempelbedrag en een maximum. Alleen wat u méér betaald hebt dan het drempelbedrag, kunt u aftrekken. Het drempelbedrag is 1% (met een minimum van € 60,-) van het totaal van uw inkomsten en aftrekposten in box 1, 2 en 3, maar zonder uw persoonsgebonden aftrek. Dit is het zogenoemde drempelinkomen. Ook geldt er een maximum voor de aftrek; u mag niet meer dan 10% van uw drempelinkomen aftrekken. Wanneer u een fiscale partner hebt, kunt u de giften van u beiden bij elkaar optellen. Voor de berekening van het drempelbedrag en de maximale aftrek worden de drempelinkomens van u en uw fiscale partner eveneens bij elkaar opgeteld.

Periodieke giften
Voor periodieke giften geldt geen drempel of een maximaal af te trekken bedrag. Een gift is een aftrekbare periodieke gift als:

  • de gift vastgelegd is bij de notaris;
  • u de giften regelmatig overmaakt naar een instelling of vereniging en deze bedragen iedere keer ongeveer even hoog zijn;
  • de giften uiterlijk eindigen als u overlijdt;
  • u de giften minimaal 5 jaar achter elkaar doet; en de instelling of vereniging u geen tegenprestatie levert voor de gift.

Periodieke giften aan een ANBI zijn altijd aftrekbaar. Een verschil met de gewone giften is echter dat periodieke giften aan een vereniging die geen ANBI is, onder voorwaarden ook aftrekbaar zijn. Daarbij geldt dat de vereniging minimaal 25 leden en volledige rechtsbevoegdheid moet hebben en geen vennootschapsbelasting hoeft te betalen. Ook moet de vereniging gevestigd zijn in een lidstaat van de Europese Unie, de Nederlandse Antillen, Aruba of een ander land dat door de Belastingdienst is aangewezen.

1-TIJDELIJKE REGELING WILLEKEURIGE AFSCHRIJVING
De regeling willekeurige afschrijving is een tijdelijke maatregel die geldt voor nieuwe bedrijfsmiddelen.

Willekeurig afschrijven
De regeling houdt in dat u als ondernemer de mogelijkheid krijgt de in 2009 gedane investeringen in twee jaar af te schrijven. U kunt maximaal 50% in 2009 afschrijven en maximaal 50% in 2010 op de aanschaffingskosten of voortbrengingskosten van nieuwe bedrijfsmiddelen. De maatregel geldt zowel voor IB- als voor VPB-ondernemingen.

Welke bedrijfsmiddelen
De faciliteit is beperkt tot de aanschaf van nieuwe bedrijfsmiddelen. Op de aanschaffingskosten van bestaande (tweedehands) bedrijfsmiddelen kan niet willekeurig worden afgeschreven. Verder zijn de volgende investeringen uitgesloten:

  • gebouwen;
  • woonschepen, bromfietsen, motorrijwielen en personenauto's;
  • dieren;
  • wegen en paden;
  • immateriële activa (bijvoorbeeld software).

Let op: op zeer zuinige personenauto's kan wel willekeurig worden afgeschreven.

Samenloop
Als u als ondernemer al gebruik maakt van een andere vorm van willekeurige afschrijving (bijvoorbeeld de regeling voor startende ondernemers, milieubedrijfsmiddelen of zeeschepen) dan kunt u kiezen van welke regeling u gebruik wilt maken. Samenloop met de tijdelijke regeling willekeurige afschrijving kan niet.

Voorwaarden
Willekeurige afschrijving is mogelijk zodra u een investeringsverplichting bent aangegaan of voortbrengingskosten heeft gemaakt. Het bedrag van de willekeurige afschrijving kan niet hoger zijn dan het bedrag dat voor de investering is betaald of het bedrag van de gemaakte voortbrengingskosten. Het bedrijfsmiddel moet wel voor 1 januari 2012 in gebruik worden genomen. Neemt u het bedrijfsmiddel voor die datum niet voor die datum in gebruik, dan wordt de faciliteit teruggenomen. De grens van 31 december 2011 als uiterste datum van ingebruikname kan op verzoek van de belastingplichtige worden verschoven als dit door de omstandigheden wordt gerechtvaardigd. Zo'n omstandigheid kan bijvoorbeeld zijn het faillissement van de leverancier van het bedrijfsmiddel. Hiervan is geen sprake als de aard van het bedrijfsmiddel met zich meebrengt dat een lange bestel- of vervaardigingperiode nodig is. Als een bedrijfsmiddel waarop willekeurig is afgeschreven voor 1 januari 2012 van bestemming wijzigt, zodanig dat het bedrijfsmiddel niet meer voldoet aan de voorwaarden, wordt de genoten willekeurige afschrijving ook teruggenomen.

4e kwartaal 2008

37 - RECHT OP TERUGGAAF BIJDRAGE ZORGVERZEKERINGSWET?
Sinds 1 januari 2006 bent u in Nederland verplicht een zorgverzekering af te sluiten. Daarvoor betaalt u een premie bij uw zorgverzekeraar én een bijdrage aan de overheid die afhankelijk van uw inkomsten is, de zogenoemde bijdrage Zorgverzekeringswet (Zvw). Wanneer u in loondienst bent, wordt deze bijdrage automatisch ingehouden door uw werkgever. Ontvangt u een uitkering, dan houdt de uitkeringsinstantie deze bijdrage in. Wanneer u niet in loondienst bent of geen uitkering ontvangt, wordt de inkomensafhankelijke bijdrage geïnd middels een aanslag.

Te veel betaald
De bijdrage Zvw is wel aan een maximum gebonden. Het kan dus zijn dat u in een jaar teveel aan inkomensafhankelijke bijdrage hebt betaald, bijvoorbeeld omdat u gelijktijdig meerdere werkgevers hebt gehad. De Belastingdienst heeft in juli jl. de teruggaaf van de teveel betaalde bijdrage Zvw in 2007 uitbetaald en de betrokkenen daarover per brief geïnformeerd. Wanneer u geen brief hebt ontvangen, maar wel denkt recht te hebben op een teruggaaf, kunt u deze alsnog zelf aanvragen.

In aanmerking voor teruggaaf?
Op de site van de Belastingdienst kunt u eenvoudig nagaan of u recht hebt op een teruggaaf van de bijdrage Zvw, zowel voor 2006 als voor 2007. U komt hiervoor in aanmerking wanneer u voldoet aan de volgende twee voorwaarden:

  • U had gelijktijdig meerdere werkgevers of uitkeringen.
  • Uw inkomsten bij werkgevers of uitkeringsinstanties waren gezamenlijk hoger dan € 30.623,- (voor 2007) of € 30.015,- (voor 2006). Dit is exclusief de inkomsten van uw (fiscale) partner.

Verzoek indienen
Wanneer u recht denkt te hebben op een teruggaaf van de bijdrage Zvw, kunt u hiervoor een verzoek indienen bij de Belastingdienst. Het formulier waarmee u dit verzoek indient, is te downloaden op de site van de Belastingdienst (zowel het formulier voor 2006 als het formulier voor 2007). Let op, een verzoek tot teruggaaf van de bijdrage in 2008 kunt u pas in 2009 indienen.

38 - TARIEVEN SUCCESSIE- EN SCHENKINGSRECHT WORDEN VERLAAGD!
De staatssecretaris van Financiën heeft onlangs aangekondigd de Successiewet te willen moderniseren. Een belangrijk onderdeel daarvan is de verlaging van de tarieven van de schenk- en erfbelasting.

Tarieven
De huidige structuur van het successie- en schenkingsrecht is nogal complex. Er bestaan momenteel drie verschillende tariefgroepen en zeven verschillende tariefschijven. De staatssecretaris wil dit terugbrengen tot twee tariefgroepen met ieder twee tarieven. Directe familieleden zoals partners en kinderen komen in tariefgroep 1. Schenkingen en erfenissen tot een bedrag van € 125.000 worden in tariefgroep 1 belast tegen 10%. Het deel van de verkrijging boven € 125.000 zal belast worden tegen een tarief van 20%. Ter vergelijking: het huidige maximumtarief bedraagt voor deze verkrijgers 27%.

In tariefgroep 2 vallen alle andere verkrijgers. Daartoe horen bijvoorbeeld ook kleinkinderen en broers en zussen. Het tarief in groep 2 is 30% voor verkrijgingen tot € 125.000, voor het deel van de verkrijging boven de € 125.000 geldt een tarief van 40%. Dit is een flinke verlaging ten opzichte van de huidige situatie; nu kan het maximale tarief oplopen tot 68%.

Vrijstellingen
In de huidige Successiewet is er sprake van veel zogenoemde voet- en drempelvrijstellingen. Bij een drempelvrijstelling is een schenking of erfenis vrijgesteld van belasting tot een bepaald bedrag. Is de schenking of erfenis hoger dan dat bedrag, dan vervalt de gehele vrijstelling en is de verkrijging volledig belast. Bij een voetvrijstelling wordt echter alleen het gedeelte boven het drempelbedrag belast. De staatssecretaris heeft aangegeven alle drempelvrijstellingen om te willen zetten in voetvrijstellingen.

In het successierecht (erfrecht) wordt het vrijstellingsbedrag voor partners verhoogd tot € 600.000. Voor kinderen gaat deze vrijstelling omhoog naar € 19.000. Voor overige verkrijgers gaat een vrijstellingsbedrag van € 2.000 gelden. Ook de vrijstellingen in het schenkingsrecht worden verhoogd. Schenkingen aan kinderen zijn straks vrijgesteld tot een bedrag van € 5.000 en aan kinderen in de leeftijd van 18 tot 35 jaar mag eenmalig een schenking van € 24.000 belastingvrij worden gedaan. Voor alle overige verkrijgers zal een schenkingsvrijstelling van € 2.000 gaan gelden.

39 - JONGERENTERUGGAAF
Jongeren die een vakantie- of (bij)baan hebben gehad, hebben in veel gevallen recht op een belastingteruggaaf.

Jongeren kunnen recht hebben op een belastingteruggaaf van een vakantie- of bijbaan. De werkgever houdt de belasting namelijk in met het uitgangspunt dat er het hele jaar wordt gewerkt, daardoor wordt er teveel belasting betaald. Het terugvragen van de belasting kan tot vijf jaar terug. Dus ook nog over het jaar 2003 kan er belasting worden teruggevraagd. Via de site van de Belastingdienst kan er worden bekeken welk formulier er ingevuld moet worden. Om het formulier in te vullen zijn de jaaropgaven van het jaar waarover belasting wordt teruggevraagd nodig. De teruggaaf kan oplopen tot enkele honderden euro's.

Meer informatie en de benodigde formulieren kunnen via de site van de Belastingdienst worden verkregen (zie www.belastingdienst.nl/jongeren).

40 - BIJTELLING VOOR PRIVÉGEBRUIK (ZUINIGE) AUTO VAN DE ZAAK VERLAAGD!
In het Belastingplan 2009 is een nieuwe tussencategorie van 20% voorgesteld voor de bijtelling privégebruik auto van de zaak!

Bijtelling privégebruik
De bijtelling voor privégebruik auto van de zaak komt aan de orde als een auto van de zaak ook voor privédoeleinden ter beschikking staat en met die auto op jaarbasis meer dan 500 privekilometers wordt gereden. De bijtelling bedraagt op jaarbasis (minimaal) 25% van de waarde van de auto. Voor zeer zuinige auto's geldt een lagere bijtelling van 14%.

Tussencategorie
Om het gebruik van zuinige auto's verder te stimuleren, wordt in 2009 een nieuwe tussencategorie van 20% geïntroduceerd. Deze nieuwe categorie geldt voor dieselauto's met een CO2-uitstoot tussen de 96 en 116 gram per kilometer en voor auto's met een andere motor tussen de 111 en 140 gram per kilometer. De bijtelling geldt voor ondernemers, resultaatgenieters en werknemers. De bewijslast dat sprake is van een (zeer) lage uitstoot ligt bij de ondernemer, de resultaatgenieter, de werkgever of de werknemer.

41- HEFFINGS- EN INVORDERINGSRENTE VERHOOGD VOOR VIERDE KWARTAAL 2008
De heffings- en invorderingsrente zijn verhoogd van 5,15% naar 5,45% voor het vierde kwartaal van 2008.

Wat is de heffingsrente en invorderingsrente?
Heeft u in een bepaald jaar te weinig belasting betaald op aangifte, dan moet u aan de Belastingdienst heffingsrente betalen. Was dit juist te weinig, dan krijgt u heffingsrente van de Belastingdienst. De rente wordt berekend vanaf het midden van het tijdvak waarover belasting wordt geheven. Invorderingsrente moet u betalen als u te laat bent met het betalen van uw belastingaanslag. Deze wordt berekend vanaf de eerste dag na uiterste betaaldatum tot de dag dat u betaalt. Per 1 oktober 2008 is de heffings- en invorderingsrente verhoogd met 0,3 procentpunt naar 5,45%.

Bezwaar
Is naar uw mening ten onrechte rente in rekening gebracht, dan kunt u bezwaar maken tegen de berekende rente door een bezwaarschrift in te dienen binnen 6 weken na dagtekening van de beslissing.

Sparen bij de belastingdienst?
In vergelijking met de rente die u op een spaarrekening kunt ontvangen, is de heffingsrente die u van de Belastingdienst ontvangt meer. Het kan daarom aantrekkelijk zijn om uw geld pas na afloop van het belastingjaar terug te ontvangen in plaats van maandelijks via een voorlopige teruggaaf.

42 - VOORLOPIGE TERUGGAAF 2009 AANVRAGEN OF WIJZIGEN
Vanaf 31 oktober 2008 kunt u een voorlopige teruggaaf inkomstenbelasting 2009 aanvragen. Dit kunt u doen met het programma voorlopige aanslag 2009.

U heeft recht op een voorlopige teruggaaf als uw werkgever meer loonheffing zal inhouden dan u op grond van uw persoonlijke omstandigheden moet betalen. Dit speelt als u bepaalde aftrekposten heeft, zoals de eigenwoningrente, lijfrentepremies, giften, scholingsuitgaven, alimentatie aan ex-partner of levensonderhoud kinderen of als u heffingskortingen in verband met bijzondere omstandigheden heeft. Bijvoorbeeld de alleenstaande ouder-, levensloop- en ouderschapsverlofkorting.

Verwacht u een voorlopige teruggaaf 2009 dan hoeft u niet te wachten tot uw aangifte inkomstenbelasting 2009 is geregeld. U kunt deze teruggaaf alvast in de loop van 2009 laten uitbetalen. Vanaf 31 oktober 2008 kunt u uw voorlopige teruggaaf aanvragen met het programma voorlopige aanslag 2009. Met dit programma kunt u ook uw voorlopige teruggaaf wijzigen of stopzetten.

Buitenlands belastingplichtige
Buitenlands belastingplichtigen kunnen het formulier 'voorlopige aanslag 2009 voor buitenlands belastingplichtigen' online bestellen. Met dit formulier kunt u een voorlopige teruggaaf 2009 aanvragen, wijzigen, bevestigen of stopzetten.

43 - VANGNETREGELING VOOR ZZP'ERS
De helft van alle zelfstandige ondernemers heeft zich niet verzekerd tegen de gevolgen van arbeidsongeschiktheid. Voor deze onverzekerde ondernemers bestaat de mogelijkheid om zich de komende drie maanden alsnog te verzekeren.

Sinds 1 augustus 2004 krijgt u als zelfstandige ondernemer geen uitkering meer van overheidswege voor ziekte of arbeidsongeschiktheid. Als ondernemer moet u dus zelf bepalen of u deze inkomensrisico's wilt afdekken. U kunt dit doen door zelf een verzekering af te sluiten of door geld te reserveren. Als de verzekeraar uw arbeidsongeschiktheidsrisico's te hoog vindt, zal hij u veelal een verzekering aanbieden met bepaalde uitsluitingen en/of duurdere premie. Echter, in bepaalde gevallen kunt u ook een beroep doen op de alternatieve verzekering, de vangnetregeling.

De vangnetregeling
Deze alternatieve verzekering is een arbeidsongeschiktheidsverzekering voor moeilijk verzekerbare risico's. Voor de vangnetregeling kunt u in aanmerking komen als u:

  • als startende ondernemer moeilijk verzekerbaar blijkt, vanwege bijvoorbeeld een hoog risico op arbeidsongeschiktheid en u zich binnen drie maanden na de start van het bedrijf meldt voor deze alternatieve verzekering bij een particuliere verzekeraar.
  • als zelfstandige na herkeuring weer volledig aan het werk kunt en daarmee uw WAZ-uitkering verliest.
  • als gevestigde ondernemer moeilijk verzekerbaar blijkt. De vangnetregeling is voor u als gevestigde ondernemer vanaf 1 november 2008 eenmalig gedurende drie maanden opnieuw opengesteld. Als u binnen de periode van 1 november 2008 tot 1 februari 2009 een offerte heeft gekregen voor een reguliere verzekering waaruit blijkt dat u moeilijk verzekerbaar bent, dan kunt u alsnog een beroep doen bij de betreffende verzekeraar op de vangnetregeling. Voor een startende ondernemer geldt deze termijn van drie maanden niet en is deze regeling ook na 1 februari 2009 te gebruiken.

44 - OUDERSCHAPSVERLOF(KORTING)
Om ouders de kans te geven langer zelf voor hun kind te zorgen, hebben ze met ingang van 1 januari 2009 recht op 26 weken ouderschapsverlof.

Ouderschapsverlof
Werknemers hebben recht op ouderschapsverlof als zij zorgen voor een kind jonger dan acht jaar. Zij moeten wel minimaal één jaar bij dezelfde werkgever in dienst zijn.
Het kabinet heeft voorgesteld het recht op ouderschapsverlof te verlengen van 13 naar 26 weken. De verlening van het ouderschapsverlof geldt alleen voor nieuwe aanvragen. Heeft u al ouderschapsverlof (gedeeltelijk) opgenomen, dan kunt u voor dat kind geen aanspraak maken op de extra weken. U kunt voor elk kind apart ouderschapsverlof opnemen. Heeft u voor een ander kind nog geen ouderschapsverlof opgenomen, dan heeft u voor dat kind wel recht op de uitbreiding van het ouderschapsverlof.

Ouderschapsverlofkorting
Deze wijziging leidt tot een verhoging van de maximale ouderschapsverlofkorting.
De ouderschapsverlofkorting is een korting op de verschuldigde belasting en geldt voor belastingplichtigen die in 2008 gebruik maken van hun wettelijke recht op ouderschapsverlof en deelnemen aan de levensloopregeling. De korting wordt berekend door het aantal uren ouderschapsverlof te vermenigvuldigen met een bedrag van 50% van het bruto minimumuurloon per opgenomen verlofuur. De verlenging van het ouderschapsverlof in 2009 naar 26 weken leidt dus tot een verhoging van de maximale ouderschapsverlofkorting.

In 2008 heeft u alleen bij deelname aan de levensloopregeling recht op de ouderschapsverlofkorting. Er ligt een voorstel de ouderschapsverlofkorting met ingang van 1 januari 2009 los te koppelen van de levensloopregeling. Om van de ouderschapsverlofkorting gebruik te maken, hoeft u vanaf 2009 dus niet meer mee te doen aan de levensloopregeling.

Maar:
Verlenging van ouderschapsverlof (nog) gunstiger
Op het Belastingplan 2009 is in de kamerbehandeling een aantal belangrijke wijzigingen aangebracht. Hierbij de is de verlenging van het ouderschapsverlof naar 26 weken nog gunstiger geworden.

Aanvragen ouderschapsverlof
Werknemers die gebruik willen maken van ouderschapsverlof moeten dit bij hun werkgever aanvragen, minstens twee maanden voordat het verlof ingaat. Door deze termijn van twee maanden konden werknemers feitelijk pas 1 maart 2009 van de verlening van het ouderschapsverlof gebruik maken. Om werknemers al vanaf 1 januari 2009 van de verlening gebruik te laten maken, is de regeling verruimd.

Verruiming
De verruiming houdt in dat voor iedereen die vanaf 1 januari 2009 gebruik maakt van ouderschapsverlof een maximale verlofperiode van 26 weken geldt, ongeacht of de melding bij de werkgever vóór of na 1 januari 2009 is gedaan.

45 - FIJNSTOFTAKS PER 1 JANUARI 2009 VERLEDEN TIJD!
De fijnstoftaks zal per 1 januari 2009 komen te vervallen; er komt per deze datum een nieuwe bonusregeling.

Fijnstoftaks
De per 1 april 2008 ingevoerde 'fijnstoftaks' is binnenkort verleden tijd. Deze heffing differentieert de BPM ('aanschafbelasting') op dieselpersonenauto's naar de uitstoot van fijnstofdeeltjes per kilometer. Voor dieselauto's met een uitstoot van meer dan 5 mg per kilometer leidde de maatregel per saldo tot een verhoging van de BPM. Voor dieselauto's die onder die grens vielen kreeg men een korting op de BPM, oplopend tot € 900. Hof Den Haag achtte de maatregel in strijd met Europees recht. Als gevolg van deze uitspraak mocht de staat met ingang van vier weken na de betekening van het arrest geen uitvoering meer geven aan de fijnstofdifferentiatie.

2008
De fijnstofdifferentiatie zal per 1 januari 2009 komen te vervallen. Voor dieselpersonenauto's die in 2008 nog worden verkocht blijft de huidige wetgeving van toepassing. Maar op deze auto's worden de uit de differentiatie voortvloeiende verhogingen niet toegepast. Alleen de BPM-kortingen zullen worden toegepast op de nog in 2008 verkochte dieselpersonenauto's. De reeds in 2008 geheven fijnstoftaks wordt aan de houders van de dieselpersonenauto's terugbetaald. Dit zal op initiatief van de Belastingdienst gebeuren. Op de in 2008 verleende BPM-kortingen zal niet worden teruggekomen.

2009
Per 1 januari 2009 zal de fijnstoftaks worden vervangen door een bonusregeling. De bonus houdt een korting op de BPM in voor dieselpersonenauto's met een CO2-uitstoot van maximaal 5 mg per kilometer. In 2009 bedraagt deze bonus € 600 en in 2010 € 300. In 2011 zal de bonusregeling vervallen, omdat dan alle nieuwe dieselauto's aan strengere Europese emissienormen moeten voldoen.

46 - DREMPEL KWARTAALAANGIFTE BTW VERHOOGD
De drempel om kwartaalaangifte BTW te doen is verhoogd van € 7.000 naar € 15.000. Een groot aantal ondernemers hoeft hierdoor maar 4 keer per jaar aangifte BTW te doen, in plaats van 12 keer per jaar. De administratieve lasten van veel ondernemers worden hierdoor verlaagd.

Kwartaalaangifte
U komt alleen in aanmerking voor de kwartaalaangifte BTW als u per kwartaal doorgaans minder dan € 15.000 BTW afdraagt. Als dit het geval is, dan heeft u hier een brief over ontvangen. Wilt u kwartaalaangifte BTW doen, dan moet u een volledig ingevulde kopie van de brief vóór 12 december 2008 opsturen naar uw belastingkantoor. Wilt u geen kwartaalaangifte BTW doen, dan hoeft u helemaal niets te doen.

Aangiftetijdvak
Het volgende aangiftetijdvak geldt:
Te betalen omzetbelasting          Tijdvak
< € 1.883 per jaar                       Jaaraangifte
≤ € 15.000 per kwartaal             Kwartaalaangifte
> € 15.000 per kwartaal             Maandaangifte

47 - NIEUWE KANTONRECHTERFORMULE VANAF 1 JANUARI 2009
De kantonrechterformule is een rekenmodel dat door kantonrechters wordt gebruikt voor de berekening van een ontslagvergoeding. Deze formule wordt per 1 januari 2009 aangepast.

Kantonrechterformule
Bij de huidige formule wordt de vergoeding berekend door het aantal dienstjaren (factor A) te vermenigvuldigen met het bruto maandsalaris (factor B) en met een factor waarin de bijzondere omstandigheden van het geval zijn uitgedrukt in een cijfer (factor C). In beginsel is dit cijfer 1, tenzij er omstandigheden zijn die een hogere of lagere factor rechtvaardigen.

Wijzigingen
Een belangrijke wijziging in de nieuwe regeling is de berekening van het aantal dienstjaren. Daarnaast wordt in de C-factor meer aandacht gegeven aan de arbeidspositie van de werknemer en de financiële positie van de werkgever.

Het aantal dienstjaren (factor A)
In de nieuwe formule zal de berekening van het aantal dienstjaren anders zijn.
In de huidige regeling tellen de dienstjaren:

  • tot de leeftijd van 40 jaar voor 1 maandsalaris
  • van 40 tot 50 jaar voor 1½ maandsalaris
  • vanaf 50 jaar voor 2 maandsalarissen.

In de nieuwe regeling tellen de dienstjaren:

  • tot de leeftijd van 35 jaar voor ½ maandsalaris
  • van 35 tot 45 jaar voor 1 maandsalaris
  • van 45 tot 55 jaar voor 1½ maandsalaris
  • vanaf 55 jaar voor 2 maandsalarissen

Voorbeeld 1
Een werknemer van 29 jaar heeft er 8 dienstjaren op zitten.
Factor A is in dit geval: 8 jaar x ½ = 4

Voorbeeld 2
Een werknemer van 53 jaar, heeft er 15 dienstjaren op zitten.
Factor A is voor hem: (7x1)+(8x1½)= 7+12 = 19

Bijzondere omstandigheden (factor C)
Hiernaast willen de kantonrechters in de C-factor meer aandacht geven aan de arbeidspositie van de werknemer en de financiële positie van de werkgever. Zo zal worden gekeken naar:

  • de financiële positie van de werkgever
  • de arbeidspositie van de werknemer
  • de mate waarin de werknemer in staat is gesteld cursussen te volgen

Zo kan voor een werknemer die in staat is gesteld een cursus te volgen de ontslagvergoeding lager uitvallen dan voor zijn collega's, doordat wordt aangenomen dat de werknemer een steviger positie op de arbeidsmarkt heeft.

48 - TIJDELIJKE REGELING WERKTIJDVERKORTING VANWEGE KREDIETCRISIS
Lijdt u een acuut omzetverlies vanwege de kredietcrisis, dan kunt u een verzoek indienen voor tijdelijke werktijdverkorting voor uw werknemers.

Regeling werktijdverkorting
De regeling werktijdverkorting (WTV) kon tot voor kort alleen bij buitengewone omstandigheden, zoals bijvoorbeeld blikseminslag of brand, worden toegepast. De regeling kan nu eveneens worden toegepast als een (gezond) bedrijf door de kredietcrisis in acute problemen is gekomen. Om voor de regeling werktijdverkorting in aanmerking te komen, dient u aan een aantal aanvullende voorwaarden te voldoen.

Aanvullende voorwaarden
Zo moet:

  • uw omzet in de 2 maanden voorafgaand aan uw aanvraag minimaal 30% zijn gedaald ten opzichte van de 2 maanden daarvoor. Hierbij moeten seizoensinvloeden buiten beschouwing worden gelaten. De omzetdaling van ten minste 30% moet daarom worden vergeleken met de ontwikkeling in dezelfde periode (2x2 maanden) een jaar eerder;
  • u de omzetdaling aantonen met een accountantsverklaring;
  • u een verklaring met inspanningsverplichting tot scholing en detachering bij de aanvraag voegen.

Tijdelijke regeling
U kunt tot 1 januari 2009 uw aanvraag bij het ministerie van SZW indienen. Let op: de regeling wordt eerder gesloten als blijkt dat het aantal van 20.000 werknemers (in voltijd) waarvoor werktijdverkorting is toegestaan, is bereikt. De WTV geldt in beginsel voor 6 weken en kan tot maximaal 24 weken worden verlengd.

De regeling geldt niet alleen voor werknemers met een vast dienstverband, maar ook voor werknemers met een tijdelijk contract, zolang het contract loopt en er WW-rechten bestaan. Als WTV wordt verleend, kan voor de betrokken werknemer een beroep op de WW worden gedaan. De werknemer ontvangt dan, tijdens het dienstverband, een WW-uitkering voor het deel van zijn werktijd waarvoor WTV is verleend. Het aantal werknemers dat onder de regeling kan worden gebracht is gerelateerd aan uw omzetdaling. Daalt de omzet met 40%, dan kunt u voor 40% van de totale arbeidsuren van uw bedrijf WTV aanvragen. De aanvraag moet schriftelijk worden gedaan. Dit kunt u doen door een formulier te downloaden via de website van het ministerie van SZW (www.minszw.nl)

49 - Willekeurig afschrijven in 2009
Minister Bos van Financiën heeft in zijn Najaarsnota meer duidelijkheid gegeven over de maatregelen die het kabinet eerder heeft genomen om de liquiditeit binnen de bedrijven op peil te houden. Eén van de maatregelen betreft de (tijdelijke) uitbreiding van de willekeurige of vervroegde afschrijving.

Investeringen die u doet tussen 1 januari 2009 en 31 december 2009 komen in principe in aanmerking voor de verruimde regeling. Die investeringen kunt u dan in twee jaar afschrijven: maximaal 50% in 2009 en 50% in 2010.

De willekeurige of vervroegde afschrijving 2009 mag u als zelfstandig ondernemer toepassen, maar geldt ook voor bv's. Hiervoor komen alle door u aangeschafte bedrijfsmiddelen in aanmerking maar woningen, bedrijfsgebouwen, grond-, weg- en waterbouwkundige werken, personenauto's, immateriële vaste activa (waaronder software en goodwill) en in cultuur gebrachte activa (bijvoorbeeld bomen en vee) zijn uitgezonderd. De regeling geldt dus ook voor bestelauto's, vrachtauto's, computers, machines en installaties. Staatssecretaris de Jager gaat nog kijken of de maatregel ook kan worden toegepast op zeer zuinige personenauto's (waarvoor de bijtelling van 14% geldt).

50 - Internetaankopen van buiten EU een stuk aantrekkelijker
Vanaf 1 december 2008 zijn internetaankopen van buiten de EU een stuk aantrekkelijker. Over goederen tot een waarde van €150 hoeft u geen invoerrechten meer te betalen.

Internetaankopen buiten de EU
Koopt u goederen via internet of bij een postorderbedrijf buiten de Europese Unie en is de waarde van de goederen €150 of minder (exclusief vervoers- en handelingskosten) dan hoeft u geen invoerrechten te betalen (voorheen lag de grens op €22). Koopt u goederen met een waarde van €22 of minder (exclusief vervoers- en handelingskosten) dan hoeft u ook geen omzetbelasting te betalen.

Kopen van particulieren buiten de EU
Koopt u goederen bij een particulier buiten de EU, dan hoeft u geen invoerrechten te betalen als de waarde niet meer is dan €45.

Let op!
Vanaf 1 december 2008 is eveneens de belastingvrije invoer verhoogd. Reist u Nederland in vanuit een niet-EU-land dan mag u voor een waarde van € 430 gekochte goederen belastingvrij invoeren. Reist u Nederland in vanuit een niet-EU-land over land of met een plezierzeevaart of plezierluchtvaart, dan mag u voor een waarde van €300 gekochte goederen belastingvrij invoeren.

51 - Fiscus gaat bankrekening wanbetaler leegplukken
De Belastingdienst gaat volgend jaar een proef instellen waarbij de belastingschuld van een wanbetaler van zijn bankrekening gehaald kan worden.

Vanaf 2009 kan de Belastingdienst beslag leggen op bankrekeningen van burgers met een belastingschuld. Voordat de Belastingdienst mag overgaan tot het ´leegplukken' van bankrekeningen, moet de burger een aanmaning en dwangbevel hebben ontvangen en genegeerd. In dat geval mag de fiscus een kwartaal lang maximaal 1.000 euro per maand van de bank- of girorekening halen.

Banken
Via een aanpassing in de Invorderingswet worden banken verplicht mee te werken aan een vordering van de Belastingdienst en de belastingaanslag uit het banktegoed van de belastingplichtige te betalen.

De Belastingdienst wil hierdoor het innen van schulden sneller, eenvoudiger en goedkoper maken. Nu is het nog zo dat de fiscus schulden slechts mag innen door beslaglegging op goederen van de schuldenaar.

52 - Thuiswerken fiscaal aantrekkelijker
Per 1 januari 2009 wordt thuiswerken fiscaal aantrekkelijk gemaakt. Zo wordt de regeling van de vaste reiskostenvergoeding verruimd en wordt de maximale verhuiskostenvergoeding verhoogd.

Vaste reiskostenvergoeding
De werkgever mag een onbelaste vaste reiskostenvergoeding aan zijn werknemer uitbetalen. In de huidige regeling moet een werknemer die fulltime werkt (ofwel 214 dagen per jaar), tenminste 150 dagen (dus 70%) naar de vaste arbeidsplaats reizen om in aanmerking te komen voor een vaste reiskostenvergoeding. Wordt dit percentage gehaald dat mag de werkgever een vaste reiskostenvergoeding betalen van: 214 werkdagen x € 0,19 x reisafstand van woning naar werk en terug.

Bij een parttime aanstelling moet de formule tijdsevenredig worden aangepast. Als een vaste reiskostenvergoeding is betaald en later blijkt dat de vereiste 150 dagen niet zijn gehaald, dan moet het teveel uitbetaalde worden terugbetaald of moet daarover alsnog loonheffing worden afgedragen.

Vanaf 1 januari 2009 wordt het minimale aantal reisdagen naar de vaste arbeidsplaats verminderd van 70% (dus 150 werkdagen) naar 60% (128 werkdagen). Door deze aanpassing kunnen werknemers tot twee dagen per week thuiswerken met behoud van de onbelaste reiskostenvergoeding. Dit moet een financiële prikkel vormen om meer thuis te gaan werken.

Verhuiskostenregeling
Vergoedingen voor verhuiskosten horen in het algemeen tot het loon, maar houdt de verhuizing verband met de dienstbetrekking, dan is een vrijgestelde vergoeding mogelijk. Als er sprake is van een verhuizing die verband houdt met de dienstbetrekking, dan kan een vrijgestelde vergoeding worden verstrekt voor de kosten van het overbrengen van de inboedel, ongeacht het bedrag van die kosten. De overige kosten, inclusief herinrichtingskosten, kunnen vrij worden vergoed tot maximaal 12% van het jaarloon, met een maximum van € 5.445. Per 1 januari 2009 wordt deze regeling verruimd. De hoogte van de onbelaste vergoeding voor overige kosten is niet meer afhankelijk van het jaarloon (de bovengrens van 12%). Hiernaast stijgt het maximum van € 5.445 naar € 7.750.

3e kwartaal 2008

25 - Digitaal bezwaar maken
Indien u als ondernemer toegang heeft tot het beveiligde deel van de website van de Belastingdienst, dan kunt u sinds 1 juli 2008 digitaal bezwaar maken.

Digitaal bezwaar maken is mogelijk tegen een:

  • definitieve aanslag inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen
  • definitieve aanslag inkomensafhankelijke bijdrage Zorgverzekeringswet
  • definitieve aanslag vennootschapsbelasting
  • naheffingsaanslag of beschikking omzetbelasting
  • navorderingsaanslag inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen
  • navorderingsaanslag inkomensafhankelijke bijdrage Zorgverzekeringswet 
  • navorderingsaanslag vennootschapsbelasting.

26 - Extra controles op BTW-aangifte
Eén van de taken van de Belastingdienst is het controleren van de belastingaangifte. Dat die taak serieus genomen wordt, blijkt weer eens. Staatssecretaris De Jager heeft aangekondigd duizend extra controles uit te voeren op het gebied van de omzetbelasting.

Pakkans vergroten
De controles vinden steekproefsgewijs en voornamelijk buiten de bestaande risicogroepen plaats. Hiermee wil de Belastingdienst aantonen dat er ondanks de vele interne problemen nog altijd wordt gewerkt aan het vergroten van de pakkans.

Problemen
De Staatssecretaris heeft deze maatregel onlangs in overleg met de Tweede Kamer kenbaar gemaakt. In dezelfde Tweede Kamer ligt De Jager al geruime tijd onder vuur vanwege het grote aantal problemen waar de Belastingdienst de laatste jaren mee kampt. Onlangs heeft de Algemene Rekenkamer aangegeven de Belastingdienst vooral op het gebied van automatisering te gaan ondersteunen.

27: Naheffingen privégebruik auto van de zaak
De strenge controles van de Belastingdienst op het privégebruik van de auto van de zaak werpen hun vruchten af.

Privégebruik auto van de zaak
Van de ongeveer 2,3 miljoen mensen die in Nederland een auto van de zaak rijden, hebben zo'n 230 duizend verklaard dat zij niet meer dan 500 kilometers met deze auto afleggen voor privé-doeleinden. Deze 500-kilometergrens is doorslaggevend voor de bijtelling voor het privégebruik van de auto van de zaak in de loonbelasting. De hoofdregel is dat 25% of 14% van de waarde van de auto (afhankelijk van de CO²-uitstoot) als voordeel van het privégebruik bij het loon wordt gerekend. Over deze bijtelling houdt de werkgever loonbelasting, premie volksverzekeringen en een inkomensafhankelijke bijdrage Zorgverzekeringswet in. Daardoor wordt het nettoloon lager.

De Belastingdienst gaat er standaard vanuit dat iedere auto van de zaak ook voor privé-doeleinden wordt gebruikt, tenzij aangetoond kan worden dat er op jaarbasis niet meer dan 500 privékilometers gereden zijn. Daarbij geldt het woon-werkverkeer als zakelijke kilometers. Bewijzen dat er niet meer dan 500 kilometer per jaar privé is gereden, kan bijvoorbeeld met de 'verklaring geen privégebruik auto' van de Belastingdienst in combinatie met een sluitende rittenregistratie. Wanneer geen gebruik gemaakt wordt van deze tegenbewijsregeling, moet de werkgever loonheffing inhouden over het in aanmerking genomen voordeel.

Misbruik
Nadat uit onderzoek was gebleken dat op grote schaal misbruik van deze regeling werd gemaakt, is de Belastingdienst overgegaan tot gerichte controles op het onterecht privégebruik van auto's. Zo werd vorig jaar bekend dat de Belastingdienst in de vakantieperiode controleerde bij de landsgrenzen en in weekenden bij woonboulevards. De komende tijd zal met herkenbare flitsauto's automatische kentekenregistraties uitgevoerd worden op veelbezochte locaties als evenementen, drukke verkeerswegen en grensovergangen. Automobilisten die op deze manier gecontroleerd worden, zal worden gevraagd om de kilometerregistratie. Als er sprake is van een niet kloppende administratie of blijkt dat er teveel privékilometers gereden zijn, zal worden overgegaan tot het opleggen van een naheffingsaanslag en eventueel een boete.

Succes
De Belastingdienst heeft aangegeven dat over het jaar 2008 nu al 12,6 miljoen euro aan naheffingen en boetes voor het onterecht privégebruik van de auto van de zaak is opgehaald. Het gaat om een kleine 4000 automobilisten, die niet konden bewijzen minder dan 500 privé-kilometers per jaar te rijden.

Indien een werknemer de bijtelling voor het privégebruik van de auto van de zaak wil voorkomen, is het essentieel dat hij een goede kilometerregistratie bijhoudt. Kan hij niet aantonen minder dan 500 privé-kilometers per jaar te maken, dan zal de fiscus bij controle snel overgaan tot het opleggen van een naheffingsaanslag en eventueel een boete.

28 - Banksparen: fiscaal vriendelijk uw pensioen aanvullen
Sinds 1 januari 2008 is het mogelijk om ook bij een bank of beleggingsinstelling fiscaal gefacilieerd te sparen voor de opbouw van uw pensioen.

Banksparen
Per 1 januari 2008 is het zogenoemde 'banksparen' ingevoerd. Daarmee is het wettelijk mogelijk om via een geblokkeerde rekening bij een bank of beleggingsinstelling fiscaal gefacilieerd te sparen voor uw pensioen of voor aflossing van uw hypotheek. Het banksparen is eenvoudiger en overzichtelijker dan een lijfrentepolis of beleggingsproduct. Doel van de invoering is dat er meer concurrentie komt op de markt voor dergelijke polissen; u bent niet enkel meer aangewezen op de verzekeraars.

Pensioentekort
Als sprake is van een pensioentekort, kunt u er voor kiezen dit aan te vullen met banksparen. De bedragen die u stort, zijn onder voorwaarden aftrekbaar voor de inkomstenbelasting. De hoogte van het bedrag dat u van uw belastbaar inkomen mag aftrekken, is afhankelijk van uw inkomen en het reeds opgebouwde pensioen. Het opgebouwde bedrag wordt belast op het moment van uitkering.

29 - Belastingverhogingen per 1 juli 2008
Met ingang van 1 juli 2008 is een aantal belastingen ingevoerd of verhoogd. Vooral de vervuiler gaat dit in zijn portemonnee voelen. Een overzicht...

Vliegbelasting
Het meest in het oog springend is de introductie van de vliegbelasting. Deze belasting wordt opgelegd per vertrekkende passagier. Er gelden twee verschillende tarieven, gedifferentieerd naar bestemming. Allereerst wordt € 11,25 in rekening gebracht voor bestemmingen gelegen binnen de Europese Unie (incl. de Canarische Eilanden, Azoren en Madeira) of afstanden tot 2500 kilometer. Voor overige bestemmingen geldt een tarief van € 45. De belasting wordt opgelegd aan exploitanten van de luchthaven. Transferpassagiers (passagiers die enkel in Nederland overstappen op een ander toestel) zijn uitgezonderd van de belasting.

Tabakaccijns
De accijns op sigaretten is verhoogd met € 0,29 per pakje van 20 stuks, wat inclusief BTW een prijsstijging betekent van € 0,35. Daarnaast is de accijns op shag verhoogd met € 0,46 per pakje van 50 gram, wat inclusief BTW een prijsstijging van € 0,54 meebrengt. Tenslotte is de minimumaccijns verhoogd van 97% naar 100% waardoor de prijs van een goedkoop pakje sigaretten of shag 5 tot 10 cent extra zal stijgen, naast de hiervoor genoemde prijsstijgingen.

Diesel en LPG-accijns
De accijns op LPG is verhoogd met € 0,015 per liter, waardoor deze nu op € 0,067 per liter komt. De accijns op diesel is met € 0,03 per liter toegenomen. De accijns op blanke diesel (gebruikt door de normale weggebruikers) komt daarmee op € 0,406 per liter en de accijns op rode diesel (gebruikt voor tractors, scheepvaart, industrie en landbouw) komt op € 0,077 per liter.

Kansspelbelasting
Over de opbrengst van kansspelautomaten zijn de exploitanten (eigenaren) kansspelbelasting verschuldigd. Deze opbrengst is dus niet langer onderworpen aan de heffing van BTW. Het tarief van de kansspelbelasting bedraagt 29% en is verschuldigd over de inleggelden, verminderd met de uitgekeerde prijzen. Tafelspelen, zoals roulette, zijn met ingang van 1 juli 2008 niet langer tegen 40,85% (het gebruteerde tarief), maar tegen 29% belast.

Energiebelasting
De eerste schijf van energiebelasting op elektriciteit is verhoogd met € 0,0025 per kWh. Over de eerste 10.000 kWh is de energiebelasting per kWh van € 0,0727 naar € 0,0752 gegaan.

Kritiek
De diverse belastingverhogingen hebben van alle kanten kritiek gekregen, zowel van oud-parlementariërs, consumenten als belangenverenigingen. De overheid kiest er echter voor de vervuiler zwaarder te belasten, om zodoende de belasting op arbeid (relatief) te verlichten.

30 - Bijtelling auto bij wisselend gebruik
In sectoren zoals de autobranche kan er sprake zijn van steeds wisselend gebruik van auto's. Hierdoor is het lastig om de grondslag voor de bijtelling vast te stellen. De Belastingdienst komt met een nieuwe handreiking.

Nieuwe handreiking
Wanneer u een auto van de zaak ter beschikking stelt aan een werknemer, krijgt u te maken met de bijtelling van het privégebruik. Op dit moment is er voor de autobranche nog de 'Autodealregeling 2007' om de grondslag voor deze bijtelling vast te stellen, maar deze regeling loopt af op 1 oktober 2008. Nu al bestaat er een nieuwe manier voor werkgevers, welke staat beschreven in de 'Handreiking bijtelling privégebruik auto voor de autobranche'.

Voor wie?
De handreiking is voor u van toepassing wanneer u actief bent in de autobranche en te maken hebt met wisselend gebruik van auto's. Dit is niet alleen het geval bij dealers in personenauto's, maar ook bij leasemaatschappijen en importeurs. Tot 1 oktober 2008 kunt u de oude regeling naast de nieuwe toepassen. U kunt vanaf heden echter ook al naar de nieuwe regeling overstappen.

Inhoud
De bijtelling wordt per dag bepaald. Dit geldt ook voor dagen dat de werknemer geen auto gebruikt. De bijtelling per dag is 1/365 van de bijtelling op kalenderbasis. Voor het bepalen van de grondslag voor de bijtelling privégebruik wordt onderscheid gemaakt tussen de volgende drie situaties:

  • De werknemer neemt na werktijd een auto mee
    U baseert de grondslag op de auto die de werknemer aan het eind van de werkdag meeneemt. Dit is ook van toepassing wanneer de werknemer een eerder gebruikte auto nog niet heeft teruggebracht.
  • De werknemer werkt niet, maar heeft wel een auto meegenomen (weekend, verlof of ziekte)
    U baseert de grondslag op de auto die de werknemer als laatste heeft meegenomen en nog niet heeft teruggebracht.
  • De werknemer neemt geen auto mee
    U baseert de grondslag op de auto waarop de grondslag voor de bijtelling de afgelopen twee maanden het vaakst is gebaseerd. Indien er nog geen twee maanden zijn verstreken neemt u de kortere periode als referentie.

Wanneer
In het geval dat het gebruik van auto's gedurende een loontijdvak nog niet vaststaat bij uitbetaling van het loon, mag u dit toerekenen aan het volgende loontijdvak. In het geval van ontslag moet de inhouding uiterlijk plaatsvinden op het moment dat u de laatste betaling in geld doet aan de werknemer. In de administratie moet altijd zichtbaar zijn welke auto om welke reden aan een werknemer wordt toegerekend.

31 - Starters betalen vaak te veel belasting
Als u een sterk wisselend inkomen heeft, kan het voor u gunstig zijn om de middelingregeling toe te passen. Deze regeling kan voor een starter op de arbeidsmarkt een forse belastingbesparing opleveren.

Wisselend inkomen
Als starter groeit uw inkomen in de eerste jaren vaak aanzienlijk. In het jaar van afstuderen is het inkomen laag. Dit zal in de volgende jaren met een fulltime baan een stuk hoger liggen. Door middel van de middelingregeling is het voor belastingbetalers mogelijk hun belastbaar inkomen over drie jaar te spreiden. Uiteraard kunt u ook van de regeling profiteren als uw inkomen om een andere reden sterk wisselde, bijvoorbeeld omdat u freelance heeft gewerkt.

Middelingregeling
Via de middelingregeling is het mogelijk uw inkomen uit box 1 te middelen over de afgelopen drie jaar. Zo kan een hoog belastingtarief worden vermeden in jaren dat er veel wordt verdiend. U kunt alleen middelen over een periode van drie aangesloten kalenderjaren. U komt alleen voor teruggaaf in aanmerking als het verschil tussen de door u verschuldigde belasting en de door u berekende belasting groter is dan € 545.

Verzoek
Voldoet u aan de voorwaarden, dan moet u een verzoek tot middeling indienen bij de Belastingdienst. Bij dit verzoek moet u een berekening van de middeling meesturen. U kunt het verzoek tot drie jaar na de definitieve aanslag over het laatste jaar van de periode waarover u wilt middelen indienen.

32 - VAR-aanvraag digitaal
In tegenstelling tot eerdere berichtgeving kunt u de VAR-verklaring voor 2009 pas half oktober digitaal aanvragen.

Aanvraag VAR
Wanneer u (vooraf) duidelijkheid wilt over uw fiscale status, kunt u een VAR-verklaring (Verklaring ArbeidsRelatie) aanvragen bij de Belastingdienst. Vanaf half oktober 2008 kunt u deze verklaring digitaal aanvragen. U vindt het aanvraagformulier vanaf die datum op www.belastingdienst.nl. U doet uw aanvraag door het formulier online in te vullen, te ondertekenen met u DigiD en te versturen. De VAR-verklaring is maximaal één kalenderjaar geldig. Deze termijn gaat in aan het begin van het kalenderjaar.

33 - AFSCHAFFING EERSTEDAGSMELDING
Voor het bedrijfsleven is het misschien wel de grootste administratieve ergernis; de eerstedagsmelding. In het Belastingplan 2009 is naar voren gekomen dat deze tijdrovende verplichting deze kabinetsperiode nog zal worden afgeschaft.

Administratieve ergernis
Als u een nieuwe werknemer in dienst neemt, moet de eerstedagsmelding (EDM) in beginsel uiterlijk de dag vóór het begin van de werkzaamheden binnen zijn bij de Belastingdienst. De overheid voerde deze EDM-verplichting twee jaar geleden in om zwartwerken en illegale arbeid tegen te gaan. De maatregel staat sindsdien boven aan de lijst van meest irritante regels.

Afschaffing
De eerstedagsmelding zal deze kabinetsperiode nog worden afgeschaft. Daarbij geldt wel dat de inspecteur de bevoegdheid krijgt om maximaal een vijfjarige EDM-verplichting op te leggen. Deze bevoegdheid geldt echter alleen als er sprake is van bijzondere risico's op fraude of illegale tewerkstelling.

34 - VPB-TARIEVEN VOOR 2008 VERLAAGD!
De VPB-tarieven zijn voor het jaar 2008 verlaagd in verband met het uitblijven van het voorgestelde renteboxregime.

In het Belastingplan 2009 is voorgesteld de Vpb-tarieven over 2008 met terugwerkende kracht tot en met 1 januari 2008 aan te passen. Dit houdt verband met het uitblijven van de invoering van het renteboxregime. Het MKB-tarief in de vennootschapsbelasting wordt verlaagd tot 20% voor winsten tot € 275.000. De winst vanaf € 275.000 wordt belast tegen 25,5%. De huidige tweede schijf van 23% komt te vervallen. Deze belastingverlaging heeft gevolgen voor alle Vpb-belastingplichtigen

Alleen voor 2008
De tariefverlaging geldt alleen voor het jaar 2008. Eventueel kan een aanpassing in het voorgestelde renteboxregime er toe leiden dat het incidentele karakter van de tariefsverlaging een permanent karakter krijgt. Hier kan echter pas uitsluitsel over worden gegeven nadat de Europese Commissie zich heeft uitgesproken.

35 - DOORWERKBONUS VOOR OUDEREN
In het Belastingplan 2009 is voorgesteld om ouderen die blijven doorwerken een (fiscale) doorwerkbonus te geven.

De doorwerkbonus wordt per 1 januari 2009 ingevoerd. Deze houdt in dat ouderen die blijven doorwerken in de leeftijd van 62 jaar en ouder in aanmerking komen voor een (heffings)korting op de te betalen inkomstenbelasting. De hoogte van de bonus is afhankelijk van de leeftijd van de belastingplichtige en het inkomen uit tegenwoordige arbeid. Zo krijgt een belastingplichtige die in een jaar 62 wordt en blijft doorwerken over dat kalenderjaar, een doorwerkbonus van 5% van het inkomen.

Voorwaarden
Voor de doorwerkbonus geldt wel een drempelinkomen. Zo moeten de inkomsten uit tegenwoordige arbeid boven € 8.860 uitkomen. Hierbij wordt de bonus berekend over het gedeelte van de inkomsten dat dit bedrag te boven gaat. Verder is de doorwerkbonus gemaximeerd. In de volgende tabel zijn de percentages en het maximale bedrag aan doorwerkbonus per leeftijdscategorie voor het jaar 2009 weergegeven.

Leeftijd:                    62             63             64             65             66             67 (e.v.)
Bonuspercentage:   5%            7%           10%          2%            2%           1%
Maximaal:                 € 2.296     € 3.214     € 4.592     € 918        € 918       € 459

36 - AFTREK SPEUR- EN ONTWIKKELINGSWERK VERRUIMD!
In het Belastingplan 2009 is voorgesteld de aftrek speur- en ontwikkelingswerk te verruimen.

Innovatief ondernemerschap
Als ondernemer kunt u in bepaalde gevallen gebruik maken van de aftrek speur- en ontwikkelingswerk in de Wet IB 2001. Voor deze aftrek komt u alleen in aanmerking als u aan het urencriterium voldoet en ten minste 500 uur in het kalenderjaar besteedt aan werk dat expliciet als speur- en ontwikkelingswerk is aangemerkt. Hiertoe dient een zogenoemde S&O-verklaring te zijn afgegeven.

Verruiming definitie
Ter bevordering van innovatief ondernemerschap is in het Belastingplan 2009 voorgesteld de aftrek speur- en ontwikkelingswerk te intensiveren. Dit geschiedt door een verruiming van de definitie van speur- en ontwikkelingswerk. De verruiming ziet op technische nieuwe programmatuur waarbij gebruik wordt gemaakt van al bestaande componenten. Hierdoor worden meer werkzaamheden aangemerkt als speur- en ontwikkelingswerk.

2e kwartaal 2008

14 - Schone personenauto's betalen helft motorrijtuigenbelasting
Heeft u een 'schone' personenauto? Dan betaalt u per 1 april 2008 minder motorrijtuigenbelasting!

Halftarief
Vanaf 1 april 2008 gaan bezitters van 'schone' personenauto's minder motorrijtuigenbelasting betalen. Beschikt u over een 'schone' auto dan betaalt u nog maar de helft van het tarief dat geldt voor bezitters van personenauto's met dezelfde massa en dezelfde soort brandstof die niet schoon zijn.

Norm 'schone' auto
U heeft een 'schone' personenauto als uw auto met een dieselmotor een uitstoot heeft van maximaal 95 gram per kilometer. Voor auto's met een andere motor geldt een maximale uitstoot van 110 gram per kilometer.

Let op!
Voldoet uw auto aan de eis? Dan ontvangt u binnenkort een brief van de Belastingdienst met meer informatie over het halftarief. Op de site van de Belastingdienst vindt u de 'Rekenhulp motorrijtuigenbelasting'. U kunt hiermee berekenen hoeveel motorrijtuigenbelasting u moet betalen.

15 - Starter hoeft zich alleen bij Kamer van Koophandel te melden!
Bent u van plan een onderneming te starten in de vorm van een eenmanszaak, vennootschap onder firma (vof) of commanditaire vennootschap (cv) dan hoeft u zich per 31 maart 2008 alleen nog bij de Kamer van Koophandel (KvK) te melden.

Eén keer inschrijven
Als startende ondernemer moet u uw onderneming laten inschrijven in het Handelsregister bij de Kamer van Koophandel en aanmelden bij de Belastingdienst. Voorheen moest u zich nog bij deze twee instanties afzonderlijk melden. Start u een eenmanszaak, vof of cv dan kunt u vanaf 31 maart 2008 bij uw inschrijving bij de Kamer van Koophandel ook meteen uw melding bij de Belastingdienst regelen. Dit geldt alleen voor de eenmanszaak, vof en cv. De andere rechtsvormen moeten zich nog wel apart bij de Belastingdienst melden.

KVK-nummer en BTW-identificatienummer
Start u een eenmanszaak dan ontvangt u direct uw KvK-nummer en (indien van toepassing) uw btw-identificatienummer. Binnen een week bent u dan opgenomen in de systemen van de Belastingdienst en ontvangt u een bevestiging van het btw-identificatienummer. Start u een vof of cv dan ontvangt u binnen ongeveer een week uw btw-identificatienummer.

16 - Koop uw bril nog in 2008!
Per 1 januari 2008 is de buitengewone uitgavenregeling voor ziektekosten beperkt. In uw aangifte IB 2008 zijn de (nominale) standaardpremie Zorgverzekeringswet en de inkomensafhankelijke bijdrage Zorgverzekeringswet niet meer aftrekbaar. Met ingang van
1 januari 2009 zal deze regeling volledig worden afgeschaft en worden vervangen door een regeling voor chronisch zieken en gehandicapten. Bent u van plan een bril of andere hulpmiddelen aan te schaffen, doe dat dan nog in 2008!

Alle niet-vergoede kosten opvoeren
Door deze wetswijziging zijn uw uitgaven voor onder meer een bril in uw aangifte IB 2009 niet langer aftrekbaar. Het kan voor u dus gunstig(er) zijn om bijvoorbeeld uw bril, lenzen, lenzenvloeistof, steunzolen, gehoorapparaat, kunstgebit, rolstoel, krukken en rollator nog in 2008 aan te schaffen. U kunt deze uitgaven, voor zover ze niet worden vergoed door uw verzekeringsmaatschappij, in uw aangifte IB 2008 als buitengewone uitgaven opvoeren. Om voor de aftrek in aanmerking te komen, moeten de niet-vergoede uitgaven wel een drempelbedrag overschrijden. Dit drempelbedrag is per 1 januari 2008 verlaagd. Mogelijk komt u in uw aangifte IB 2008 eerder boven de drempel uit.

Wat is uw drempelbedrag?
Bij een verzamelinkomen (voor toepassing van de persoonsgebonden aftrek) tot € 6.999 is de drempel € 115 (in 2007: € 793). Bij een verzamelinkomen (voor toepassing van de persoonsgebonden aftrek) boven € 6.999 is de drempel 1,65% (in 2007: 11,5%) van het verzamelinkomen (voor toepassing van de persoongebonden aftrek).

BTW-verhoging 2009
Verder is er per 1 januari 2009 een BTW-verhoging gepland van 19% naar 20%. Dit zou ook een reden kunnen zijn om uw aankopen niet uit stellen, maar in 2008 te doen.

17 - Vereenvoudigde regeling voor meewerkende kinderen
Werkt uw kind mee in uw onderneming dan geldt onder bepaalde voorwaarden een vereenvoudigde regeling voor de loonbelasting/premie volksverzekeringen en de Zorgverzekeringswet: 'de regeling voor meewerkende kinderen'. Het voordeel van de regeling is een vermindering van de administratieve lasten.

Voorwaarden
De regeling mag de werkgever onder de volgende voorwaarden toepassen:

  • Het kind werkt mee in uw onderneming (tenzij de onderneming mede voor rekening van uw kind wordt gedreven).
  • Het kind behoort tot uw huishouden
  • Het kind is 15 jaar of ouder.
  • Het kind is niet verzekerd voor een andere sociale verzekering dan een volksverzekering en de Zvw.

Wordt aan deze voorwaarden voldaan, dan moet u als werkgever van uw meewerkende kind bij de Belastingdienst een verzoek indienen voor de toepassing van de regeling. Dit kan worden gedaan met het formulier 'Melding Loonheffingen Werkgever van meewerkende kinderen'. Dit formulier is te downloaden via de site van de Belastingdienst. Let op: vóór de eerste uitbetaling van het loon moeten wel naam, adres en Burgerservicenummer (hierna: BSN) van uw meewerkende kind in de administratie zijn opgenomen. Verder moet u gebruik maken van een afzonderlijk loonheffingennummer voor uw meewerkende kind. Hebt u al een apart loonheffingennummer voor een meewerkend kind, dan kunt u hiermee ook voor uw andere meewerkende kinderen aangifte doen. U kunt het loonheffingennummer aanvragen met het formulier 'Melding Loonheffingen Werkgever van meewerkende kinderen'. Verder moet u de specificatie van de verschillende loonbestanddelen van het loon bij de loonadministratie bewaren en moet u altijd de loonheffingskorting toepassen.

Vereenvoudigde regeling
De voordelen van de regeling zijn:

  • U moet eenmaal per jaar aangifte loonheffingen doen.
  • U hoeft voor uw kind geen eerstedagsmelding te doen.
  • U hoeft geen loonstaten in te vullen.
  • Uw kind hoeft zijn naam, geboortedatum, BSN, adres en woonplaats niet schriftelijk, gedagtekend en ondertekend aan u te verstrekken.
  • U houdt de loonbelasting/premie volksverzekeringen en de inkomensafhankelijke bijdrage Zvw één keer per jaar in op de eerste werkdag van het volgende kalenderjaar.

Let op!
Vóór 1 februari van het jaar volgend op het kalenderjaar waarin het loon is verstrekt, moet u als werkgever aangifte doen en de ingehouden loonheffingen afdragen. Voorheen werd door de staatssecretaris uitstel verleend en kon er tot 1 maart van het volgende kalenderjaar aangifte worden gedaan. Voor de aangifte over 2008 geldt een overgangsregeling. Vóór 1 maart 2009 moet de aangifte over 2008 zijn gedaan en moeten de loonheffingen binnen zijn bij de Belastingdienst.

18 - VAR digitaal aanvragen en stilzwijgend verlengen
De Belastingdienst onderzoekt of de aanvraag van een VAR (verklaring arbeidsrelatie) voor het kalenderjaar 2009 digitaal kan worden gedaan.

Aanvraag VAR
Wilt u (vooraf) duidelijkheid over de fiscale status van uw inkomsten? Vraag dan een VAR-verklaring aan bij de Belastingdienst. Uw inkomsten kunnen worden aangemerkt als winst uit onderneming (VAR-wuo), loon uit dienstbetrekking (VAR-loon), resultaat uit overige werkzaamheden (VAR-row), inkomsten uit werkzaamheden voor rekening en risico van uw vennootschap (VAR-dga). In de aanvraag wordt een aantal vragen gesteld met betrekking tot bijvoorbeeld de verantwoordelijkheden die de u draagt, het aantal werk- of opdrachtgevers dat u heeft en de mate van zelfstandigheid in uw werk.

Digitale aanvraag
De staatssecretaris heeft aangegeven dat de Belastingdienst momenteel onderzoekt of het mogelijk is de VAR-aanvraag voortaan digitaal te doen. Als dit voor het kalenderjaar 2009 kan worden gerealiseerd, kunt u vanaf september 2008 uw aanvraag digitaal doen.

Stilzwijgend verlengen
De staatssecretaris wil verder dat er een stilzwijgende verlenging komt voor mensen die al drie jaar achter elkaar dezelfde VAR hebben gekregen. Op dit moment moet een belastingplichtige elk jaar opnieuw de VAR-verklaring aanvragen. De VAR-houders zijn uiteraard wel verplicht wijzigingen door te geven. Door een termijn van drie jaar te nemen, worden de mogelijkheden voor misbruik of oneigenlijk gebruik van de VAR-verklaring voor een groot deel weggenomen. De staatssecretaris hoopt dat vanaf 2010 de stilzwijgende verlening voor de VAR-wuo en VAR-dga mogelijk is.

19 - Tussencategorie voor leaserijder
Hebt u een auto van de zaak? Per 1 januari 2009 is het mogelijk dat uw fiscale bijtelling voor het privé-gebruik wordt verlaagd naar 20%.

Bijtelling
Per 1 januari 2008 is de bijtelling voor het privé-gebruik van de auto voor zeer zuinige auto's (CO2-uitstoot van maximaal 95 gram per kilometer voor dieselauto's en maximaal 110 gram per kilometer voor andere auto's) verlaagd naar 14%. Voor overige auto's is de bijtelling omhoog gegaan van 22% naar 25%. Staatssecretaris De Jager is van plan per 1 januari 2009 een derde, voordeliger tussencategorie van 20% in te voeren. Dit percentage geldt voor dieselauto's met een CO2-uitstoot tussen de 96 en 116 gram per kilometer en voor benzineauto's met een CO2-uitstoot tussen de 111 en 140 gram per kilometer.

Gegevens over de CO2-uitstoot van een auto staat op het milieulabel (voor nieuwe personenauto's van na 19 januari 2001) en op het zogenoemde certificaat van overeenstemming. U kunt dit certificaat opvragen bij de fabrikant of de importeur. U kunt ook het CO2-uitstootgegeven gebruiken dat in het brandstofverbruikboekje staat dat de Rijksdienst voor wegverkeer (RDW) elk jaar uitgeeft.

20 - Nieuwe Handelsregisterwet per 1 juli 2008 in werking
Per 1 juli 2008 treedt de nieuwe Handelsregisterwet in werking. Dit zal leiden tot een aantal belangrijke wijzigingen.

Nieuwe Handelsregisterwet
Het nieuwe handelsregister zal gaan functioneren als een integraal, digitaal basisregister van ondernemingen en andere rechtspersonen. Als ondernemer hoeft u uw gegevens voor de overheid nog slechts één keer en op één punt te verstrekken. Dit doet u bij de Kamer van Koophandel!

Uitbreiding kring ondernemingen en rechtspersonen
De kring van ondernemingen en rechtspersonen die verplicht zijn zich in te schrijven zal per 1 juli 2008 flink worden uitgebreid. Op dit moment geldt deze verplichting voor de BV, NV, vennootschap onder firma, eenmanszaak en commanditaire vennootschap. Na 1 juli 2008 moeten ook de volgende ondernemingen en rechtspersonen zich laten registreren:

  • eenmanszaken in de landbouw of de visserij;
  • verenigingen van eigenaren (VvE);
  • kerkgenootschappen;
  • publieke rechtspersonen (zoals gemeenten en ministeries);
  • maatschappen;
  • vrije beroepen, zoals huisartsen, advocaten, notarissen en architecten,
  • overige privaatrechtelijke rechtspersonen

 

Vermelding Handelsregisternummer
Voor bedrijven die in het Handelsregister staan ingeschreven, geldt een verplichting om het Handelsregisternummer te vermelden op vrijwel alle uitgaande post, zoals brieven, offertes en facturen. Na 1 juli 2008 geldt deze verplichting ook voor de website en (zakelijke) e-mail. Tevens moeten BV's en NV's de volledige naam en de statutaire zetel vermelden op de website. Verenigingen en stichtingen hoeven slechts aan deze verplichting te voldoen als zij een onderneming drijven. VvE's hoeven niet aan deze verplichting te voldoen.

Inschrijvingen en wijzigingen bij elke Kamer van Koophandel
Inschrijven, het doorgeven van wijzigingen en het deponeren van bescheiden kunt u per 1 juli 2008 bij elke Kamer van Koophandel doen. Deze handelingen hoeft u dus niet meer te doen bij de Kamer van Koophandel waar u staat ingeschreven.

21 - Sparen bij de fiscus (weer) voordeliger
De heffings- en invorderingsrente zijn verhoogd van 4,75% naar 5,15% voor het derde kwartaal van 2008. Het kan voor u aantrekkelijk zijn om te gaan 'sparen' bij de Belastingdienst!

Verhoging rente
Per 1 juli 2008 bedragen de heffings- en invorderingsrente 5,15%. Als achteraf blijkt dat u in een jaar te veel of te weinig belasting op aangifte heeft betaald, wordt door de Belastingdienst heffingsrente vergoed respectievelijk in rekening gebracht. De heffingsrente wordt tegelijkertijd met de (navorderings)aanslag bekendgemaakt. U kunt zowel tegen de ontvangen als te betalen heffingsrente in bezwaar en beroep gaan. In gevallen waarin het aan de Belastingdienst zelf te wijten is dat het rentenadeel is ontstaan, wordt er geen heffingsrente berekend. Invorderingsrente is rente die de Belastingdienst in rekening brengt als u een belastingaanslag niet op tijd betaalt of als de betaling en/of premieschuld in termijnen wordt afbetaald. Tegen opgelegde invorderingsrente kunt u ook in bezwaar gaan. U moet dit bezwaarschrift indienen binnen 10 weken na dagtekening van de beslissing waarbij de invorderingsrente in rekening is gebracht.

Aangezien de heffingsrente bij de fiscus hoger is dan de spaarrente bij reguliere banken kan het aantrekkelijk zijn om uw geld pas na afloop van het belastingjaar terug te ontvangen, in plaats van maandelijks via een voorlopige teruggaaf. Voorwaarde is uiteraard wel dat u het geld kunt missen! Bovendien hoeft u de vorderingen op de Belastingdienst niet aan te geven in Box III. U betaalt dus geen inkomstenbelasting over de rente die u van de Belastingdienst ontvangt.

22 - Zwangerschapsuitkering voor vrouwelijke zelfstandigen
Vrouwelijke zelfstandigen hebben met ingang van 4 juni 2008 recht op een zwangerschaps- en bevallingsuitkering van minimaal 16 weken.

WAZ-verzekering
Een werkneemster die in verwachting is, heeft recht op minstens 16 weken zwangerschaps- en bevallingsverlof. Wanneer u werkt als zelfstandige hebt u geen recht op dit verlof. Sinds de afschaffing van de Wet Arbeidsongeschiktheidsverzekering Zelfstandigen (WAZ) per 1 augustus 2004 bestaat er ook geen vergelijkbare verlofregeling meer voor zwangere zelfstandigen. U moet voor de periode waarin u niet kunt werken zelf zorgen voor een inkomen. U kunt hiervoor een verzekering afsluiten bij een particuliere verzekeringsmaatschappij. Veel vrouwelijke zelfstandigen verzekerden zich niet tegen het inkomensverlies door zwangerschap en bevalling. Dit is dan ook een belangrijke reden dat de wetgever tot de ZEZ-regeling is gekomen.

ZEZ-regeling
Met ingang van 4 juni 2008 hebben vrouwelijke zelfstandigen recht op een (publieke) zwangerschaps- en bevallingsuitkering van minimaal 16 weken (de Zelfstandig en Zwanger-regeling). Door deze regeling wordt het voor zelfstandigen minder noodzakelijk om tijdens de zangerschap door te werken en na de bevalling weer snel te beginnen. De uitkering bedraagt maximaal het wettelijke minimumloon (€ 1.335 bruto per maand per 1 januari 2008). Zelfstandigen die in het voorafgaande jaar minstens 1.225 uur werken, krijgen een uitkering op dit niveau. Voor zelfstandigen die minder dan 1.225 uur werken, hangt de uitkering af van de winst/inkomsten in het jaar voordat de uitkering wordt uitgekeerd. De uitkering wordt betaald uit de algemene middelen, waardoor er geen aparte premie hoeft te worden betaald. De UWV voert de regeling uit.

23 - EK-Poules dit jaar geen speerpunt van de Belastingdienst
Ze zijn er weer: de EK-poules. Dit jaar zijn deze geen speerpunt van de Belastingdienst. De fiscus zal dan ook niet extra gaan controleren. Goed nieuws voor alle Oranje-fans, maar let op dat het prijsbedrag niet boven de vrijstelling uitkomt!

Het voorspellen van uitslagen van EK-wedstrijden blijft populair onder de Nederlanders. De winst uit dergelijke poules kan dan ook behoorlijk oplopen. Als de waarde van de prijs meer dan € 454 bedraagt, is er kansspelbelasting verschuldigd. Tot dit bedrag is de prijs vrijgesteld. Zo moet bij een prijs van € 455 over het gehele bedrag 29% kansspelbelasting worden afgedragen. Bij een prijs van € 454 betaalt u niets. In principe moet de organisator van de poule de kansspelbelasting inhouden en afdragen. Binnen één maand na het tijdstip waarop de prijs ter beschikking is gesteld, moet de belasting worden afgedragen. Als de kansspelbelasting niet wordt afgedragen door de organisator, kan de prijswinnaar worden aangesproken.

24 - Geld van Spaanse fiscus na verkoop tweede huis?
Heeft u tussen juli 2004 en december 2006 uw tweede huis in Spanje verkocht, dan krijgt u mogelijk een aanzienlijk bedrag terug van de Spaanse Belastingdienst. U heeft namelijk 20% teveel vermogenswinstbelasting betaald.

Spanje heeft jarenlang twee tarieven gehanteerd bij de berekening van de verschuldigde belasting na verkoop van vastgoed in Spanje. Spanjaarden betaalden 15% over de waardestijging van hun huis en buitenlanders (niet-residenten) maar liefst 35%. De Europese Commissie gaf in 2005 aan dat dit beleid discriminerend is en dreigde met een rechtszaak tegen de Spaanse overheid. Daarop heeft Spanje de wet gewijzigd met als gevolg dat er in 2006 een algemeen tarief kwam van 18%. Als u onder de voorwaarden valt, dan is enige haast geboden bij het terugvorderen. De terugvordering van de vermogenswinstbelasting moet namelijk binnen 4 jaar na verkoop van de woning geschieden. Dit betekent dat voor huizen die in juli 2004 zijn verkocht, de verjaringstermijn volgende maand eindigt.

Heeft u tussen juli 2004 en december 2006 uw tweede huis in Spanje verkocht en heeft u vermogenswinstbelasting betaald aan de Spaanse Belastingdienst, dan heeft u teveel betasting betaald en kunt u mogelijk 20% van die belasting terugvorderen. Neem contact op met uw belastingadviseur om geen termijnen te laten verlopen.

1e kwartaal 2008

1 - AANGIFTE INKOMSTENBELASTING/PREMIE VOLKSVERZEKERINGEN 2007
Voor de belastingaangifte 2007 is op de site van de Belastingdienst het aangifteprogramma 2007 te downloaden. Bij de controle van de aangifte 2007 zal de Belastingdienst extra aandacht besteden aan het box 3-inkomen.

Aangifte 2007
Heeft u een aangiftebrief of -biljet gehad, dan moet u voor 1 april 2008 aangifte inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen doen. Als u dit voor 1 april 2008 doet, krijgt u voor 1 juli 2008 nog bericht van de Belastingdienst. U kunt elektronisch of op papier aangifte doen. Voor de elektronische aangifte is op de site van de Belastingdienst het aangifteprogramma 2007 te downloaden. Voor de ondertekening van de elektronische aangifte heeft u uw DigiD-inlogcode nodig. Als u deze code nog niet in uw bezit heeft, kunt u die aanvragen via www.digid.nl.

Heeft u geen aangiftebrief- of biljet voor 2007 gehad en verwacht u meer dan € 13 terug van de Belastingdienst, dan kunt u ook aangifte doen met het aangifteprogramma. U kunt dit geld tot en met 31 december 2012 terugvragen.

Let op:
Dit jaar zal de Belastingdienst bij de controle van de aangifte inkomstenbelasting 2007 extra aandacht besteden aan box 3. Hierin moet u onder andere uw eventuele spaartegoeden, beleggingen, tweede woning of verhuurde woning aangeven.

2 -  LIJST ALGEMEEN NUT BEOGENDE INSTELLINGEN BESCHIKBAAR
Wilt u nagaan of uw gift aan een goed doel fiscaal aftrekbaar is? Vanaf 3 januari jl. kunt u dit via de website van de Belastingdienst met het 'programma ANBI' controleren.

ANBI
Vanaf 1 januari 2008 is uw gift alleen nog aftrekbaar voor de inkomstenbelasting en de vennootschapsbelasting als deze wordt gedaan aan een bij beschikking aangemerkte Algemeen Nut Beogende Instelling (ANBI). Een ANBI is een kerkelijke, levensbeschouwelijke, charitatieve, culturele, wetenschappelijke of algemeen nut beogende instelling die de Belastingdienst heeft aangewezen als ANBI. Om als een ANBI te worden aangewezen moet de instelling jaarlijks een beschikking aanvragen bij de Belastingdienst.

Zoekprogramma
Via een programma op de website van de Belastingdienst kunt u eenvoudig uitzoeken of een bepaalde instelling of goede doelorganisatie een beschikking van de Belastingdienst heeft ontvangen en uw gift dus in aanmerking komt voor aftrek voor de inkomstenbelasting of de vennootschapsbelasting.

3 - GEZAMENLIJKE INSCHRIJVING BELASTINGDIENST EN KVK
Wanneer u zich als natuurlijk persoon na 1 april 2008 aanmeldt als ondernemer gaan de Belastingdienst en Kamer van Koophandel u gezamenlijk inschrijven. Of dit ook gaat gelden voor niet-natuurlijke personen die zich aanmelden is nog niet duidelijk.

Lastenverlichting
Voor natuurlijke personen moet de nieuwe manier van werken leiden tot een administratieve lastenverlichting. Het is nog onduidelijk of dit ook geldt voor niet-natuurlijke personen waardoor invoering voor deze groep nog onzeker is. De betrokkenheid van notarissen en fiscaal intermediairs speelt daarbij een belangrijke rol.

Loketten
De gezamenlijke loketten voor inschrijving worden gevestigd in de kantoren van de Kamer van Koophandel. Door deze maatregel komt er een vervolg op de succesvolle proef waarbij ondernemers die zich als eenmanszaak bij de KvK inschreven ook meteen een BTW-nummer meekregen.

4 - BELASTINGVRIJE INVOER VOOR REIZIGERS VERRUIMD
Nadat de grens voor belastingvrije invoer al 15 jaar ongewijzigd was gebleven, is er overeenstemming bereikt over de nieuwe grens en de ingangsdatum. Vanaf 1 december 2008 mag er per reiziger voor 430 euro belastingvrij ingevoerd worden.

Vliegtuig, schip of land
Vanaf 1 december mag u als reiziger van buiten de EU voor een hoger bedrag vrij van accijns en BTW invoeren. Het plafond gaat van 175 naar 430 euro voor passagiers die van buiten de Europese Unie per vliegtuig of schip ons land binnen komen. Komt u over land, dan mag u voor 300 euro belastingvrij invoeren. Deze scheiding is aangebracht omdat u over land in staat bent vaker goederen de EU binnen te brengen.

Invoertarief
Voor bedragen boven de 430 euro geldt er een invoertarief van 3,5%, waar nog 19% BTW bovenop komt. Het gaat wel alleen om artikelen die u meeneemt in uw bagage en die voor persoonlijk gebruik zijn bestemd. Zijn de goederen voor de verkoop of voor uw bedrijf, dan geldt er doorgaans een hoger invoertarief. Voor sigaretten en drank zijn er overigens strengere regels van toepassing.

5 - DE DGA IS BTW-ONDERNEMER AF
Het Europese Hof van Justitie heeft onlangs in het 'Van der Steen-arrest' beslist dat een DGA die op basis van een arbeidsovereenkomst in naam en voor rekening van zijn BV werkzaamheden verricht, niet aangemerkt kan worden als ondernemer voor de BTW.

Van der Steen-arrest
Sinds 26 april 2002 bestond in Nederland het beleid dat een DGA, met een meerderheid van de aandelen in zijn BV, aangemerkt moest worden als ondernemer voor de BTW. Hier is per 18 oktober 2007 een eind gekomen door het 'Van der Steen-arrest', waarin staat dat een DGA geen ondernemer voor de BTW kan zijn als hij enkel op basis van een arbeidsovereenkomst werkzaamheden verricht in naam en voor rekening van zijn BV.

Met andere woorden, de DGA handelt in naam van de BV en treedt niet zelfstandig en voor eigen risico op in het economische verkeer. De DGA blijft echter wel ondernemer voor de BTW als hij naast zijn werkzaamheden een pand verhuurt aan zijn eigen BV.

In de praktijk betekent dit dat er over de arbeidsvergoeding geen BTW meer verschuldigd is en dus geen factuur meer hoeft te worden gestuurd aan de BV voor de verrichte arbeid. Daarnaast vervalt het recht op aftrek van de voorbelasting voor de DGA.

Herziening voorbelasting
De beëindiging van het ondernemerschap voor de BTW kan ook tot gevolg hebben dat, voor goederen waarvoor in het verleden een recht op aftrek van voorbelasting bestond, een herziening van kracht wordt. De goederen gaan namelijk over van uw ondernemings- naar uw privé-vermogen, nu uw ondernemerschap beëindigd is. De staatssecretaris heeft goedgekeurd dat voor deze overgang de goederen tegen boekwaarde gewaardeerd mogen worden. Daarnaast mag u goederen voor 1 april 2008 aan de BV leveren, als de BV voor de BTW-heffing van dat goed in de plaats treedt van u als DGA. Dit houdt in dat de BV in de toekomst BTW voldoet over het privé-gebruik van deze goederen.

6 - JAARREKENING 2006 VOOR 1 FEBRUARI 2008 DEPONEREN
Hebt u de jaarrekening over boekjaar 2006 nog niet ingediend bij de Kamer van Koophandel? Dan moet u dit vóór 1 februari 2008 doen.

NV en BV
Alle NV's en BV's zijn verplicht hun (vastgestelde) jaarrekening jaarlijks bij de Kamer van Koophandel te deponeren. De jaarrekening moet na vaststelling door de aandeelhouders binnen 8 dagen gedeponeerd worden. Dit moet uiterlijk 7 maanden en bij uitstel uiterlijk 13 maanden na afloop van het boekjaar gebeuren. Uitstel hoeft u niet te melden bij de KvK. Wanneer uw boekjaar gelijk loopt met het kalenderjaar, moet u het boekjaar 2006 dus vóór 1 februari 2008 deponeren.

Eenmanszaak, VOF, CV en maatschap
De deponeringsplicht geldt niet voor een eenmanszaak of maatschap. Een vennootschap onder firma (VOF) of commanditaire vennootschap (CV) moet enkel een jaarrekening inleveren wanneer alle beherende vennoten buitenlandse kapitaalvennoten zijn.

Boete
De deponering wordt jaarlijks gecontroleerd door de Belastingdienst. Wanneer u niet (op tijd) uw jaarrekening heeft ingeleverd, kunt u een forse boete verwachten. Ook is het mogelijk dat u als bestuurder van een BV bij faillissement persoonlijk aansprakelijk wordt gesteld als er geen jaarrekening is gedeponeerd.

Ontheffing
Is het voor u technisch niet mogelijk om een jaarrekening samen te stellen, dan kunt u hiervoor een vrijstelling krijgen. Deze ontheffing wordt bij uitzondering verleend, bijvoorbeeld bij vervreemden van de boekhouding of brand. In plaats van de jaarrekening wordt een afschrift van de ontheffing bij de Kamer van Koophandel neergelegd. Een verzoek tot deze ontheffing dient u bij de Minister van Economische Zaken aan te vragen.

7 - BEREID U VOOR, ZZP'ER!
Veel (startende) ZZP'ers worden geconfronteerd met een strenge controle door de Belastingdienst bij de aanvraag van een Verklaring Arbeidsrelatie (VAR).

De Belastingdienst is de aanvragen van de VAR door ZZP'ers zorgvuldig aan het controleren. Dit om de schijnconstructies, waarbij werknemers de status van ondernemer willen verkrijgen, tegen te gaan.

VAR
Voor de beoordeling van het zelfstandig ondernemerschap zijn aspecten als de omvang van de werkzaamheden, het aantal klanten, de gezagsverhouding met de opdrachtgever, de investeringen in kapitaal en het risico dat wordt gelopen van belang. Deze aspecten worden samen gewogen om te beoordelen of sprake is van zelfstandig ondernemerschap. Door een VAR aan te vragen kunt u vooraf zekerheid krijgen over het feit of uw werkzaamheden zijn aan te merken als: loon uit dienstbetrekking (VAR-loon), resultaat uit overige werkzaamheden (VAR-row) of winst uit onderneming (VAR-wuo).

Beschikt u over een VAR-wuo dan hoeft uw opdrachtgever geen loonheffing en premies werknemersverzekeringen te betalen. Hiernaast hebt u als zelfstandige ondernemer recht op ondernemersaftrek, starteraftrek en 10%-winstvrijstelling. Met een VAR-row moet de opdrachtgever zelf beoordelen of er sprake is van een (fictieve-) dienstbetrekking. Komt de opdrachtgever tot de conclusie dat dit niet het geval is dan hoeft hij geen loonheffing en premies werknemersverzekeringen in te houden. Als de Belastingdienst achteraf toch een (fictieve-) dienstbetrekking constateert, moet de opdrachtgever alsnog loonheffingen en premies werknemersverzekeringen afdragen. Met een VAR-row heeft de ZZP'er geen recht op ondernemersaftrek, starteraftrek en 10%-winstvrijstelling.

Controle Belastingdienst
Om een VAR van de Belastingdienst te verkrijgen moet u een ingevuld aanvraagformulier opsturen aan de Belastingdienst. Bij het invullen moet u rekening houden met een aantal strikvragen. De Belastingdienst is namelijk niet snel geneigd een VAR-wuo af te geven. Bent u starter, dan kan het lastig zijn om antwoord te geven op vragen over de hoogte van de winst, de onderworpenheid, de tijd die in de onderneming wordt gestoken en het aantal klanten.

Strikvragen
Ook kunnen vragen onduidelijk zijn, bijvoorbeeld de vraag of 'de belastingplichtigen gehouden zijn aanwijzingen op te volgen van opdrachtgevers'. U bent misschien geneigd 'ja' te antwoorden omdat u hierbij denkt aan het verkrijgen van een opdracht of het halen van een deadline, maar de Belastingdienst kan daaruit een essentieel kenmerk van een arbeidsrelatie (gezagsverhouding) afleiden. Op basis hiervan kan de ZZP'er een VAR-wuo worden ontzegd. Hiernaast krijgen de ZZP'ers steeds vaker te maken met (vaak telefonisch) nadere vragen naar aanleiding van de aanvraag. Meestal komen dergelijke vragen als een complete verrassing, waardoor de 'ondernemer' onvoorbereid de ambtenaar te woord moet staan.

8 - STRENGERE EISEN LOONADMINISTRATIE
Per 1 januari 2008 gelden er strengere eisen voor uw loonadministratie. De identificatieplicht is uitgebreid en er is een zesmaandenfictie ingevoerd.

Uitbreiding identificatieplicht
Per 1 januari 2008 is de identificatieplicht uitgebreid. Het anoniementarief van 52% is nu ook van toepassing als de werknemer geen of een onjuist burgerservicenummer (voorheen sofi-nummer) heeft verstrekt en als de werknemer niet is toegestaan in Nederland arbeid te verrichten. Deze laatste uitbreiding houdt in dat u als werkgever de verblijfsrechtelijke status aan de hand van een geldige verblijfsvergunning of een geldige tewerkstellingsvergunning dient vast te stellen en een kopie van deze vergunning(en) in de loonadministratie moet bewaren.

Anoniementarief
Wanneer u het anoniementarief moet toepassen, houdt u 52% aan loonbelasting en premie volksverzekeringen in op het loon van uw werknemer. Daarbij mag u geen rekening houden met de loonheffingskorting en het maximumbijdrageloon voor de inkomensafhankelijke bijdrage Zvw (zorgverzekeringswet). U mag evenmin rekening houden met het maximumpremieloon en de franchise voor de premies werknemersverzekeringen. Voor anonieme werknemers geldt er een aparte tabel voor de eindheffing, kijk daarvoor op www.belastingdienst.nl/zakelijk.

Zesmaandenfictie
De zesmaandenfictie houdt in dat een werknemer die u ten onrechte niet heeft opgenomen in uw loonadministratie of voor wie u geen eerstedagsmelding heeft gedaan, geacht wordt al ten minste zes maanden bij u in dienst te zijn geweest. Het gevolg is dat zonder bewijs over die zes maanden naheffingsaanslagen kunnen worden opgelegd. U kunt wel tegenbewijs leveren door aan te tonen dat de werknemer korter in dienst is geweest. De naheffingsaanslag wordt tegen het anoniementarief opgelegd.

Eerstedagsmelding (EDM)
Als werkgever moet u nieuwe werknemers aanmelden bij de Belastingdienst met de 'Opgaaf eerstdagsmelding'. Deze melding moet uiterlijk de dag vóór het begin van de werkzaamheden bij de Belastingdienst binnen zijn. Een uitzondering bestaat wanneer uw werknemer na bijvoorbeeld een sollicitatiegesprek dezelfde dag nog bij u aan de slag gaat. Dan mag u de EDM op diezelfde dag doen, maar wel vóór het begin van de werkzaamheden. Hoe u de EDM kunt doen, leest u op de site van de Belastingdienst.

9 - Meer inkomen voor uw ex-partner, lagere kindertoeslag voor u?
Hebt u kinderen onder de 18 jaar dan kunt u in aanmerking komen voor de kindertoeslag. De hoogte hiervan is afhankelijk van een aantal factoren. Eén daarvan is de hoogte van uw (gezamenlijke) inkomen. Als u en uw (toeslag)partner uit elkaar gaan, kunt u gebruik maken van de 10%-regeling.

Kindertoeslag
De kindertoeslag is per 1 januari 2008 in de plaats gekomen van de kinderkorting. De kindertoeslag kan oplopen tot € 82 per maand. Dit bedrag is afhankelijk van uw inkomen. Hoe lager uw inkomen, hoe meer kindertoeslag u kunt ontvangen. Is uw (gezamenlijke) inkomen hoger dan € 46.700 dan bestaat er geen recht op kindertoeslag. U kunt via de site www.toeslagen.nl de hoogte van uw toeslag berekenen.

Wijzigingen doorgeven
Wijzigingen in uw persoonlijke omstandigheden kunnen van invloed zijn op de hoogte van uw kindertoeslag. Gaan u en uw partner in de loop van 2008 uit elkaar? Dan moet u of uw ex-partner dit zo snel mogelijk doorgeven aan de Belastingdienst. Dit kan met het Aanvraag- en wijzigingsprogramma kindertoeslag 2008. Is uw ex-partner nadat u uit elkaar bent gegaan veel meer gaan verdienen? Dan kan uw kindertoeslag een stuk lager uitvallen dan u had verwacht. In dat geval kunt u in aanmerking komen voor de 10%-regeling.

10%-regeling
Van deze regeling kunt u gebruik maken als het verwachte toetsingsinkomen van uw ex-partner na de scheiding minstens 10% hoger uitkomt dan voor de scheiding. Volgens de regeling telt het inkomen dat uw ex-partner is gaan verdienen, nadat u uit elkaar bent gegaan, niet mee voor de berekening van uw kindertoeslag. De Belastingdienst gaat uit van het inkomen dat uw ex-partner verdiende toen u nog samen was.

U moet een brief naar de Belastingdienst sturen waarin u doorgeeft dat u van de regeling gebruik wilt maken. In deze brief moet u aannemelijk maken dat de 10%-regeling op u van toepassing is. De Belastingdienst beslist bij de definitieve berekening over 2008 of de regeling voor u geldt.

10 - Controle op zwartklusser!
Sinds eind vorig jaar controleert de Belastingdienst actief op zwartklussers. Er zijn sindsdien al honderden (nieuw)bouwlocaties bezocht door teams van Belastingdienstmedewerkers. Vraag bij de verbetering of onderhoud van uw eigen woning altijd om een bon of factuur!

Controles
De controles van de Belastingdienst zijn vooral gericht tegen malafide ondernemers of zelfstandige ondernemers die proberen omzet buiten de administratie te houden. In 20% van de gevallen blijkt er fiscaal iets niet in orde te zijn.

Hypotheekrenteaftrek
Leent u geld voor verbetering of onderhoud van uw eigen woning dan is de rente over deze lening in principe aftrekbaar. Voorwaarde is dat u de intentie heeft de lening aan deze doelen te besteden en dat u met schriftelijke bescheiden (facturen, bonnen etc.) kunt aantonen dat uitgaven voor de verbouwing uit de lening zijn betaald. 

11 - KINDEROPVANGTOESLAG OVER 2007 VÓÓR 1 APRIL 2008 AANVRAGEN
Ging u kind in 2007 naar de kinderopvang en hebt u nog geen aanvraag voor kinderopvangtoeslag ingediend? Dan kunt u dit tot 1 april 2008 doen.

Voorwaarden
Op www.toeslagen.nl kunt u berekenen of u in aanmerking komt voor de kinderopvangtoeslag en hoeveel kinderopvangtoeslag u kunt krijgen. Om in aanmerking te komen voor deze toeslag moeten u en uw eventuele (toeslag)partner beide werken of een opleiding volgen. De organisatie die uw kind opvangt, moet tevens geregistreerd zijn.

Wijzigingen
Is er iets in uw situatie gewijzigd en heeft u dit nog niet doorgegeven? Ook de wijzigingen 2007 kunt u tot 1 april 2008 met het aanvraag- en wijzigingsprogramma doorgeven. Geeft u de wijzigingen niet of niet op tijd door, dan loopt u het risico dat u teveel toeslag ontvangt en (gedeeltelijk) moet terugbetalen.

Werkloos
Wie werkloos wordt en voorheen recht had op kinderopvangtoeslag, behoudt dit recht gedurende heel het jaar 2008. Bij de toelichting op het aanvraag- en wijzigingsprogramma en bij de toelichting op het papieren formulier staat echter dat er na werkloosheid nog maar 6 maanden recht bestaat op kinderopvangtoeslag. Binnenkort zal dit worden aangepast. Wie werkloos wordt, heeft dus, ondanks de nu nog tegenstrijdige informatie in de toelichtingen, heel 2008 recht op kinderopvangtoeslag.

12 - Uw aangifte voor het jaar 2007: aftrek van studiekosten
Wanneer u zelf de kosten draagt voor het volgen van een opleiding of studie, kunt u deze kosten in uw aangifte 2007 opvoeren als persoonsgebonden aftrekpost.

Voorwaarden
Om scholingsuitgaven in aftrek te brengen, moet u aan een aantal (cumulatieve) voorwaarden voldoen. Zo moeten de kosten door u zijn gemaakt met het oog op het verwerven van box 1-inkomen. Het doel van de opleiding of studie moet zijn: het verbeteren van uw financieel- economische positie of het op peil houden of verbeteren van kennis en vaardigheden die u nodig heeft voor het verwerven of behouden van uw inkomen uit tegenwoordige arbeid. Het mag dus niet gaan om een studie die als hobby of uit persoonlijke interesse wordt gevolgd. Verder moeten de kosten op u drukken en bijvoorbeeld niet vergoed worden door uw werkgever. Tot slot moet u aannemelijk maken dat de kosten in direct verband staan met de gevolgde opleiding of studie. Het slechts aanschaffen van literatuur betekent dus nog niet dat er een opleiding of studie wordt of zal worden gevolgd.

Drempel en beperkingen
De drempel die ongeacht de hoogte van uw inkomen geldt voor het in aftrek brengen van studiekosten bedraagt € 500. In bepaalde omstandigheden geldt een maximaal aftrekbedrag van € 15.000. Verder geldt er een aantal beperkingen. Zo zijn de uitgaven die verband houden met levensonderhoud, werk- of studeerruimten en reizen en verblijven uitgesloten van de aftrek.

Aftrekbare kosten
Kosten die in aftrek kunnen worden gebracht zijn onder andere:

  • Collegegelden, lesgelden en cursusgelden.
  • Tentamen-, examen- en inschrijfgelden.
  • Vakliteratuur zoals studieboeken en tijdschriften.
  • Schrijfgerei, papier en dictaten.
  • Promotiekosten.
  • Kosten voor deelname aan congressen.
  • Buitenlandse talencursussen.
  • Computers en computercursussen.

Voor de aftrek moeten de kosten wel aan bovenstaande voorwaarden voldoen.

13 - Uw aangifte voor het jaar 2007: vrijstellingen in box 3
De Belastingdienst besteedt bij de 'aangifte inkomstenbelasting 2007' extra aandacht aan uw vermogen in box 3. Hieronder vallen onder andere bank- en spaartegoeden, tweede woningen in binnen- en buitenland en kapitaalverzekeringen die niet zijn gekoppeld aan de eigen woning. Houd bij uw aangifte 2007 rekening met de volgende vrijstellingen.

Heffingvrij vermogen
Het heffingvrije vermogen voor het jaar 2007 bedraagt € 20.014. U kunt het heffingvrije vermogen overdragen aan uw partner. Dit speelt bijvoorbeeld als u beschikt over negatief vermogen of vermogen dat lager is dan het heffingvrije vermogen. U kunt uw partner het heffingvrij vermogen toeschuiven zodat een heffingvrij vermogen van € 40.028 bij uw partner ontstaat. U kunt overigens alleen het gehele bedrag aan uw partner toedelen. U moet hier gezamenlijk om verzoeken. Het gezamenlijk verzoek doet u door uw fiscale partner zijn handtekening te laten zetten op het voorblad van uw aangifte.

Minderjarige kinderen
Wanneer u minderjarige kinderen heeft die onder uw ouderlijke gezag staan, heeft u per kind een extra vrijstelling van € 2.674. Deze vrijstelling kan maar bij één van de ouders worden geëffectueerd en wordt automatisch aan de oudste partner toegerekend. Wanneer u dit wilt veranderen, moeten de partners gezamenlijk een verzoek indienen. Dit gezamenlijk verzoek doet u door uw fiscale partner zijn handtekening te laten zetten op het voorblad van uw aangifte.

Ouderentoeslag
Wanneer u aan het eind van het jaar 2007 de leeftijd van 65 heeft bereikt, heeft u onder voorwaarden recht op ouderentoeslag. De ouderentoeslag verhoogt uw heffingvrij vermogen. De hoogte van de ouderentoeslag is afhankelijk van uw box 1-inkomen. De ouderentoeslag kunt u onder voorwaarden overdragen aan uw partner. U en uw fiscale partner moeten hiervoor een verzoek doen in uw 'aangifte inkomstenbelasting 2007'.

Overige vrijstellingen
Hiernaast bestaan er vrijstellingen voor culturele, sociaal-ethische en groene beleggingen en beleggingen in durfkapitaal. Wanneer u deelneemt aan de spaarloonregeling is het (geblokkeerde) saldo dat u heeft opgebouwd vrijgesteld tot een bedrag van € 17.025.

4e kwartaal 2007

39 - HOUD VERKAPTE DIENSTBETREKKINGEN IN DE GATEN
Maakt u als ondernemer gebruik van de diensten van zelfstandige ondernemers? Houd dan in de gaten of feitelijk sprake is van een dienstbetrekking. Controleert u onvoldoende of de zelfstandige ook echt als zelfstandige ondernemer kan worden aangemerkt, dan loopt u het risico op een naheffingsaanslag loonheffingen.

Hof 's-Hertogenbosch heeft onlangs uitspraak gedaan in een zaak over een schoonmaker die voorheen in dienstbetrekking werkzaam was bij een restaurant en later beweerde als zelfstandige te werken. De schoonmaker ontving hiervoor een bedrag gelijk aan zijn oude brutoloon en zou zelf zorgdragen voor alle afdrachten. Bij controle bleek dat nooit aangiften inkomstenbelasting waren gedaan, geen inschrijving bij de Kamer van Koophandel was gedaan, geen BTW-nummer was aangevraagd en er nooit een verklaring arbeidsrelatie (VAR) was gegeven of gevraagd.

Ondernemer nalatig
Het Hof oordeelde dat sprake was van een gewone dienstbetrekking en dat de ondernemer het had nagelaten uit te zoeken of de schoonmaker wel echt aangemerkt kon worden als een zelfstandige ondernemer. De ondernemer moest de niet-afgedragen loonheffing alsnog betalen.

40 - ONDERBOUW ONBELASTE VASTE KOSTENVERGOEDING
Een onbelaste vaste kostenvergoeding is voor u als werkgever aantrekkelijk en overzichtelijk. Het niet onderbouwen hiervan kan echter een vervelende naheffingsaanslag loonheffing tot gevolg hebben. Zorg daarom voor een duidelijke specificatie en onderbouwing. U komt dan beslagen ten ijs als de Belastingdienst hiernaar vraagt.

Voor een werkgever kan het efficiënt zijn werknemers een onbelaste vaste kostenvergoeding te betalen voor kleine, regelmatig voorkomende zakelijke kosten. Aan deze manier van vergoeden is wel een voorwaarde verbonden. De vergoeding dient per kostensoort te worden gespecificeerd en u als werkgever moet de vaste kostenvergoeding op verzoek van de Belastingdienst correct kunnen onderbouwen bij een steekproefsgewijs onderzoek.

Boete
Recent heeft Hof Amsterdam uitspraak gedaan in een zaak waarin een werkgever niet in staat was enig (schriftelijk) bewijs te leveren van de uitsplitsing van de vaste kostenvergoeding. De gehele vergoeding voor interne representatiekosten werd alsnog belast met toepassing van het gebruteerde tabeltarief. Daarnaast werd een boete van 10% opgelegd.

41 - MINDER ADMINISTRATIEVE LASTEN DANKZIJ EEN SGI
Wanneer verschillende inhoudingsplichtigen samenwerken en werknemers switchen van de ene naar de andere inhoudingsplichtige, moet dit normaal gesproken worden behandeld als een nieuw dienstverband. De bestaande dienstbetrekking moet worden beëindigd en alle handelingen voor de nieuwe werknemer moeten opnieuw worden verricht. Zoals het vaststellen van de identiteit. Dit kunt u voorkomen door het aangaan van een SGI: een Samenhangende Groep Inhoudingsplichtigen. Een aanzienlijke lastenverlichting voor alle verbanden waarin inhoudingsplichtigen samenwerken.

De voordelen
Wilt u hier gebruik van maken dan kunt u eenvoudig een verzoek indienen bij de Belastingdienst. De inspecteur beslist met een beschikking waarin nadere voorwaarden kunnen staan. Voor een werknemer die binnen de SGI overgaat van de ene naar de andere inhoudingsplichtige geldt dat:

  • De nieuwe inhoudingsplichtige niet opnieuw de identiteit van de werknemer hoeft vast te stellen.
  • De werknemer de gegevens voor de loonheffingen niet opnieuw hoeft te geven.
  • De nieuwe inhoudingsplichtige het jaarloon voor de bijzondere beloningen niet opnieuw hoeft vast te stellen.
  • De spaarloonregeling van de werknemer doorloopt.
  • De beschikking voor de 30%-regeling geldig blijft bij gelijkblijvende omstandigheden.

Aangifte werknemersverzekeringen
Alle inhoudingsplichtigen binnen de SGI moeten in verband met de premies voor de werknemersverzekeringen apart aangifte doen. Indien de inhoudingsplichtigen de aangiften op hetzelfde moment doen, is het mogelijk dat de SGI de verschuldigde loonbelasting in één bedrag betaalt.

42 - EMIGRATIEHEFFING DGA VERNIETIGT DOOR HOF
Een DGA heeft met succes geprocedeerd tegen de (inmiddels gewijzigde) Nederlandse emigratieheffing. Hof Arnhem heeft de conserverende aanslag over de waarde van zijn aanmerkelijkbelangaandelen waarover hij zekerheden moest stellen, vernietigd.

Sinds 1997 legt de fiscus bij emigratie van een DGA een conserverende aanslag op over onder andere de waardevermeerdering van de aandelen tot aan het moment van emigratie. Hiermee wordt voorkomen dat DGA's in het buitenland hun aandelen tegen een veel lager tarief of zelfs belastingvrij 'cashen' wanneer zij daar hun aandelen verkopen.

Drastische aanpassing
In de loop van de jaren is de Nederlandse emigratieheffing drastisch aangepast. Zo is in 2004 de verplichting tot zekerheidstelling over de geconserveerde waarde vervallen en houdt de Nederlandse fiscus sinds 2005 ook rekening met een eventuele waardedaling van de aandelen na emigratie.

Gehele aanslag vernietigd
Laatst heeft een DGA met succes geprocedeerd tegen de aan hem opgelegde conserverende aanslag over de waarde van zijn aanmerkelijkbelangaandelen waarover hij zekerheid moest stellen. De gehele conserverende aanslag werd vervolgens vernietigd.

43 - VERRUIMING REISKOSTENVERGOEDING BIJ GROTE VERKEERSHINDER
Staat u vaak in de file tussen uw woonplaats en werklocatie vanwege wegwerkzaamheden? Hebben uw werknemers daarmee te maken? Of verwacht u dit binnenkort? Weet dan dat u een vervoerkaart kunt krijgen van de overheid zodat u of uw werknemers gebruik kunnen maken van vervangend vervoer. De termijn wordt bovendien verruimd!

Vaak krijgen werknemers een onbelaste reiskostenvergoeding voor het reguliere woon-werkverkeer. Daarnaast kunnen zij bij dreigende verkeershinder door grootschalige wegwerkzaamheden zonder fiscale gevolgen een grotendeels door de overheid gefinancierde vervoerkaart ontvangen. Door deze vervoerkaart kan een werknemer kosteloos gebruik maken van vervangend vervoer.

Periode langer dan zes maanden
Er is voorgesteld om per 1 januari 2008 de periode dat werknemers zonder fiscale gevolgen een vervoerkaart kunnen gebruiken uit te breiden. Deze termijnverlenging geldt ook voor vervoerkaarten die in 2007 al zijn verstrekt en waarvan de periode van 6 maanden nog niet voorbij is.

44 - AFTREKBAARHEID VAN (CONTANTE) GIFTEN
De aftrekbaarheid van giften in contanten kwam onlangs in opspraak. Wij zetten de regels nog eens op een rij voor u.

Om fiscale aftrek van giften te claimen moet aan enkele voorwaarden zijn voldaan:

  • De instelling die de gift toekomt, moet aan te merken zijn als kerkelijke, levensbeschouwelijke, charitatieve, culturele, wetenschappelijke of het algemeen nut beogende instelling.
  • De betaling moet uit vrijgevigheid gedaan zijn, er mag geen tegenprestatie tegenover staan.
  • De gift moet aangetoond kunnen worden met schriftelijke bescheiden.

Belastingdienst wijst instellingen aan
Vanaf 1 januari 2008 komen giften alleen nog maar voor aftrek in aanmerking als de instelling door de Belastingdienst is aangewezen als 'algemeen nut beogende instelling'(ANBI).

Periodieke giften
Er wordt een onderscheid gemaakt tussen 'periodieke giften' en 'andere giften'. Periodieke giften zijn giften in de vorm van een vaste en gelijkmatige uitkering. Om deze giften in aftrek te kunnen brengen, moeten ze vastgelegd worden in een notariële akte van schenking met de verplichting gedurende vijf jaren of meer, tenminste jaarlijks te schenken. Voor de aftrek van periodieke giften geldt geen drempel en geen maximum.

Andere giften
Voor de aftrek van andere giften geldt wel een drempel en een maximum:

  • De giften moeten in totaal zowel € 60,- als 1% van het verzamelinkomen (vóór toepassing van persoonsgebonden aftrek) te boven gaan.
  • Er geldt een maximale aftrek van 10% van het verzamelinkomen (vóór toepassing van de persoonsgebonden aftrek).

In verband met de drempel die geldt voor de aftrek van giften, kan het verstandig zijn om eens in de twee jaar een gift te doen. Let hierbij wel op de maximale aftrek.

45 - BESPAAR SUCCESSIEHEFFING, SCHENK DOOR SCHULDIGERKENNING
Wilt u toekomstige successieheffing besparen door te schenken aan uw kinderen, maar niet de zeggenschap over uw vermogen verliezen? Of heeft u niet voldoende vrije middelen voorhanden? Dan is er een oplossing: schenken door schuldigerkenning.

'Op papier'
Bij een schenking door schuldigerkenning vindt de schenking enkel 'op papier' plaats. De ouders schenken hierbij een bedrag, maar blijven dat bedrag aan hun kinderen schuldig. Op papier gaat de schenking dus over, maar uw kinderen kunnen er nog niet over beschikken. Zo verliest u niet de zeggenschap over uw vermogen. Dit maakt schenken dus ook mogelijk als u niet over voldoende vrije middelen beschikt, bijvoorbeeld als uw geld vastzit in een onderneming of in beleggingen.

Inkomstenbelasting
Bij schenking door schuldigerkenning krijgen de ouders een schuld aan hun kinderen en de kinderen een vordering op hun ouders. Deze schuld kunnen de ouders in mindering brengen op de grondslag voor de vermogensrendementsheffing in box 3. Bij de kinderen valt de vordering eveneens in box 3. Meerderjarige kinderen worden hiervoor zelfstandig belast. Zij kunnen daardoor gebruik maken van het heffingvrije vermogen (€ 20.014 per kind in 2007). Als er verder geen box 3-vermogen is bij een meerderjarig kind, wordt over dit bedrag dus 1,2% vermogensrendementsheffing bespaard.

Aandachtspunten
Bij een schenking door schuldigerkenning moet u met het volgende rekening houden:

  • Jaarlijks moet er door de ouders een zakelijke rente worden vergoed over de schuld die zij aan hun kinderen hebben. De ouders moeten de rente daadwerkelijk betalen, hierbij is rente bijschrijven op de schuld niet voldoende. Welk percentage zakelijk is, staat niet vast. Om eventuele risico's te vermijden is het aan te raden 6% rente te hanteren. De door de ouders betaalde rente is niet aftrekbaar voor de inkomstenbelasting, maar daar staat tegenover dat dit bedrag bij het kind ook niet belast is. Een bijkomend voordeel is dat de rentebetalingen (net als de schenking) in mindering komen op de nalatenschap.
  • Wanneer de schenking pas wordt uitgevoerd bij het overlijden van de schenker (de schenker kan ook tijdens leven aflossen) en er is geen notariële akte opgemaakt, dan vervalt de schenking met het overlijden. De kinderen worden dan geacht het bedrag van de schenking bij overlijden krachtens erfrecht te hebben verkregen en is er dus successierecht verschuldigd. Om dit risico te vermijden is het verstandig om de schenking door schuldigerkenning altijd bij notariële akte te doen.

46 - CURATELEREGISTER ONLINE!
Wilt u weten of een werknemer of opdrachtgever onder curatele is gesteld? Via internet kunt u dit eenvoudig opzoeken.

Online
Bij de rechtbank 's-Gravenhage kunt u een openbaar register raadplegen, waarin alle lopende ondercuratelestellingen zijn opgenomen. De rechtbank heeft dit register onlangs online gezet. Via de site http://curateleregister.rechtspraak.nl kunt u de namen opvragen van mensen die onder curatele staan.

47- DGA'S IN LOONHEFFING
U heeft het misschien al vernomen: per 1 januari 2008 zouden vennootschappen waarvan de DGA enige werknemer is niet meer inhoudingsplichtig zijn voor de loonheffingen. Inmiddels lijkt het erop dat deze wettelijke maatregel wordt uitgesteld tot 1 januari 2009.

Uitstel tot 2009
Op 8 november jl. heeft de staatssecretaris na overleg met SRA en andere koepelorganisaties laten weten dat het zijn voorkeur heeft de overheveling van de DGA naar de inkomstenbelasting met een jaar uit te stellen. Hij zal hiertoe een nota van wijziging indienen op het wetsvoorstel Overige fiscale maatregelen 2008. Het ziet er dus naar uit dat alle DGA's in 2008 nog in de loonheffing zullen blijven.

48 - TERUGGAAF TEVEEL BETAALDE PREMIES WERKNEMERSVERZEKERINGEN
Had u in 2006 gelijktijdig meerdere werkgevers of uitkeringen en waren uw inkomsten hoger dan € 43.848? Dan kan het zijn dat u recht heeft op teruggaaf van teveel betaalde premies werknemersverzekeringen.

Belastingdienst
De Belastingdienst zal vaststellen of u teveel premies heeft betaald. Als dit het geval is, wordt u hier in december 2007 schriftelijk van op de hoogte gesteld. Niet voor alle werknemers kan in december al vastgesteld worden of zij teveel premies betaald hebben. Voor een kleine groep moet eerst nog een extra verwerkingsslag uitgevoerd worden. Deze mensen krijgen voor 1 april 2008 bericht of zij in aanmerking komen voor de teruggaaf.

Let op!
Wanneer u recht heeft op teruggaaf van premies werknemersverzekeringen ontvangt u hiervan in ieder geval vóór 1 april 2008 bericht van de Belastingdienst. De teruggaaf wordt uitbetaald aan uw werkgever of uitkeringsinstantie. Die verrekent het met u dan weer via uw loon of uitkering.

49 - PENSIOENPREMIES VOOR IB-ONDERNEMERS BLIJVEN MAXIMAAL 3 JAAR AFTREKBAAR
Onlangs is besloten de fiscale regelgeving voor zelfstandigen die na beëindiging van hun dienstbetrekking hun pensioenopbouw voortzetten, niet aan te passen. De staatssecretaris heeft een toelichting gegeven op dit besluit.

Pensioenopbouw ex-werknemers
Voor een ex-werknemer is het mogelijk om na beëindiging van zijn dienstbetrekking nog maximaal 3 jaar op te bouwen in de pensioenregeling van zijn oude werkgever en de premies die daarvoor betaald zijn, in aftrek te brengen. Voor IB-ondernemers, zelfstandigen die voorheen in loondienst waren en nu winst uit onderneming genieten, is in de Pensioenwet een bepaling opgenomen die het mogelijk maakt dat zij nog 10 jaar pensioen op mogen bouwen in hun oude pensioenregeling. De betaalde pensioenpremies zijn echter maximaal drie jaar aftrekbaar.

Toelichting
De staatssecretaris heeft toegelicht waarom hij de termijn voor fiscale aftrek van deze pensioenpremies niet ook wil verlengen naar 10 jaar. Hij is van mening dat er sprake is van ongelijke behandeling wanneer de verruiming voor slechts één groep ex-werknemers zou gelden. Genieters van resultaat uit overige werkzaamheden en dga's zouden deze mogelijkheid dan namelijk niet hebben.

Daarnaast zou het voor pensioenuitvoerders en werkgevers erg lastig zijn om steeds vooraf te bepalen of ze te maken hebben met een IB-ondernemer of een genieter van resultaat uit overige werkzaamheden. In de praktijk is dit vanwege de dunne scheidslijn eigenlijk onmogelijk. Ook vindt de staatssecretaris het niet wenselijk dat zelfstandigen die voorheen als werknemer deelnamen aan een pensioenregeling wel nog 10 jaar gefacilieerd kunnen opbouwen, terwijl zelfstandigen zonder voorafgaande deelname dit niet kunnen. De optie om de termijn van vrijwillige voortzetting én fiscale aftrek van pensioenpremies voor alle ex-werknemers te verlengen naar 10 jaar is eveneens bezwaarlijk, aldus de staatssecretaris.

Drie jaar aftrekbaar
Wanneer u een zelfstandige bent, die voorheen in loondienst was en nu winst uit onderneming geniet, heeft u de mogelijkheid om nog 10 jaar pensioen op te bouwen in uw oude pensioenregeling. Let daarbij op dat de pensioenpremies echter maximaal 3 jaar aftrekbaar zijn!

50 - OCTROOIBOX PER 1 JANUARI 2008 VERRUIMD
Als de Eerste Kamer het gewijzigd wetsvoorstel aanneemt, vindt er per 1 januari 2008 een verruiming van de octrooibox plaats. Hiermee wil de regering de ontwikkeling van nieuwe innovaties stimuleren. Tot nu toe profiteerden vooral grote bedrijven van de voordelen, maar nu komen deze ook binnen het bereik van u als MKB-ondernemer.

Octrooibox
Bedrijven die immateriële activa (zoals een uitvinding of technische toepassing) ontwikkelen en daarvoor een octrooi hebben gekregen, kunnen de voordelen die hieruit voortkomen onder het verlaagde vennootschapstarief van 10% laten vallen. De MKB-ondernemers konden hierdoor nauwelijks profiteren van de octrooibox, omdat het aanvragen van een octrooi te kostbaar bleek te zijn. Indien de Eerste Kamer het gewijzigde voorstel aanneemt, kunnen niet alleen bedrijven met een octrooi van het lagere tarief gebruik maken, maar ook bedrijven die zonder octrooi aantoonbare speur- en ontwikkelingskosten hebben.

Voorwaarden
Voor de nieuw ontwikkelde activa moet u wel een S&O-verklaring krijgen. Dit houdt concreet in dat deze voortvloeien uit een erkend R&D-project in het kader van de WBSO. U kunt een verklaring bij SenterNovem aanvragen (www.senternovem.nl). Er geldt een plafond voor de voordelen die u onder het verlaagde tarief kunt brengen. Het verlaagde tarief is van toepassing voor zover de winst uit de nieuw ontwikkelde activa per jaar niet boven de € 400.000 per belastingplichtige uitkomt.

51 - RENTEAFTREKBEPERKING GROEPSLENINGEN AANGESCHERPT
Maakt u deel uit van een concern en leent u geld aan een van de andere vennootschappen binnen het concern (groepslening)? Dan zijn er strenge regels voor de aftrekbaarheid van deze rente. Zo moet er sprake zijn van zakelijke overwegingen of van een naar Nederlandse maatstaven redelijke heffing (10%) over de rente. Per 1 januari 2008 worden de eisen voor renteaftrek (waarschijnlijk) aangescherpt.

Verscherping
Indien u niet aannemelijk kunt maken dat er sprake is van zakelijke overwegingen voor een groepslening, dan is het op dit moment voor de aftrek van de rente voldoende dat u kunt bewijzen dat er sprake is van een redelijke heffing. De rente op groepsleningen is hiermee aftrekbaar indien de ontvangen rente bij de andere vennootschap tegen minimaal 10% wordt belast. De Belastingdienst is van mening dat het nu te eenvoudig is om een aftrekpost te creëren binnen een concern. De aftrekbaarheid van rente op groepsleningen moet daarom vanaf 1 januari 2008 worden beperkt. Als u aannemelijk kunt maken dat er sprake is van een redelijke heffing kan de aftrek toch worden geweigerd indien de inspecteur aantoont dat aan de schuld niet in overwegende mate zakelijke overwegingen ten grondslag liggen. Blijkt dit het geval te zijn, dan kunt u de rente op de groepslening niet aftrekken. De bewijslast hiervoor ligt bij de inspecteur. De Eerste Kamer moet dit voorstel nog aannemen, pas dan is de wijziging definitief.

52 - ZWANGERSCHAPSUITKERING VOOR ZELFSTANDIGEN
Goed nieuws voor vrouwelijk ondernemend Nederland. Het ziet er naar uit dat vrouwelijke zelfstandigen in 2008 recht krijgen op een zwangerschaps- en bevallingsuitkering van minimaal 16 weken.

WAZ-verzekering
Een werkneemster die in verwachting is, heeft recht op minstens 16 weken zwangerschaps- en bevallingsverlof. Wanneer u werkt als zelfstandige hebt u geen recht op dit verlof. Sinds de afschaffing van de Wet Arbeidsongeschiktheidsverzekering Zelfstandigen (WAZ) per 1 augustus 2004 bestaat er ook geen vergelijkbare verlofregeling meer voor zwangere zelfstandigen. U moet voor de periode waarin u niet kunt werken zelf zorgen voor een inkomen. U kunt hiervoor een verzekering afsluiten bij een particuliere verzekeringsmaatschappij.

ZEZ-regeling
Er is voorgesteld om vrouwelijke zelfstandigen recht te geven op een (publieke) zwangerschaps- en bevallingsuitkering van minimaal 16 weken (de Zelfstandig en Zwanger-regeling). Door deze regeling wordt het voor zelfstandigen minder noodzakelijk om tijdens de zangerschap door te werken en na de bevalling weer snel te beginnen. De hoogte van de uitkering is afhankelijk van de inkomsten van de zelfstandige in het voorgaande jaar en bedraagt maximaal het wettelijke minimumloon (€ 1.335 bruto per maand per 1 januari 2008). De uitkering wordt betaald uit de algemene middelen, waardoor er geen aparte premie hoeft te worden betaald. De UWV voert de regeling uit.

De maatregel wordt waarschijnlijk op 1 juli 2008 ingevoerd.

53 - GUNSTIG BELEGGEN IN BEDRIJVEN GENOTEERD AAN ALTERNEXT
Per 1 januari 2008 bestaat er een nieuwe vrijstelling in box 3. Deze vrijstelling geldt voor beleggingen in bedrijven die zijn genoteerd op de beurs Alternext.

Welke beleggingen?
De nieuwe vrijstelling geldt voor MKB-beleggingen. Dit zijn aandelen in vennootschappen waarvan doel en feitelijke werkzaamheden bestaan uit andere activiteiten dan het beleggen van vermogen. Deze aandelen moeten wel zijn toegelaten tot de handel op Alternext Amsterdam of het moet gaan om aandelen in aangewezen MKB-fondsen. Hiervoor geldt dat het fonds hoofdzakelijk haar vermogen belegt in aandelen van vennootschappen die zijn genoteerd aan Alternext Amsterdam. Op verzoek van het fonds beslist de inspecteur (bij voor bezwaar vatbare beschikking) of het fonds als MKB-fonds kan worden aangemerkt.

Fiscaal voordeel
Het fiscale voordeel voor u als belegger bestaat uit een vrijstelling in box 3 tot een bedrag van maximaal € 53.421 (2007). Verder geldt een aanvullende heffingskorting van 1,3% van de gemiddelde waarde van de MKB-belegging.

Voor de MKB-beleggingen gelden dus dezelfde fiscale voordelen als voor beleggingen in durfkapitaal en maatschappelijke beleggingen.

3e kwartaal 2007

27 - SCHATTINGSFORMULIEREN: MINDER BELASTING, OF SPAREN BIJ DE FISCUS?
Vanuit de media wordt u geadviseerd om bij het invullen van de schattingsformulieren voor IB-ondernemers rekening te houden met de MKB-winstvrijstelling voor het jaar 2007. Deze zorgt voor een verlaging van de aanslag. Daarnaast is het sparen op kosten van de fiscus aantrekkelijk. Wat te doen?

Lagere aanslag
De schattingsformulieren voor (ondermeer) IB-ondernemers moeten voor 1 augustus a.s. worden ingediend. Voldoet u aan het urencriterium, dan mag u de MKB-winstvrijstelling van 10% toepassen. Dit kan ervoor zorgen dat uw voorlopige aanslag lager uitvalt, waardoor u minder hoeft te betalen. Bij het opleggen van de voorlopige aanslagen inkomstenbelasting 2007 eerder dit jaar, werd hier geen rekening mee gehouden.

Sparen bij de fiscus
Aan de andere kant: het percentage heffingsrente en invorderingsrente bedraagt nu 5,00% en zal stijgen naar 5,25% in het 3e kwartaal. Het rendement op een spaarrekening bedraagt momenteel gemiddeld 3,5% en voor een deposito 4,5% (afhankelijk van de aanbieder). Sparen bij de Belastingdienst is momenteel gunstiger dan een spaarrekening.

28 - (BEPERKTE) FISCALE EENHEID LOONBELASTING
Vanaf 1 januari 2006 is het mogelijk om voor de loonheffingen een beperkte fiscale eenheid aan te vragen. Deze regeling kan vooral interessant zijn voor concerns waarbinnen regelmatig personeel overgaat van de ene naar de andere onderneming.

Een fiscale eenheid loonbelasting is een samenhangende groep van inhoudingsplichtigen. Zij is geïntroduceerd met het oog op de administratieve lastenverlichting. U moet hiervoor een verzoek indienen bij de inspecteur.

Geen gezamenlijke aangifte
Meerdere inhoudingsplichtigen voor de loonheffingen die door de Belastingdienst als een samenhangende groep worden aangemerkt, blijven gewoon zelf aangifte doen. Er is dus geen gezamenlijke aangifte mogelijk, zoals bij een fiscale eenheid voor de BTW en VPB wel het geval is. Het is wel mogelijk om gelijktijdig aangifte te doen en de verschuldigde (totaal)belasting in een keer te betalen. De voorwaarden staan opgenomen in de wet loonbelasting (art 27e).

Voordelen
Bij overplaatsing van een medewerker binnen het concern, hoeft geen nieuwe identificatie plaats te vinden en hoeft er geen nieuwe eerstedagsmelding te worden gedaan. Vooral binnen concerns waar regelmatig medewerkers worden overgeplaatst, scheelt dat veel rompslomp.

Bij overplaatsing kan de werknemer gewoon blijven deelnemen aan de spaarloonregeling. Als er geen fiscale eenheid zou zijn, dan zou hij/zij pas per 1 januari van het volgend jaar weer kunnen deelnemen. Bij uitgezonden en ingekomen werknemers loopt de 30%-bewijsregel gewoon door, tenzij de omstandigheden gewijzigd zijn.

29 - ACHTERAF LENEN VOOR VERBOUWING EIGEN WONING
Stel: u verbouwt uw bestaande woning en financiert deze verbouwing eerst uit eigen middelen. Pas later sluit u alsnog hiervoor een (hypothecaire) lening af. Onder bepaalde voorwaarden is het mogelijk de rente op deze lening fiscaal af te trekken als eigen woningrente.

De Hoge Raad heeft onlangs bevestigd dat een tijdelijke kortstondige voorfinanciering van een verbouwing van een eigen woning met eigen middelen geen probleem hoeft te geven voor de renteaftrek voor een later afgesloten lening. De betreffende lening kan daarom gewoon dienen als eigenwoningschuld, mits u aan de eisen voldoet.

Dit is het geval wanneer u het volgende aannemelijk kunt maken:

  • Op het moment van de verbouwing was het uw bedoeling om de uitgaven (later) met een geldlening te financieren.
  • De later afgesloten financiering moet ook daadwerkelijk ter uitvoering van dat voornemen zijn aangegaan.

U moet dus vooraf, tijdens en achteraf kunnen aangeven dat het uw bedoeling was om het onderhoud of de verbetering van de eigen woning extern te financieren. Dat u tijdelijk van eigen middelen gebruik heeft gemaakt, is dan van ondergeschikt belang.

30 - NIEUWE REGELS PERSONENVENNOOTSCHAPPEN: LET OP AANSPRAKELIJKHEID!
Met de verwachte invoering van de vereenvoudigde wetgeving voor BV's per 1 januari 2008 wordt ook de wetsaanpassing voor personenvennootschappen verwacht. De wijzigingen voor personenvennootschappen hebben belangrijke juridische gevolgen voor u.

Hoofdelijk aansprakelijk
De (openbare en stille) maatschappen, commanditaire vennootschap en vennootschap onder firma worden automatisch een openbare vennootschap zonder rechtspersoonlijkheid. Het gevolg is dat de maten/vennoten hoofdelijk aansprakelijk worden (met uitzondering van de commandiet). Dit is een ingrijpende verandering omdat de maatschap juist een beperkte aansprakelijkheid kent.

Toe- en uittredingregels
Ook de toe- en uittredingsregels zullen veranderen. Is beginsel zal een openbare vennootschap blijven bestaan, tenzij in de overeenkomst anders bepaald. Onder het huidige recht houdt de samenwerking op te bestaan bij uittreding, tenzij een verblijvings-, toebedelings- of voortzettingsbeding is overeengekomen.

Rechtspersoonlijkheid
U kunt kiezen voor rechtspersoonlijkheid van de openbare vennootschap. Dit heeft weliswaar géén gevolgen voor de aansprakelijkheid, maar biedt u de mogelijkheid om het samenwerkingsverband eigenaar van zaken te laten worden. De vennootschap kan dus in het wetsvoorstel eigenaar worden van onroerende zaken. Dit vereenvoudigt het toe- en uittreden.

31 - TOCH AFTREK VAN INKOMSTENBELASTINGSCHULD
Inkomstenbelastingschulden zijn normaal gesproken niet aftrekbaar van uw box-3-inkomen. Er is echter één uitzondering: wanneer u uw belastingschuld niet meer vóór 31 december kon betalen, omdat een (nadere) voorlopige aanslag nog niet is opgelegd en u daar wel tijdig om heeft verzocht.

Verzoek om (nadere) voorlopige aanslag
De belangrijkste voorwaarde is dat u een verzoek doet voor het opleggen van een (nadere) voorlopige aanslag en wel vóór 1 oktober van het kalenderjaar. Een spontane betaling van de inkomstenbelastingschuld levert geen aftrek op, omdat er nog geen sprake is van een formele belastingschuld.

Aanslag niet of te laat opgelegd
Wanneer de inspecteur de (nadere) voorlopige aanslag niet voor 31 december oplegt, waardoor u uw inkomstenbelasting niet meer voor die datum kunt betalen, dan mag u deze belastingschuld op 31 december als betaald beschouwen en daarom aftrekken van uw box- 3-inkomen.

32 - ONDERZOEK NAAR INNOVATIE IS AANTREKKELIJK!
Zijn uw innovatieplannen van tafel geveegd, omdat de kosten van innovatie de opbrengsten zouden overstijgen? Er zijn MKB-innovatiesubsidies beschikbaar die uw plannen nieuw leven in kunnen blazen. Vooral de WBSO-regeling kan interessant voor u zijn!

Onderzoek naar innovatie
Onderzoek naar innovatie kan al subsidie opleveren dankzij de WBSO-regeling: een korting op de loonbelasting over uren die besteed zijn aan innovatie. Denk hierbij aan een nieuw product of proces. Tot en met een brutoloonsom van € 110.000 per jaar, bedraagt de korting 42% van de brutoloonkosten per uur van uw eigen werknemers. Is er meer dan € 110.000 brutoloonkosten besteed aan innovatie, dan ontvangt u over het meerdere 14% subsidie.

Voorbeeld
U en uw drie medefirmanten besteden gezamenlijk op jaarbasis duizend uur aan onderzoek naar innovatie tegen een brutoloon van € 60 per uur. U blijft dan onder de grens van € 110.000 en bent zodoende slechts € 34,80 (ofwel 58% van € 60) kwijt aan brutoloon per uur. Dit is een besparing van € 25.200, ofwel 42% van € 60.000! Stel, u besteedt 2000 uur aan onderzoek naar innovatie. Uw korting bedraagt dan: (€ 110.000 x 42%) + ([€ 120.000 - € 110.000] x 14%) = € 47.600. Dit komt neer op een korting van 40%. U ziet dat naarmate de drempel wordt overschreden, de effectieve korting afneemt.

Technostarter
Bent u een startend bedrijf met een innovatief technisch product of dienst (ofwel een Technostarter), dan komt u bij onderzoek naar innovatie ook in aanmerking voor een subsidie. De subsidievorm is voor inhoudingsplichtigen anders dan voor zelfstandige ondernemers. Startende inhoudingsplichtigen mogen een loonbelastingkorting van 60% over de eerste € 110.000 toepassen. Bovendien komen startende zelfstandigen onder voorwaarden in aanmerking voor de 'speurders en ontwikkelings'-aftrek en starters S&O-aftrek van samen € 17.155 (2007).

33 - AFNAME EIGENWONINGRESERVE VERSOEPELD
De eigenwoningreserve die ontstaat wanneer u uw woning met winst verkoopt, kunt u verminderen door de verbouwingskosten af te trekken. Tot op heden kon dat alleen bij € 5.000 of meer per kalenderjaar. Deze regeling is, met terugwerkende kracht tot 1 januari 2004, komen te vervallen. Als gevolg hiervan kunt u nu ook (kleine) verbouwingskosten sneller in aftrek brengen op uw eigenwoningreserve.

Een eigenwoningreserve wordt bepaald door de opbrengst van de verkoop minus de verkoopkosten en de eigenwoningschuld (meestal de bestaande hypotheek). Het doel van de reserve is dat u gestimuleerd wordt de overwinst te gebruiken voor de aankoop van een nieuwe woning. Leent u dit bedrag toch, dan is dit deel van de betaalde hypotheekrente niet aftrekbaar. Een (eventuele resterende) eigenwoningreserve wordt voor een periode van 5 jaar vastgesteld. Verbouwingskosten mogen hierop in mindering worden gebracht. Na deze periode komt ze te vervallen.

Op een gevormde reserve mogen dus de door u met eigen geld gefinancierde verbouwingen in mindering komen. Tot voor kort was het zo dat dit pas kon wanneer de kosten boven de € 5.000 per jaar uitkwamen. Er werd daarbij geen rekening gehouden met gemaakte kosten uit andere jaren. Deze maatregel werd als onredelijk ervaren. Dat vond de overheid ook. De eerder vastgestelde grens is met het nieuwe besluit komen te vervallen. U hoeft dus niet meer met uw kleine verbouwingen te wachten en op te sparen. Het besluit heeft terugwerkende kracht tot 1 januari 2004.

34 - LOONBELASTINGCONTROLE, VOORKOM HET ANONIEMENTARIEF
De belastingdienst is van plan het aantal loonbelastingcontroles in 2007 op te voeren van 7.000 naar 38.000. Per 1 januari is de loonbelastingverklaring afgeschaft en mogen de noodzakelijke gegevens vormvrij worden vastgelegd. Het belang hiervan blijft echter groot; indien u deze gegevens niet of niet volledig vastlegt, kunt u gestraft worden met het anoniementarief.

Identiteit
Het is wettelijk geregeld dat u een werknemer die u in dienst neemt, vooraf moet identificeren. Dit moet u doen aan de hand van een origineel, geldig identiteitsbewijs. Dit is bijvoorbeeld een Nederlands paspoort of identiteitsbewijs, een verblijfdocument van de Vreemdelingendienst I t/m IV of een nationaal paspoort of ID-bewijs van een land van de Europese Economische Ruimte. Belangrijk is te weten dat een rijbewijs in dit geval géén geldig identiteitsbewijs is.

Van het identiteitsbewijs moet u een kopie bewaren in uw eigen administratie. Let op dat u alle bladzijden met persoonlijkheidskenmerken kopieert en dat de foto goed herkenbaar is. U bent verplicht de kopie te bewaren tot minimaal vijf jaar na het einde van het kalenderjaar waarin de dienstbetrekking met de betreffende werknemer is beëindigd.

Schriftelijke verklaring
Doordat de verplichte loonbelastingverklaring per 1 januari 2007 is vervallen, moet een nieuwe werknemer zelf een schriftelijke verklaring bij u indienen voordat hij bij u aan het werk gaat. Hierin moet de werknemer zijn naam en voorletters, adres, postcode en woonplaats, (evt.) land en regio, geboortedatum en burgerservicenummer (BSN) opnemen. Deze verklaring moet gedagtekend en ondertekend zijn.

Ook moet een nieuwe werknemer een schriftelijk verzoek bij u indienen voor het toepassen van de loonheffingskorting. Wanneer hij deze loonheffingskorting bij u niet meer wil of mag toepassen, moet hij u dit eveneens schriftelijk verzoeken. Deze verzoeken moeten voorzien zijn van dagtekening en ondertekend zijn.

Goed vastleggen
Ondanks het afschaffen van de loonbelastingverklaring, moet u de noodzakelijke gegevens dus nog steeds tijdig en volledig vastleggen. Er wordt door de Belastingdienst tegenwoordig een zogenoemd zero tolerancebeleid gevoerd waarbij herstel achteraf niet meer mogelijk is. Om uw gegevens goed te documenteren kunt u gebruik maken van het 'Model opgaaf gegevens voor de loonheffingen', welk te downloaden is via de site van de Belastingdienst.

35 - BLACKBERRY VOORTAAN ONBELAST VERSTREKKEN
Voortaan is het mogelijk de Blackberry of een andere zogeheten smartphone onbelast te verstrekken aan uw personeel. De Blackberry valt voortaan namelijk onder dezelfde fiscale regeling als andere communicatiemiddelen.

De staatssecretaris heeft onlangs besloten dat de Blackberry voortaan hetzelfde wordt behandeld als mobiele telefoons en internet. Vrije verstrekking is dan al toegestaan bij een zakelijk gebruik vanaf 10%. Daar zal natuurlijk al snel aan worden voldaan.

Op dit moment valt de Blackberry nog onder de computers. Voor computers is een belastingvrije vergoeding pas mogelijk bij een zakelijk gebruik vanaf 90%. De telefoonfunctie werd gezien als ondergeschikt aan de computerfunctie. De staatssecretaris heeft nu aangegeven dat deze interpretatie niet langer geldt.

36 - BIJTELLING AUTO CORRIGEREN?
Sinds 2006 wordt de belasting over het privé-gebruik van de auto maandelijks via de loonadministratie verwerkt. Wanneer uw werknemer minder dan 500 km privé in een zakelijke auto rijdt, kan hij/zij aan een bijtelling ontkomen door vooraf een 'verklaring geen privé-gebruik' te ondertekenen en af te geven. Aangezien het kabinet de privé-bijtelling voor zakelijke rijders weer wil gaan verhogen, wordt dit extra belangrijk. Wat bijvoorbeeld als u bijtelling heeft toegepast en uw werknemer deze achteraf onterecht vindt?

Het is mogelijk dat bij uw werknemer met een auto van de zaak achteraf blijkt dat een bijtelling onterecht heeft plaats gevonden. Onlangs heeft de Belastingdienst vier alternatieven gegeven om dit te corrigeren:

  1. Uw werknemer overlegt aan u bewijs (bijvoorbeeld een sluitende rittenregistratie). Vervolgens dient u correctieberichten in over de al verstreken inhoudingtijdvakken, waarin de bijtelling onterecht is verwerkt.
  2. Uw werknemer geeft bij de fiscus aan dat bijtelling onterecht was door middel van een bezwaarschrift of 'verzoek om ambtshalve vermindering' en overlegt daarbij de bewijsstukken. De Belastingdienst legt vervolgens een (negatieve) correctieverplichting aan u op.
  3. Uw werknemer geeft een lager loon (zonder de bijtelling) op in zijn/haar aangifte inkomstenbelasting, maar wel de daadwerkelijk ingehouden loonheffing. De teveel ingehouden loonheffing wordt dan met de aanslag inkomstenbelasting verrekend. Uw werknemer zal het noodzakelijke bewijs wel moeten kunnen leveren, wanneer daarom gevraagd wordt.
  4. Wanneer de aanslag inkomstenbelasting over het betreffende jaar al vastgesteld is, staat bezwaar voor uw werknemer bezwaar open. Hij/zij overlegt het daarvoor noodzakelijke bewijs.

37 - KIES BIJ AANSCHAF AUTO VOOR SCHOON EN ZUINIG
Als u binnenkort van plan bent om een andere auto (van de zaak) aan te schaffen, kies dan voor schoon en zuinig. Het kabinet heeft namelijk een aantal wetsvoorstellen opgenomen in de Miljoenennota 2008 om de aankoop en het gebruik van milieuvriendelijke auto's te stimuleren.

Fiscale bijtelling auto van de zaak
Voorgesteld is om vanaf 1 januari 2008 de fiscale bijtelling voor het privégebruik van de auto van de zaak te verlagen van 22% naar 14% (van de catalogusprijs inclusief BTW en BPM). Deze verlaging geldt echter alleen voor zeer zuinige auto's. Van zeer zuinige auto's is sprake als de:

  • CO2-uitstoot minder dan 95 gram per kilometer voor een dieselauto bedraagt;
  • CO2-uitstoot minder dan 110 gram per kilometer voor overige auto's bedraagt.

Als uw auto hier niet aan voldoet, krijgt u vanaf 1 januari 2008 te maken met een bijtelling voor het privégebruik van 25% (is nu 22%).

BPM/ MRB
In de aanloop naar de invoering van de kilometerheffing vanaf 2011 wil het kabinet de belasting van personenauto's en motorrijwielen (BPM) vanaf 1 januari 2008 jaarlijks met 5 procent verlagen. Dat wil zeggen dat de aanschaf van een auto de komende 5 jaar goedkoper wordt. Tegelijkertijd wordt de motorrijtuigenbelasting (MRB) in diezelfde periode verhoogd met ongeveer 7,2 %. Maar als u een auto rijdt die onder de categorie (zeer) zuinige auto's valt, kunt u profiteren van diverse belastingbesparingen. Het voorstel is om vanaf 1 februari 2008 de wegenbelasting te halveren voor zeer zuinige auto's. Ook wil het kabinet de BPM-korting (bonus) verhogen voor deze auto's van 1000 naar 1400 euro.

Naast deze belastingbesparende maatregelen voor zuinige auto's, zijn er ook diverse belastingverzwarende maatregelen voorgesteld voor vervuilende en onzuinige auto's.

38 - AFTREK BTW OP BRANDSTOF
De Belastingdienst heeft onlangs aangegeven steeds meer geïnteresseerd te zijn in het tankgedrag van ondernemers. Voor de aftrek van de BTW op brandstof is vereist dat degene die de brandstof afneemt, traceerbaar is door de wijze van betalen. Daar ligt bij veel ondernemers nu juist het probleem...

Voorwaarde aftrek BTW
Voor u als ondernemer is de BTW op brandstof aftrekbaar wanneer traceerbaar is dat u de brandstof rechtstreeks heeft betaald. Dit is het geval wanneer u bijvoorbeeld met een tankpas, bankpas of creditcard betaalt. Voor uw eventuele werknemers geldt dat zij met een door u verstrekte tankpas of zakelijke bankpas moeten tanken. Het komt echter vaak voor dat contant afgerekend wordt en dan is traceren niet mogelijk. Dit heeft tot gevolg dat de betaalde BTW op die brandstof niet aftrekbaar is.

Naheffing en boete
Uit de praktijk blijkt dat de aftrek van BTW over deze contant betaalde brandstof vaak wel geclaimd wordt. Mocht de fiscus bij u op bezoek komen en dit constateren, dan kan een naheffing en zelfs een boete opgelegd worden. Mede gezien het feit dat daarbij tot vijf jaar teruggekeken mag worden, kan dit financieel grote gevolgen hebben.

Bonnen
Bij een onderzoek dat vijf jaar teruggaat is het van groot belang dat u uw administratie op orde heeft. De originele tankbonnen vervagen echter vaak, waardoor ze na verloop van tijd niet meer leesbaar zijn. Dan wordt het nog moeilijker om te bewijzen dat u de brandstof rechtstreeks betaald heeft.

2e kwartaal 2007

13 - OOK HYPOTHEEKGARANTIE VOOR DUURDERE WONINGEN
De nationale hypotheekgarantie (NHG) is vanaf volgend jaar ook aan te vragen voor eigenaren van een wat duurdere woning. De bovengrens wordt opgerekt van € 250.000 naar € 265.000.

De bovengrens om toegang te krijgen tot hypotheekgarantie gaat omhoog met € 15.000. De redenen hiervan zijn dat hiermee de prijsstijging van de woningen wordt gevolgd. Daarnaast is het met de verhoging de bedoeling dat de meerderheid van de woningeigenaren (60-65%) gebruik moet kunnen maken van de hypotheekgarantie.

De Nationale Hypotheek Garantie (NHG) wordt verstrekt door de Stichting Waarborgfonds Eigen Woningen. Deze garantie wordt verstrekt voor een lening bij de aankoop of verbouwing van een woning. Het Waarborgfonds staat garant voor de terugbetaling van uw hypotheek aan de geldverstrekker, in geval van calamiteiten. Het gevolg van een dergelijke garantstelling, is veelal dat een u lagere hypotheekrente kunt bedingen bij het aangaan van de financiering.

14 - KOM MAAR OP MET DIE LOONHEFFING!
Wanneer u teveel loonheffing heeft afgedragen in 2006, dan krijgt u het teveel betaalde (uiteraard) retour. De fiscus heeft aangekondigd om deze uitbetalingen pas later in het jaar af te ronden. Aangezien een teruggave daarom wel eens even op zich kan laten wachten, is het wellicht goed om een verzoek in te dienen.

In uw verzoek vermeldt u uw naam en loonheffingnummer. Daarnaast geeft u aan hoeveel loonbelasting u heeft afgedragen. U bewijst dit met een overzicht van de aangegeven en afgedragen loonbelasting/premies volksverzekeringen. Wat u niet doet is het verrekenen van teveel betaalde loonbelasting met het laatste tijdvak waarvoor u aangifte doet. U riskeert hiermee een boete.

15 - BRIL VAN DE ZAAK?
Het stelsel van ziekenfonds- en de particuliere ziektekostenverzekering is met ingang van 1 januari 2006 vervangen door de Zorgverzekeringswet. In sommige gevallen is de dekking voor medische- en ziektekosten niet ruimer geworden. Wellicht zijn er nog fiscale mogelijkheden. Wist u dat uw werkgever bijzondere ziektekosten onbelast mag vergoeden?

De kosten die de vennootschap maakt, mag zij gewoon in aftrek brengen van de belastbare winst. Het moet gaan om bijzondere kosten. Dus vergoedingen van premies en kosten waarvoor u een vergoeding zou kunnen krijgen, mag de werkgever niet onbelast vergoeden. Let op: het gaat om vergoedingen waar u geen aanspraak op kunt doen. Dan is de vrijstelling weer niet van toepassing.

Alternatief via aangifte inkomstenbelasting
Wanneer een vergoeding niet mogelijk is omdat uw werkgever de bijzondere ziektekosten niet vergoedt, bestaat in uw aangifte inkomstenbelasting nog de mogelijkheid om de niet vergoede kosten in aftrek te brengen als buitengewone lasten. Wellicht zelfs als aftrek voor chronische ziektekosten (hulpmiddelen). Is hiervan sprake en heeft u meer dan € 320 betaald voor bijvoorbeeld uw bril, dan hebt u recht op een forfaitaire aftrek van € 808. Dit geldt ook voor uw partner en uw minderjarige kind(eren).

16 - HULP BIJ SUPPLETIE OMZETBELASTING
Een aanvulling of correctie (suppletie) op een eerder ingediende aangifte omzetbelasting bezorgt veel ondernemers hoofdbrekens. Vooral correcties met betrekking tot fiscale bijtellingen zorgen ieder jaar voor aanvullende aangiften. Dit jaar maakt de fiscus het u gemakkelijker.

Zoals u weet is het niet toegestaan om te weinig afgedragen omzetbelasting in het volgende aangiftetijdvak "recht te trekken". U mag dit enkel en alleen doen met een correctiebericht over het bewuste tijdvak. Aangezien u dan al (geautomatiseerd) aangifte hebt gedaan, is een aanpassing via de PC niet meer mogelijk.

Nieuw formulier
De overheid heeft dit probleem onderkend en heeft met ingang van dit jaar het formulier "Suppletie Omzetbelasting" ontworpen. Samen met een eveneens te downloaden toelichting is het nu eenvoudig om uw correcties toch in het juiste tijdvak aan te geven. www.belastingdienst.nl/download/1379.html

17 - VRAAG DE BETAALDE BUITENLANDSE BTW VOOR 1 JULI TERUG
Wanneer u in het afgelopen jaar in Nederland niet aftrekbare (zakelijke) buitenlandse omzetbelasting heeft betaald, dan hebt u recht op teruggaaf. U moet hiervoor wel - voor 1 juli - een speciaal verzoek indienen bij de bevoegde buitenlandse belastingdienst(en).

U moet rekening houden met de volgende kaders en regels. Zo moet uw verzoek betrekking hebben op minimaal één kwartaal en maximaal één kalenderjaar. Daarnaast moet de belasting, zoals vermeld, binnen zes maanden na afloop van het tijdvak zijn teruggevraagd. Voor de teruggave zijn speciale formulieren in omloop, het zogenaamde verzoek om teruggaaf omzetbelasting. Met dit (ingevulde) biljet zendt u de originele facturen mee (let op: vergeet geen kopieën te maken voor uw eigen archief). Daarnaast zult u in voorkomende gevallen een verklaring van hoedanigheid moeten meezenden (op te vragen bij de Nederlandse fiscus). Aangezien de afgifte hiervan soms op zich laat wachten doet u er goed aan om nu al voorbereidingen te treffen voor de teruggave.

Voor alle verzoeken om teruggaaf gelden drempels. Deze zijn per land verschillend. Op www.belastingdienst.nl/zakelijk/omzetbelasting/ob03/ob03-38.html kunt u nazien welke drempel op uw situatie van toepassing is en of het zinvol is om een dergelijk verzoek te doen.

18 - GEBRUIK UW HOGERE WOZ-WAARDE VOOR EEN LAGERE HYPOTHEEKRENTE
Er zijn weinig mensen die positief staan tegenover een alweer hogere WOZ waarde van de eigen woning. Toch hoeft dit niet altijd zo te zijn. Er zijn gevallen waarin een hogere eigen woningwaarde kan u maandelijks een aanzienlijk voordeel opleveren!

Meestal wordt aan u een rente- of top opslag in rekening gebracht wanneer de hypotheek meer bedraagt dan 80-110% (afhankelijk van de geldverstrekker) van de executiewaarde van de woning (zogenaamde top-hypotheek) en u geen gebruik kunt maken van hypotheekgaranties of eigen geld heeft ingebracht. Deze opslag is een vergoeding voor het hogere risico en bedraagt enkele tienden van procenten.

Woningbezitters met een top-hypotheek kunnen bij voldoende stijging van de WOZ-waarde van hun woning in aanmerking komen voor een lagere hypotheekrente. Uit onderzoek blijkt dat de meeste hypotheekaanbieders bereid zijn de rente- of top opslag te schrappen bij voldoende waardestijging. Soms gebeurt dat aan het einde van een rentevaste periode, bij andere aanbieders kan het ook tussentijds. Soms worden kosten berekend om de opslag te laten vervallen.

19 - SCHOLINGSUITGAVEN: ZELFSTUDIE VOLDOET NIET!
De vraag welke scholingskosten u in aftrek kunt brengen en welke niet, is zo oud als de weg naar Rome. Hof Leeuwarden heeft in een uitspraak opnieuw de bakens aangegeven en verhelderd.

In het bewuste geval wenste een Hoogleraar zijn 'scholingsuitgaven', bestaande uit PC upgrade-, software- en vakliteratuurkosten ter waarde van € 4.837, van zijn belastbaar inkomen uit werk en wonen af te trekken. Zowel de Inspecteur als de het daarna geconsulteerde Hof, waren een andere mening toegedaan. Laatstgenoemde instantie verduidelijkt met haar uitspraak het kader waarbinnen scholingskosten (van u of uw partner) wel of niet afgetrokken kunnen worden.

Ten eerste moet er sprake zijn van echte scholingsuitgaven. In de wet omschreven als 'uitgaven van de belastingplichtige voor een door hem (of haar) gevolgde opleiding of studie met het oog op het verwerven van inkomen uit werk en woning'. De uitgaven moeten reëel zijn en direct verband houden met een leertraject. Het gaat om kosten, lasten en afschrijvingen voor de gevolgde opleiding of studie. Zo is vakliteratuur alleen aftrekbaar als: 'er een zodanig verband tussen de literatuur en het volgen van een leertraject bestaat dat de literatuur in de gegeven omstandigheden naar het spraakgebruik als leerboek of leermiddel kan worden aangemerkt'. Daarnaast is het begrip leertraject (lees: verwerven van kennis onder begeleiding van een derde) essentieel. Zelfstudie voldoet daarbij niet. De rechter vond een leertraject onvoldoende aanwezig bij de Hoogleraar. Ten derde is het van belang dat de drempel van € 500 euro wordt gehaald, maar dat de € 15.000 euro niet wordt overschreden (wanneer de studie buiten de standaardperiode valt).

20 - KOOP ALIMENTATIE NIET TE VROEG AF
Het afkopen van alimentatie is onder bepaalde voorwaarden aftrekbaar in uw aangifte Inkomstenbelasting. Enkele voorwaarden hierbij zijn dat het moet gaan om een afkoopsom voor een ex- echtgenoot en dat uw betaling voortkomt uit familierecht. Betalen aan een echtgenoot die nog niet formeel van u gescheiden is, kan soms tot problemen leiden.

De boosdoener is de voorwaarde dat de afkoopsom pas aftrekbaar is wanneer u deze heeft voldaan aan uw voormalige echtgenoot. Dit is wanneer de echtscheiding volledig is afgerond. Volgens het Burgerlijk Wetboek is dat pas op het moment dat de echtscheidingsbeschikking is ingeschreven in de registers van de burgerlijke stand.

Dat deze voorwaarde strikt wordt gehanteerd blijkt uit het volgende voorbeeld. Een notaris had een bedrag uitgekeerd aan een vrouw voordat het echtscheiding convenant was ondertekend. De man vorderde dit bedrag niet terug, maar bracht het als afkoopsom voor alimentatie in aftrek van zijn inkomen. Het Hof accepteerde dit niet en zag het bedrag als overbedeling van zijn echtgenote.

21 - BBZ VOOR STARTENDE ONDERNEMERS
Vaak wordt een BBZ Lening (Besluit Bijstandsverlening Zelfstandigen) geassocieerd met faillissement of schuldsanering. Zij wordt daarom soms als negatief ervaren. Toch is dit maar één aspect van het financieringsinstrument van de overheid. Wist u dat ook sommige starters in aanmerking komen voor een uitkering of financiering?

Doel van de regeling
De BBZ is het leven geroepen om zelfstandigen uit de bijstandswet te houden. In bepaalde gevallen kunt u een beroep doen op de overheid totdat u weer in uw eigen levensbehoeften kunt voorzien. De financieringsvorm is echter ook bedoeld om ondernemers in (tijdelijke) financiële problemen financieel te ondersteunen zoals: startende-, stakende- en oudere ondernemers met een niet (langer) levensvatbaar bedrijf en marginale ondernemers met een levensvatbaar bedrijf. Dus als een bank of financiële instelling u niet meer kan financieren zijn er wellicht mogelijkheden bij de overheid.

Wat zijn de voorwaarden?
Iedereen met een goed ondernemersplan en een uitkering kan een dergelijke lening aanvragen. Er wordt onder andere bekeken of er sprake is van vermogen van de aanvrager. Ook moet blijken dat uw onderneming levensvatbaar is, dan wel wordt. Deze eis is soepeler wanneer u ouder dan 55 jaar bent. Ook moet u minimaal 1.225 uur besteden aan de ondernemingsactiviteiten. Tenslotte moet u gewoon voldoen aan alle ondernemerseisen (inschrijving KvK, vergunningen, diploma's, milieueisen e.d.). Mocht u al langer ondernemer zijn en aanvulling op uw inkomen nodig hebben, dan is onder bepaalde voorwaarden ook een beroep mogelijk op de overheidsfaciliteit.

Waar moet u zijn?
U kunt u bij de Sociale Dienst van uw gemeente informeren of u in aanmerking komt voor de faciliteit of bij het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (home.szw.nl).

22 - CHECKUP VAN UW FACTUUR?!
Bij iedere controle voor de omzetbelasting die de Belastingdienst bij u of uw cliënten instelt, komen de eisen aan de orde waaraan een goede factuur moet voldoen. Niet zelden worden door de controlerende ambtenaar van dienst hierover opmerkingen gemaakt. Wellicht het moment om een (blanco) factuur te nemen en te beoordelen op juistheid en volledigheid.

De eisen waaraan een juiste factuur moet voldoen, staan in artikel 35a van de wet op de omzetbelasting 1968. Deze zijn onder andere:

  • Vermelding van de datum van uitreiking van de factuur.
  • Eenduidig identificeerbare opeenvolgende nummering (meerdere reeksen zijn daarbij toegestaan).
  • BTW-identificatienummers van de leverancier (altijd) en afnemer (bij intracommunautaire transacties en verleggingsregeling).
  • NAW-gegevens van u en uw klant/leverancier.
  • Een duidelijke omschrijving van de hoeveelheid en de aard van de geleverde goederen en/of diensten.
  • Datum waarop de levering of dienst heeft plaatsgevonden, is voltooid of waarop een vooruitbetaling is gedaan.
  • Vergoeding, eenheidsprijs en eventuele verleende kortingen.
  • Het belastingbedrag en het (BTW) tarief dat is verschuldigd.

Munteenheid en andere (verplichte) informatie
U mag op uw factuur overigens gebruik maken van wisselende munteenheden, maar de te betalen belasting moet in Euro's worden aangegeven. Voor de wisselkoers van de andere munteenheden maakt u gebruik van een in de zesde richtlijn opgenomen wisselkoersmechanisme. Naast de hiervoor genoemde punten, kan het handig of zelfs verplicht zijn om ook andere informatie op uw factuur op te nemen. U moet denken aan uw handelsnaam, verwijzing naar algemene voorwaarden, (zakelijke) bank- of girorekeningen en uw handelsregisternummer bij de Kamer van Koophandel.

23 - URENCITERIUM VERSOEPELD: MEER KANS OP ONDERNEMERSAFTREK
De Hoge Raad heeft in een uitspraak duidelijk aangeven welke uren meetellen voor het urencriterium. Deze uren zijn van belang voor het verkrijgen van ondernemersaftrek. In tegenstelling tot een eerdere uitspraak blijkt dat u gewoon zelf geheel kunt bepalen welke uren in het belang van uw onderneming zijn geweest. Positief nieuws dus, in uw voordeel!

Het urencriterium is een belangrijk begrip voor de fiscale ondernemer. Indien u minimaal 1.225 uur per jaar aan uw onderneming besteedt en het drijven van deze onderneming uw belangrijkste activiteit is, hebt u recht op de ondernemersaftrek. Deze faciliteiten zijn de oudedagsreserve, de zelfstandigenaftrek, de aftrek voor speur- en ontwikkelings-werk, de meewerkaftrek en de per 1 januari geïntroduceerde MKB-winstvrijstelling.

Nuttige uren bepaalt u zelf
De tijd die meetelt voor het urencriterium is volgens de Hoge Raad de tijd die het drijven van een onderneming in beslag neemt. Hiervan is sprake indien u als ondernemer tijd besteedt aan werkzaamheden die worden verricht met het oog op de zakelijke belangen van uw bedrijf. De Hoge Raad neemt nu het standpunt in dat u zelf mag bepalen welke werkzaamheden nut hebben voor uw onderneming. Voorheen had de inspecteur vaak de neiging achteraf te bepalen dat gemaakte uren onvoldoende nuttig waren geweest, waardoor deze uren niet meetelden. Een ingeschakelde lagere rechter was het in eerdere instantie met de inspecteur eens.

24 - UITDAGERSKREDIET: FINANCIËLE STEUN IN DE RUG BIJ INNOVATIES!
Hebt u vergevorderde plannen voor een innovatieproject? Maar hangt met dat project een dusdanig risico samen, dat u overweegt om ervan af te zien? Het uitdagerskrediet kan juist het steuntje in de rug zijn, dat u nodig hebt.

Het Ministerie van Economische Zaken wil MKB-bedrijven, die vergevorderde plannen hebben voor een innovatieproject, ondersteunen met een Uitdagerskrediet. Het gaat hierbij om MKB-ondernemers die met een onderscheidend product, dienst of technisch proces willen inspelen op een concrete marktbehoefte. Als het perspectief goed is en het bedrijf zich kan onderscheiden van de concurrentie, dan is het zeer wel mogelijk dat de ontwikkeling gepaard gaan met een snelle groei van de onderneming.

Krediet voor eenderde kosten
Het financiële risico dat aan het project gebonden is, kan de draagkracht van uw onderneming te boven gaan. Vaak kan of wil een bank of financiële instelling voor een dergelijk risico niet garant staan, omdat zij niet verwachten dat het concept daadwerkelijk een succes wordt. Bedrijven die het uitdagende project toch aan willen gaan, kunnen voor een derde van de kosten (lees: investering) een krediet aanvragen.

Krediet tenminste € 100.000
Het project moet minimaal € 300.000 aan kosten met zich meebrengen. Het kleinst mogelijke krediet bedraagt dus € 100.000. Een ondernemer kan maximaal aanspraak maken op een bijdrage van € 1.000.000. Naast een minimumomvang van het project geldt als aanvullende voorwaarde, dat het project de potentie heeft om te leiden tot een groei van de onderneming met 20% tot 50%. Deze groei kan gemeten worden in omzet of aan het aantal medewerkers. De financiering moet in een periode van zes jaar worden afgelost, volgens een van tevoren vastgesteld schema.

Krijgt u de financiering van een innovatief project niet rond bij uw bankier? Doe de 'Quick scan' via www.senternovem.nl/uitdagerskrediet en laat nagaan of uw kostbare project met hulp van de overheid wel van de grond kan komen.

25 - TERUGGAAF VAN BTW WEGENS ONINBARE VORDERING
Als ondernemer krijgt u vast wel eens te maken met een factuur die niet meer te innen is. Naast het probleem dat u naar uw omzet kunt fluiten, heeft u de BTW al wel afgedragen! Het is mogelijk om deze terug te vragen bij de Belastingdienst.

Om voor de teruggaaf in aanmerking te komen moet u een afzonderlijk verzoek indienen bij de fiscus. U moet dan wel kunnen aantonen dat de factuur niet is betaald, ook niet betaald zal worden door de debiteur en dat u pogingen heeft ondernomen om de openstaande post daadwerkelijk te innen.

Bewijs
Het is van groot belang dat vaststaat dat de vordering niet betaald zal worden. Dit moet u dus kunnen bewijzen. In het geval van een faillissement kunt u aan de curator vragen om een verklaring waarin staat dat geen uitkering uit het faillissement te verwachten valt. In andere gevallen zal dit vaak lastiger zijn om te bewijzen. Let op: als u het kasstelsel toepast, kunt u uiteraard een dergelijk verzoek niet indienen. U draagt hierbij de omzetbelasting pas af bij ontvangst.

26 - AFTREKBEPERKING GEMENGDE KOSTEN IS EEN ABSOLUUT BEDRAG
Voor gemengde kosten geldt er zowel voor natuurlijke- als rechtspersonen een aftrekbeperking van € 4.100 (tarief 2007). Deze beperking is in principe een absoluut bedrag. Als u in de loop van het kalenderjaar een onderneming start, mag u het bedrag niet naar tijdsgelang toepassen.

Kosten die zowel een zakelijk als een privé-karakter hebben, worden gemengde kosten genoemd. Hieronder vallen onder andere kosten voor voedsel, drank, genotsmiddelen, maar ook representatiekosten, kosten van congressen, excursies en studiereizen.

Aftrekbeperking per kalenderjaar
Genoemde (bedrijfs)kosten mogen tot een bedrag van € 4.100 niet worden afgetrokken van de winst. De Staatssecretaris heeft besloten dat het hier gaat om een absolute aftrekbeperking. Met andere woorden, de aftrekbeperking geldt per kalenderjaar. Als u gedurende het kalenderjaar fiscaal ondernemer wordt, moet u nog steeds uitgaan van het absolute bedrag. U mag dus niet de aftrekbeperking naar verhouding verminderen om op die manier uw fiscale winst te verlagen.

Van hoofdregel afwijken
De wet biedt u wel de mogelijkheid om van bovenstaande hoofdregel af te wijken. U kunt kiezen om de gemaakte kosten voor 73,5% in aftrek te brengen van de fiscale winst. Kortom, 26,5% van de kosten zijn dan niet aftrekbaar. Deze methode is voordelig zolang uw kosten de grens van € 15.471,70 (€ 4.100/ 26,5x100) niet te boven gaan.

Het bovenstaande geldt ook voor rechtspersonen die onder de wet vennootschaps-belasting vallen. De grens van € 4.100 wordt daarbij gesteld op 0,4% van het gezamenlijk bedrag van het door de desbetreffende werknemers in het jaar genoten belastbare loon, indien dit hoger uitvalt.

1e Kwartaal 2007

1 - FIETS VAN DE ZAAK
Per 1 januari 2007 verdwijnt de afdracht loonheffing voor de fiets van de zaak. U mag nu aan uw werknemers eens per drie jaar geheel onbelast een fiets van de zaak vergoeden of verstrekken tot een bedrag van maximaal € 749.

Dit kon al, maar nu hoeft u over de verstrekking geen loonbelasting meer af te dragen. Dit scheelt u € 68 en een hoop administratieve lasten.

Bijkomende kosten aan de fiets mag u vergoeden tot een bedrag van € 82 per kalenderjaar, zonder dat u daarvoor nader bewijs hoeft te leveren. In de oude regeling was dit nog € 250 per drie jaren. Hier vallen bijvoorbeeld onder een regenpak en een fietstas. Een fietsverzekering mag u overigens altijd onbelast vergoeden of verstrekken. Voorwaarde is en blijft wel dat uw werknemer op meer dan de helft van het aantal werkdagen van de fiets gebruikt maakt voor het woon-werkverkeer.

2 - DRIE MAANDEN EEN WERKNEMER OP PROEF
U kunt voor een periode van drie maanden een proefplaatsing van een arbeidsongeschikte of werkloze aanvragen, waarbij het UWV de uitkering van de werknemer blijft doorbetalen. Wat zijn de voordelen en voorwaarden?

Het is mogelijk om nagenoeg kosteloos iemand voor drie maanden op proef aan te nemen. Het moet gaan om iemand met een WIA-, WAO-, WAZ-, Wajong- of ZW-uitkering óf een WW-uitkering die al langer dan zes maanden wordt uitgekeerd. Het UWV blijft dan de uitkering van de werknemer voor deze periode doorbetalen.

Op deze manier kunt u indien u twijfelt om iemand wel of niet aan te nemen (kan deze het werk of de werkdruk aan), iemand drie maanden op proef laten komen. In deze periode betaalt u geen loon uit. U moet de werknemer wel verzekeren voor ongevallen en aansprakelijkheid. Bent u na de proeftijd tevreden en komt de werknemer in kwestie in vaste dienst, dan hoeft u minder sociale premies te betalen voor deze werknemer. U kunt ook nog in aanmerking komen voor een vergoeding voor eventuele extra kosten die samenhangen met aanpassingen op de werkvloer. Hierbij moet u denken aan aangepaste machines of een aangepast toilet voor rolstoelgebruikers.
Wordt uw werknemer binnen vijf jaar ziek, dan zal het UWV u een groot deel van de ziektekosten vergoeden. Het grootste voordeel is echter dat u met deze regeling in contact kunt komen met zeer gemotiveerde werknemers, die waardevol kunnen zijn voor uw onderneming.

Wilt u gebruik maken van de proefplaatsing voor drie maanden, dan moet u voldoen aan de volgende voorwaarden:

  • U ondertekent de intentie om de werknemer een dienstverband van minimaal zes maanden aan te bieden als de proef slaagt.
  • Het werken zonder loon duurt maximaal drie maanden.
  • Indien de werknemer een WW-uitkering ontvangt, dan moet hij/zij al zes maanden werkloos zijn.

U kunt de proefplaatsing aanvragen door samen met de werknemer het formulier 'Melding UWV proeftijd' in te vullen.

3 - WOZ-WAARDE MACHINES EN WERKTUIGEN
De WOZ-waarde van bedrijfsruimtes waarin machines staan, geven vaak aanleiding tot discussies. Horen deze wel of niet tot de onroerende zaak waarover belasting is verschuldigd? Hof Amsterdam heeft met drie criteria aangegeven wat zij onder onroerende machines verstaat en daarmee de belastbaarheid concreet gemaakt.

Er zijn drie elementen van belang om voor vrijstelling in aanmerking te komen, aldus de rechter. Ten eerste moet de machine zonder beschadiging uit de ruimte kunnen worden gehaald. Daarnaast moet zij ook nog kunnen functioneren, nadat zij is verwijderd. Tenslotte moet de ruimte waarin de machine stond haar waarde behouden.

Beschadiging
Wat betreft dit criterium vindt het Hof dat enige beschadiging niet van invloed is voor de werktuigenvrijstelling. Het moet dan gaan om beschadiging van een relatief geringe betekenis.

Functionaliteit
Over de demontage en behoud van functionaliteit merkte zij op dat montage op zichzelf niet van doorslaggevend belang is. Het gaat er alleen om of het werktuig zijn functionaliteit behoudt. Als voorbeeld moet u denken aan het doorslijpen van pijpleidingen bij de demontage en het vervolgens lassen bij het hergebruik elders. Bij hergebruik kan worden bepaald of zij met behoud van hun functie kunnen worden verwijderd, oftewel is er sprake van (on)belastbaarheid.

Waarde
Het Hof is duidelijk over het behoud van waarde in bedrijfseconomische zin na verwijdering. De technische staat van het werktuig na verwijdering is van belang en niet de bedrijfseconomische waarde na verwijdering. Dit lijkt ook logisch. De werktuigenvrijstelling mag immers niet afhankelijk zijn van de (fluctuerende) markt voor gebruikte werktuigen.

4 - LENEN AAN DE STARTENDE ONDERNEMER
De overheid maakt het voor particulieren aantrekkelijk om geld te lenen aan startende ondernemers. In de volksmond is dit bekend als de Tante Agaathlening. Mits u aan de voorwaarden voldoet, biedt een dergelijke geldverstrekking u een aantal fiscale voordelen.

De eerste is de vrijstelling in box 3 voor het bedrag van het durfkapitaal. Dit bedrag is in 2007 vastgesteld op maximaal € 53.421 per belastingplichtige (lees: persoon). Uw fiscale partner mag hetzelfde bedrag op verzoek aan u overdragen. De vrijstelling wordt zo verdubbeld.

Daarnaast hebt u recht op een extra heffingskorting van 1,3% voor directe beleggingen in durfkapitaal. 'Direct' wil in dit geval zeggen dat u zelf het geld uitleent aan de startende ondernemer, dus niet via een bank of participatiemaatschappij.

Ten slotte mag u bij calamiteiten (bijvoorbeeld het faillissement van de startende ondernemer) het (gedeeltelijke) verlies op de financiering als persoonlijke verplichting in box 1 aftrekken tot een maximum van € 46.984 per beginnende ondernemer. Dat betekent grofweg dat de winsten onbelast dan wel belast zijn tegen het (lage) tarief van box 3 en de verliezen aftrekbaar zijn tegen het progressieve (en vaak hogere) tarief. Aangezien de vrijstelling per persoon geldt, is het voor fiscale partners in voorkomende gevallen aantrekkelijker om beiden de lening te verstrekken, in plaats van het eigen aandeel over te dragen.

Uiteraard moet u voldoen aan een aantal voorwaarden. U moet bijvoorbeeld het geld uitlenen aan een ondernemer/onderneming (ook de BV valt eronder) die in beginsel korter bestaat dan zeven jaar (in bijzondere gevallen veertien jaar). De lening moet daarnaast zijn achtergesteld bij andere schuldeisers en worden geregistreerd bij de belastingdienst. Ook mag u geen hoger rentepercentage bedingen dan de wettelijke rente. Tenslotte moet de lening worden gebruikt voor de financiering van verplicht ondernemingsvermogen en mag u geen geleend geld inzetten voor een dergelijke geldverstrekking.

5 - WINST OP UITVINDINGEN MINDER BELAST
De octrooibox is met terugwerkende kracht per 1 januari 2007 ingevoerd. Goedkeuring van Europa bleek niet noodzakelijk. Wanneer er winsten zijn gemaakt met gepatenteerde uitvindingen, geldt voor deze box het speciale belastingtarief van 10 procent.

De octrooibox brengt met zich mee dat u kunt kiezen voor een bijzonder tarief voor octrooien. Opbrengsten worden dan belast tegen het lage tarief van 10 procent. Het gaat om de netto vergoedingen: opbrengsten minus kosten, lasten en afschrijvingen. Deze regeling kunt u per octrooi aanvragen onder voorwaarde dat deze na 1 januari 2007 is geregistreerd.

De regeling is niet van toepassing op merken, logo's en dergelijke. Eveneens is zij niet van kracht indien u octrooien aankoopt. U moet de rechten dus zelf ontwikkelen. Ze is wel van toepassing op kwekersrechten, dus ook de landbouwsector kan meeprofiteren.

Wanneer u voor de octrooibox kiest, moet u erop letten dat de voortbrengingskosten die in het verleden ten laste van de winst zijn gebracht, weer moeten worden geactiveerd. Dit is de zogenaamde ingroeiregeling. Kiest u niet voor de octrooibox, of gaat het om nieuwe rechten, dan geldt deze laatste regel niet.

De toepassing van de octrooibox heeft zo zijn grenzen. Dat wil zeggen dat de voordelen die bij u in totaal in de loop der jaren in de octrooibox vallen, niet meer kunnen bedragen dan maximaal vier maal het totaal van de geactiveerde voortbrengingskosten.

6 - SCHOLING WERKNEMERS LOONT
De scholing van uw werknemers komt niet alleen de efficiëntie en kennis van uw bedrijf ten goede, ook nu is er voor de werkgever een aanzienlijk fiscaal voordeel.

Sinds 2006 bij een tweetal regelingen een (groter) fiscaal voordeel. De eerste regeling heeft betrekking op werkgevers die voormalig werkloze werknemers opleiden tot deze een zogenaamde startkwalificatie hebben. Daar is een aantal voorwaarden aan verbonden. Het loon van de werknemer mag bijvoorbeeld niet hoger zijn dan het toetsloon in een bepaald loontijdvak. Daarnaast moet u een verklaring van het Centrum voor Werk en Inkomen (CWI) hebben dat de werknemer vóór indiensttreding als werkloze te boek stond. Als u aan deze voorwaarden voldoet hoeft u minder loonheffing af te dragen. Door het besluit wordt de afdrachtvermindering per kalenderjaar verhoogd van € 1.500 naar € 3.000.

De tweede regeling is nieuw. U kunt 'vermindering afdracht loonbelasting en premie volksverzekeringen' ontvangen voor het aanbieden van stages binnen de beroepsopleidende leerweg op MBO 1- of 2- niveau. De afdrachtvermindering bedraagt € 1.200 per kalenderjaar. Het recht bestaat voor leerlingen die gedurende tenminste twee maanden een stage volgen in het kader van een beroepsopleiding.

Als deze leerlingen of werknemers bij u in dienst zijn dan kunt u recht hebben op deze (verhoogde) kortingen. Wanneer de aangifte loonbelasting is opgestuurd, maar deze blijkt door de afdrachtvermindering negatief te worden, dan kan de teruggave worden verkregen door een zogenaamde correctie. Dit wordt ook het correctiebericht genoemd. Controleer dit nauwkeurig.

7 - BUITENLANDSE HYPOTHEEK IN OPMARS
De afgelopen tijd hebben steeds meer mensen voor de aankoop van hun (eigen) woning een hypothecaire geldlening afgesloten bij een buitenlandse bank. Potentiële woningkopers kunnen dus kiezen tussen Nederlandse of buitenlandse geldverstrekkers. De voor- en nadelen op een rij.

Buitenlandse hypotheekverstrekkers hanteren vaak lagere (rente)tarieven. Dit is voor hen mogelijk omdat ze zonder tussenpersoon handelen. In zo'n situatie betaalt u niet mee aan de 'overhead' van de bank, maar enkel voor de verleende dienst. In Nederland gelden vaak hogere rentetarieven. Alle Nederlandse banken verhogen de geldende marktrente nog eens met ongeveer 0,5% ter compensatie van de kosten.

Als u van plan bent een buitenlandse hypotheek af te sluiten, is het handig om de volgende punten in overweging te nemen:

  1. De taal: de kans bestaat dat bij ingewikkelde kwesties misverstanden kunnen ontstaan.
  2. Kortere looptijden van de geldlening: de buitenlandse hypothecaire geldleningen hebben veelal een maximale looptijd van vijftien jaar, terwijl in Nederland de looptijden vaak langer zijn. In de laatstgenoemde situatie wordt de totale aflossing op die manier over meer jaren gespreid. Uiteindelijk betaalt u wel meer rente, maar de maandlasten liggen wat lager.
  3. Minder mogelijkheden tot maximale financiering:
    er kan in het buitenland bijna nooit een 100% financiering worden afgesloten, terwijl in Nederland een tophypotheek mogelijk is.
  4. Beperkt aanbod van hypotheekvormen: in het buitenland worden vaak worden alleen de lineaire hypotheek of de annuïteitenhypotheek aangeboden. Nederland is in dit opzicht beter ontwikkeld. Door het fiscale klimaat zijn er veel verschillende hypotheekvormen.

8 - GEEN OVERDRACHTSBELASTING MEER BIJ OVERDRACHT FAMILIEBEDRIJF
Met ingang van 1 januari 2007 geldt automatisch een vrijstelling van overdrachtsbelasting voor bedrijfspanden die worden overgedragen aan een familielid.

Deze vrijstelling is ook van toepassing op onroerende zaken die aan de overheid worden verkocht. Eveneens geldt bij schenking van onroerende zaken, fusie, splitsing of bedrijfsreorganisatie. Tot 1 januari 2007 gold dat binnen een maand na de transactie een beroep op de vrijstelling diende te worden gedaan. Veel mensen vergaten dit waardoor alsnog de 6% overdrachtsbelasting voldaan moest worden.

Het ministerie van Financiën heeft aan MKB-Nederland laten weten dat deze regeling ook toegepast kan worden op de nog lopende gevallen. MKB-Nederland verwacht ook dat u voortaan minder notariskosten heeft bij dergelijke overdrachten, omdat u zich niet meer druk hoeft te maken om de aangifte van de onroerende zaak bij de fiscus.

9 - BESPARING WGA-PREMIE VOOR HET MKB
Werkgevers hebben per 1 januari 2007 en vervolgens elk halfjaar (per 1 juli en 1 januari) de mogelijkheid te kiezen om eigenrisicodrager te worden voor de WGA-regeling.

Dit houdt in dat de werkgever de kosten voor de uitkeringen aan de gedeeltelijk arbeidsongeschikte werknemers voor eigen rekening neemt en dit risico vervolgens verzekert bij een private verzekeraar. De andere mogelijkheid is om voor het WGA-risico verzekerd te blijven bij het UWV, tegenwoordig de Belastingdienst.

Indien u heeft gekozen voor eigenrisicoschap geldt een uitkeringsplicht van tien jaar. Na tien jaar wordt de uitkeringsplicht door het UWV overgenomen. In totaal is de werkgever twaalf jaar lang verantwoordelijk voor de arbeidsongeschikte werknemer. Twee jaar loondoorbetaling bij ziekte en vervolgens tien jaar de eventuele WGA-uitkering.

Particuliere verzekeraars rekenen vaak een aanzienlijk lagere premie dan het UWV. De gemiddelde premie bij het UWV is 0,7% tegen gemiddeld 0,3-0,6 % premie over de loonsom. Ook werkt een verzekeraar sneller aan een eventuele arbeidsreïntegratie. Bij het UWV start dit proces pas wanneer een arbeidsongeschikte als zodanig is gekwalificeerd.

De overstap van UWV naar particuliere verzekeraars is het overwegen waard als u tussen de vijf en honderd werknemers heeft. Deze moeten daarbij geen of slechts een recente WAO-verleden hebben wat betreft ziekte onder personeel, maar daarnaast geen verdere WIA-instroom. Voor de groep bedrijven met minder dan vijf werknemers is de overstap sowieso niet voordelig. Dit heeft te maken met het feit dat veel verzekeraars een minimumpremie hanteren. Zij zijn daardoor duurder voor de bedrijven met weinig werknemers.

10 - VASTE REISKOSTENVERGOEDING BIJ VERSCHILLENDE ARBEIDSPLAATSEN
Werkgevers mogen onder voorwaarden vaste vergoedingen onbelast aan hun werknemers verstrekken. Een vaste reiskostenvergoeding mag u alleen verstrekken, indien sprake is van een vaste werkplek. Dit kan soms tot problemen leiden indien de werknemer niet altijd naar dezelfde werkplek reist. Om in deze situaties tegemoet te komen heeft de Belastingdienst de regeling per 1 januari 2007 versoepeld.

De standaard methode werkt als volgt. Er is sprake van een vaste arbeidsplaats indien in tenminste 36 weken (70% van 52 weken) de arbeidsplaats wordt bezocht. Bij de berekening van de onbelaste vergoeding moet u van 206 werkdagen uitgaan (260 reguliere werkdagen minus 54 dagen voor vakantie, ziekte etc.). Is de totale reisafstand meer dan 150 kilometer, dan is nacalculatie van de vaste kostenvergoeding verplicht.

Indien niet altijd naar dezelfde arbeidsplaats wordt gereisd kunnen er problemen ontstaan. Daarom staat de Belastingdienst toe dat per 1 januari 2007 de vaste reiskostenvergoeding vaker mag worden toegekend. Deze methode werkt als volgt:

Er wordt uitgegaan van 214 (i.p.v. 206) werkdagen per jaar met een kilometervergoeding van € 0,19 per kilometer. Voorwaarde is dat de werknemer op tenminste 150 dagen (70% van 214) naar de vaste arbeidsplaats reist. Deze berekeningsmethode geldt niet als de werknemer reist per taxi, luchtvaartuig, schip of een ter beschikking gesteld vervoermiddel.

Het aantal dagen (214 en 150) moet u naar evenredigheid toepassen wanneer de werknemer op minder dan vijf dagen per week werkt, de dienstbetrekking begint of eindigt in de loop van het kalenderjaar, de reisafstand wijzigt door bijvoorbeeld verhuizing of wanneer de vaste reiskostenvergoeding wordt gestopt.

11 - NIEUWE REGELS VOOR GOEDE DOELEN
Per 1 januari 2008 veranderen de fiscale regels voor ´algemeen nut beogende instellingen' beter bekend als ´de goede doelenorganisaties´. Wanneer zij gebruik willen maken van fiscale faciliteiten en tegemoetkomingen, moeten ze een beschikking hebben van de Belastingdienst.

Heeft u een dergelijke instelling opgericht of bent u van plan deze in het leven te roepen, dan kunt u de beschikking medio dit jaar aanvragen bij de Belastingdienst Oost-Brabant/Kantoor 's-Hertogenbosch. Hiermee bent u dan vrijgesteld van schenkings- of successierecht over schenkingen en erfrechtelijke verkrijgingen. Ook bij uitkeringen in het algemeen belang hoeft u daarover geen schenkingsrecht te betalen.

Voor particuliere schenkers is deze verandering eveneens van belang. Vanaf de hiervoor genoemde datum is uw gift namelijk alleen aftrekbaar voor de inkomstenbelasting als zij is gedaan aan instelling met een beschikking. Hetzelfde geldt voor bedrijven in de vennootschapsbelasting. Op de site www.belastingdienst.nl kunt u nagaan of de desbetreffende instelling een beschikking heeft ontvangen.

12 - DIENSTBETREKKING OF OPDRACHT: ZORG VOOR DUIDELIJKHEID VOORAF!
In de praktijk blijkt dat het vaak moeilijk is om een duidelijke scheidslijn te trekken tussen een arbeids- en een opdrachtovereenkomst. Pijnlijk wordt het wanneer de fiscus en/of het UWV achteraf alsnog een dienstbetrekking constateren, terwijl u uitging van alleen een opdracht. Dat kan u veel geld kosten.

Het belangrijkste verschil is dat u bij de dienstbetrekking (verplicht) verzekerd bent voor de premies werknemersverzekeringen, maar bij de opdrachtovereenkomst niet. De gezagsverhouding is bepalend voor het verschil tussen een dienstbetrekking of een opdrachtovereenkomst, in combinatie met het soort arbeid en de hoogte van het loon.

Gezagsverhouding
Bij de beoordeling door de Belastingdienst en het UWV wordt vooral gekeken naar de ´artistieke vrijheid´ van degene die het werk uitvoert. Is er sprake van een opdracht, dan is er meer vrijheid voor de uitvoering van de prestaties dan bij een dienstbetrekking, waarbij over het algemeen een strakkere gezagsverhouding geldt. Zo wordt het realiseren van een ICT-project eerder aangemerkt als een overeenkomst van opdracht, dan het metselen van een muur. Zoals u zult begrijpen zijn de kaders tussen deze twee arbeidsvormen niet altijd even duidelijk aan te geven. De feitelijke omstandigheden zullen de doorslag geven.

VAR
Voordat er sprake kan zijn van een opdrachtovereenkomst, moet eerst vastgesteld worden dat er geen sprake is van een arbeidsovereenkomst. U kunt dit vooraf regelen met een VAR-verklaring (Verklaring Arbeidsrelatie).

4e Kwartaal 2006

40 - SPORTEN IN JE VRIJE TIJD KAN NAAST PLEZIER OOK LOONINHOUDING OPLEVEREN
Een werknemer is door eigen schuld of toedoen, bijvoorbeeld bij het sporten, voor de zoveelste keer uit de roulatie. U hebt daar genoeg van en behoudt zich vervolgens het recht voor om slechts de wettelijk verplichte 70% van het loon uit te betalen. Uw werknemer neemt dit niet en stapt naar de rechter. Mag u hem/haar in zulke gevallen wel korten op de uitkering?

In bijzondere omstandigheden is het toegestaan, ja. Dit blijkt uit een uitspraak van Gerechtshof Arnhem. In de casus vocht de werknemer aan, dat hij bij arbeidsongeschiktheid slechts 70% van het loon uitgekeerd kreeg. De werkgever verweerde zich door te stellen dat hij de werknemer al verschillende keren had gewezen op zijn blessuregevoeligheid in de sport die hij beoefende. Hij had namelijk al 23 maanden thuis doorgebracht vanwege herhaaldelijke sportblessures, in een periode van vier jaar... De rechter vond ook dat bij arbeidsongeschiktheid van een werknemer een werkgever niet altijd het volle pond hoeft uit te keren in dergelijke extreme situaties. De CAO van de bewuste werknemer bevatte namelijk geen bepaling voor dit soort gevallen. In de arbeidsovereenkomst werd vervolgens bepaald, dat bij verzuim door eigen schuld of toedoen, de bovenwettelijke aanvulling op het CAO-loon niet zou worden uitgekeerd. De rechtbank vond daarmee dat het beroep van de werknemer ongegrond was. De werkgever hoefde de aanvulling niet te bekostigen.

41 - CORRECTIE AANSLAG NIET MOGELIJK ALS GEVOLG VAN EIGEN FOUT FISCUS
De inspecteur behoort bij de controles van aangiftes, zorgvuldigheid in acht nemen die van hem verwacht mag worden. Indien hij dat verzuimt, dan mag hij de onjuist vastgestelde aanslag later niet meer corrigeren met een naheffings-, navorderingsaanslag of naar aanleiding van een belastingcontrole.

Indien de inspecteur uw aanslag niet met de juiste zorgvuldigheid heeft behandeld en er daardoor een onjuiste aanslag of misschien zelfs ten onrechte geen aanslag opgelegd, mag hij alleen navorderen wanneer hij een nieuw feit heeft. Onder een nieuw feit wordt verstaan een feit dat bij de inspecteur niet bekend was of redelijkerwijs niet bekend had kunnen zijn. Dus een correctie door de inspecteur van een onjuist opgelegde aanslag, als gevolg van het niet goed opletten, is niet mogelijk. Ook een ingestelde (spoed)controle, om daarmee de onzorgvuldigheid te verdoezelen, kan geen aanleiding zijn om alsnog een aanslag op te leggen. In twee onlangs verschenen uitspraken is de overheid op de vingers getikt. Wij berichten u al eerder over met een aan dit onderwerp gerelateerde zaak in tip 31.

42 - ZAKKEN VOOR DIPLOMA REDEN VOOR ONTSLAG?
Bij sommige beroepen is het hebben van bepaalde (vak)diploma's vereist, zoals een chauffeursdiploma. Wat te doen als uw werknemer voor zijn examen zakt en zijn beroep niet (langer) mag uitoefenen? Kunt u hem dan gelijk ontslaan?

Het hangt af van de omstandigheden. In principe moet u de werknemer een tweede (of zelfs een volgende) kans bieden. U bent immers verplicht zich een als goede werkgever op te stellen. Daarnaast heeft de werknemer ook verplichtingen. Hij/zij moet initiatieven ondernemen om vakbekwaam te worden dan wel te blijven. Twee voorbeelden die de tendens aangeven.

In het eerste geval kreeg de werknemer gelijk. Het betrof een taxichauffeur die zijn chauffeurspas (lees: examen) maar niet behaalde. Toen het chauffeursdiploma per 1 januari 2006 verplicht werd, werd de persoon in kwestie op non-actief gezet. Een maand later behaalde hij zijn examen alsnog. Hij vond dat hij recht had op het loon van de maand waarin hij thuis had gezeten. De rechter besliste dat het taxibedrijf een risico had genomen om kort voor de wetswijziging een oudere werknemer in dienst te nemen. De onderneming had moeten beseffen dat de werknemer door zijn leeftijd (hij was 61 jaar) moeilijker in staat zou zijn om zijn diploma te behalen dan zijn jongere collega's. De taxichauffeur zag hiermee zijn vordering toegewezen.

Anders verliep het met de werknemer die op locatie bij klanten van zijn toekomstige werkgever zou gaan werken. De opdrachtgever was één van zijn grootste klanten. Deze liet alleen werknemers toe die in het bezit waren van een speciaal veiligheidscertificaat. Al bij de ondertekening van het arbeidscontract was het de werknemer duidelijk dat hij het diploma zou moeten behalen. Hij ontving een cursusboek en binnen vier dagen zou een examen volgen. Het was een eenvoudige cursus, dus het moest binnen één à twee dagen lukken deze te bestuderen. De werknemer haalde het examen niet en het arbeidscontract werd ontbonden. De werknemer vorderde voortzetting van het contract.
De rechter was het eens met de werkgever. Ondanks het beroep van de werknemer op zijn buitenlandse nationaliteit, vond de rechtbank niet dat dit van invloed was op de studietijd. Hij woonde immers al 25 jaar in Nederland. Ze vond overigens wel dat hij een tweede kans had moeten krijgen, maar omdat de werknemer zelf ook geen initiatief had genomen, kon de werkgever niets worden verweten.

43 - EIA EN MIA OP NUL: PLAN UW INVESTERINGEN
Met ingang van 12 oktober jl. is de Energie Investeringsaftrek (EIA) en de Milieu Investeringsaftrek (MIA) op nihil gezet. De aanleiding hiervoor is het grote beroep dat op deze regelingen is gedaan dit jaar. Tot 31 december 2006 worden daarom geen tegemoetkomingen meer gegeven. Tijd voor het heroverwegen van uw investeringsplannen?

Wanneer u investeert in energie- en milieuvriendelijke bedrijfsmiddelen, dan kunt u onder voorwaarden recht hebben op een extra fiscale aftrekpost: de EIA en/of de MIA. Eén van de voorwaarden is dat u het betreffende bedrijfsmiddel of de bedrijfsmiddelen binnen drie maanden na aanschaf of voortbrenging aanmeldt bij het bureau Investeringsregelingen en Willekeurige Afschrijvingen (IRWA) van de belastingdienst.

Het aantrekkelijke van deze regelingen is de hoogte van de fiscale aftrekposten. Deze bedragen voor de EIA 44% en voor de MIA 40%, 30% en 15%, afhankelijk van de categorie waar de investering valt. De fiscale aftrekken kunnen voor een flinke verlaging van uw fiscale inkomen zorgen en daarmee uw belastingdruk verlagen.

De overheid heeft op 12 oktober jl. besloten om de beide regelingen met onmiddellijke ingang tot 31 december 2006 te verlagen naar 0%. Dit betekent dat bij investeringen na deze datum geen recht meer is op een belastingaftrek op basis van deze regelingen. Let op: wanneer de aankopen en voortbrengingskosten van vóór deze datum zijn, kunt u hiervoor nog wel in aanmerking komen. Dien uw aanmelding(en) daarom niet te laat in.

Mogelijk is het voordeliger om uw investeringen uit te stellen tot volgend jaar en te investeren in andere bedrijfsmiddelen om de gewone investeringsaftrek (kleinschaligheidsinvesteringsaftrek) te optimaliseren.

44 - BELASTINGVRIJ SCHENKEN AAN (KLEIN)KINDEREN
Vanaf 1 januari 2006 kunt u uw kleinkind jaarlijks tot € 2.606,- (tarief 2006) belastingvrij schenken. Tot vorig jaar was dat maar eens in de 24 maanden mogelijk. De regeling is dus aanzienlijk verruimd.

Voor schenkingen aan uw kinderen geldt per kalenderjaar een belastingvrij bedrag van € 4.342,-. Wanneer uw kind, of zijn/haar partner, ouder is dan achttien, maar jonger dan 35 jaar, mag u eenmalig tot een bedrag van € 21.700,- schenken (tarieven 2006), zonder dat uw kind daarover belasting hoeft te betalen.

Het is daarnaast belangrijk om te weten dat deze bedragen zogenoemde drempelvrijstellingen zijn. Dit houdt in dat wanneer u meer schenkt, alleen het meerdere wordt belast.

45 - SPAARLOON TUSSENTIJDS OPNEMEN VOOR FINANCIERING KINDEROPVANG
Het is mogelijk om tussentijds spaarloon op te nemen voor de financiering van de kosten van kinderopvang. Over het opgenomen bedrag is uw werkgever dan geen loonbelasting, premie volksverzekeringen en premies werknemersverzekeringen verschuldigd.

Het spaarloon is - zoals u wellicht weet - normaliter vier jaar geblokkeerd. Ze mag tussentijds gedeblokkeerd worden voor bijvoorbeeld de aankoop van een eigen woning. Met ingang van 1 januari 2005 is daar de financiering van de kosten van kinderopvang aan toegevoegd. Deze bepaling is een onderdeel van de ´Wet aanpassing fiscale behandeling vut/prepensioen en introductie levensloopregeling´.

Om gebruik te maken van deze regeling moet u aan een aantal voorwaarden voldoen:

  • Er moet in de spaarloonregeling, die tussen u en uw werkgever overeengekomen is, opgenomen zijn dat het tussentijds deblokkeren voor de financiering van kinderopvang is toegestaan.
  • Het te deblokkeren bedrag is maximaal eenzesde deel van de kosten die voor de kinderopvang aan u of uw partner in rekening zijn gebracht.
  • De deblokkering moet voldoen aan de regels die vermeld zijn in de toelichting op de Uitvoeringsregeling werknemersspaarregelingen en winstdelingsregelingen.
  • Het is mogelijk dat de werkgever gelijk het daarvoor bestemde gedeelte afstort bij de organisatie die de kinderopvang aanbiedt.

46 - MEER GELIJKMATIGE BELASTINGHEFFING DOOR MIDDELING
Verschilt uw inkomen uit werk en woning (box 1) per jaar sterk? Dan kan het zinvol zijn om gebruik te maken van middeling en zo over een periode van drie jaar een meer gelijkmatige belastingheffing te verkrijgen.

Een sterke wisseling van inkomen kan veroorzaakt worden door schommelingen in uw salaris, bedrijfswinst of door eenmalige aftrekposten als gevolg van ziekte of bijvoorbeeld de aankoop van een eigen woning (bijvoorbeeld hypotheekrente en aftrekbare kosten).

Bij middeling wordt het inkomen uit box 1 van drie aaneengesloten jaren bij elkaar opgeteld en daarna door drie gedeeld. De uitkomst hiervan is het gewogen inkomen per jaar. Daarover wordt dan de belasting berekend. Door deze middeling zou het zo kunnen zijn dat de herberekende inkomens uit werk en woning tegen een lager percentage worden belast dan dat er werkelijk betaald is. Het eventuele verschil tussen de herberekende belasting en de daadwerkelijke belastinglast, krijgt u terug onder aftrek van een drempelbedrag van € 545,-.

Een verzoek tot middeling - inclusief een berekening daarvan - kunt u schriftelijk indienen bij de Belastingdienst. Dat moet binnen 36 maanden nadat de laatste aanslag van het tijdvak definitief is geworden.

47 - TIJDELIJKE ONTHEFFING SOLLICITATIEPLICHT UITKERINGSGERECHTIGDEN MOGELIJK
Werklozen met een uitkering die als vrijwilliger of mantelzorger werken, kunnen sinds 1 november 2006 tijdelijk ontheffing van hun sollicitatieplicht krijgen. Het UWV bekijkt per geval de mogelijkheid en de duur van de aangevraagde ontheffing.

Werklozen met een WW- of WGA-uitkering zijn verplicht te solliciteren. Ontheffing van deze plicht werd tot voor kort alleen verleend als men 57,5 jaar of ouder was en gemiddeld meer dan twintig uur per week als vrijwilliger of mantelzorger werkte. Maar met ingang van 1 november 2006 is deze regeling verruimd. De verruiming ziet op het vervallen van de leeftijdsgrens en het verlengen van de periode dat men niet hoeft te solliciteren. Deze periode geldt in beginsel eenmalig voor maximaal een half jaar, maar kan met maximaal zes maanden worden verlengd. Het UWV beoordeelt per verzoek of u recht heeft op een ontheffing van de sollicitatieplicht en voor hoe lang.

In bijzondere situaties kan het UWV de reeds verlengde termijn met steeds één maand verlengen. Daarnaast kunnen uitkeringsgerechtigden, van wie bijvoorbeeld een gezinslid is overleden, eenmalig een sollicitatievrijstelling van maximaal vier weken krijgen.

48 - NVESTEER SLIM: MAAK EEN KEUZE VOOR 2006 OF 2007
Investeringen hebben verschillende gevolgen voor uw winstbepaling. Wanneer u van plan bent om binnenkort te gaan investeren maakt het nogal wat verschil uit of u dit nog in 2006 doet of in het nieuwe jaar.

Aangezien het einde van het jaar nadert, is het belangrijk voor de fiscale jaarwinst om te letten op de hoogte van uw investeringen in dit jaar. U moet hierbij denken aan de zogenaamde kleinschaligheidsinvesteringsaftrek (KIA). Met deze faciliteit kunt u een percentage van het bedrag dat wordt geïnvesteerd ten laste van het fiscale resultaat brengen.
Over de eerste € 2.100 aan (gekwalificeerde) investeringen in een kalenderjaar krijgt u geen investeringsaftrek. Naarmate de omvang van de totale investeringen in een jaar toeneemt, wordt het percentage van de investeringsaftrek steeds lager. Zo krijgt u over de eerste € 35.000,- een aftrek van 25%, terwijl u over een investering van € 100.000 slechts 10% aftrek geniet. Investeert u dit jaar meer dan € 229.000, dan krijgt u helemaal niets meer. De tabel van de KIA luidt als volgt:

Meer dan    Niet meer dan  Percentage
-                     2.100               -
2.100            35.000            25
35.000          67.000            22
67.000          98.000            15
98.000        131.000            10
131.000      163.000              6
163.000      195.000              3
195.000      229.000              3
229.000      261.000              -
261.000      293.000              -
293.000                  -              -

Wanneer u het voornemen heeft om dit jaar of juist volgend jaar veel te gaan investeren dan is het verstandig om uw investeringsbeslissing (deels) te laten afhangen van de fiscale faciliteiten. Het heeft namelijk niet alleen gevolgen voor het bedrag dat ten laste van de fiscale winst mag worden gebracht, maar indirect ook voor de belasting over de jaarwinst in zijn geheel. Voor een ondernemer die valt onder de inkomstenbelasting werkt de KIA namelijk ook door naar bijvoorbeeld de hoogte van de zelfstandigenaftrek. Als u verwacht volgend jaar veel te gaan verdienen of weinig te investeren, is het wellicht fiscaal gunstiger om deze investeringen uit te stellen tot volgend jaar.

49 - AFRONDINGSWERKZAAMHEDEN BIJ STAKING TELLEN VOOR HET URENCRITERIUM
Onlangs heeft de Hoge Raad beslist dat de tijd die u besteedt aan de afronding van de onderneming na staking ook van belang is voor de zelfstandigenaftrek. Het geschil in deze zaak was of de bestede tijd aan de afwikkeling van de verkoop van de onderneming, valt onder het urencriterium.

In het voorbeeld ging het om een belastingplichtige die zijn onderneming had verkocht en in loondienst ging bij de partij die de onderneming overnam. De vraag was of hij recht had op de zelfstandigenaftrek en meer in het bijzonder of hij had voldaan aan de voorwaarden om in aanmerking te komen voor het urencriterium van de zelfstandigenaftrek.

Belanghebbende had zijn onderneming begin mei 1997 verkocht en vanaf de verkoopdatum tenminste 25 uur per maand besteed aan de afwikkeling daarvan. Vóór de verkoop had hij in totaal al 1056 uur besteed aan het feitelijk drijven daarvan. Het Hof was van mening dat er na de verkoop geen onderneming meer gedreven werd, omdat deze al per mei 1997 was verkocht (en daarmee gestaakt). Bij de vaststelling van het urencriterium gaat het namelijk om het feitelijk drijven van een onderneming. De Hoge Raad heeft echter anders beslist. Zij was van mening dat de afwikkeling van de onderneming na staking, evenzeer samenhangt met het daadwerkelijk drijven van die onderneming en stond de aftrek gewoon toe.

50 - TWEEMAAL HET TARIEFSVOORDEEL VAN 3% OP WINST UIT AANMERKELIJK BELANG
Het Belastingplan 2007 is op sommige punten de DGA goed gezind. Zo wordt de belastingheffing in box 2 tijdelijk met 3% verlaagd over de eerste € 250.000 aanmerkelijk belangwinst. Hierbij wordt geen verschil gemaakt tussen de DGA zelf en de fiscale partner.

Inmiddels is bekend dat dividenduitkeringen voor DGA's tot in 2007 moet worden uitgesteld om een voordeel van 3% te genieten in box 2. Deze tijdelijke verlaging van het box 2 tarief is een tegemoetkoming aan de DGA voor de teveel betaalde inkomensafhankelijke premie voor de Zorgverzekeringswet in de jaren 2006 en 2007.

Het inkomen uit aanmerkelijk belang behoort tot de gemeenschappelijke inkomensbestanddelen. Er is geen wettelijke beperking die bepaalt dat de genoemde grens van € 250.000 voor fiscale partners gezamenlijk geldt. Hierdoor lijkt het mogelijk om het tariefsvoordeel dubbel te genieten. Bij een winst uit aanmerkelijk belang (dividend of vervreemding) kan de uitkering vrijelijk over de fiscale partners worden verdeeld. Door deze verdeling kan daarom het tariefsvoordeel worden genoten over een maximale winst uit aanmerkelijk belang van € 500.000. Bijkomend voordeel van de uitgestelde uitkering is een besparing van per saldo 1,2% vermogensrendementsheffing (box 3) over het netto dividend.

51 - VRAAG EEN 'VERKLARING GEEN PRIVÉ-GEBRUIK AUTO' AAN
Rijden uw werknemers in een auto van de zaak minder dan 500 privé-kilometers per jaar? Dan is het zinvol om een 'verklaring geen privé-gebruik' aan te vragen.

De auto van de zaak wordt per 1 januari 2006 niet meer in de inkomstenbelasting maar in de loonbelasting belast. Een auto van de zaak is een ook voor privé-doeleinden ter beschikking gestelde auto. Als er in een kalenderjaar meer dan 500 privé-kilometers worden gereden, volgt er een bijtelling van 22% van de cataloguswaarde van de auto. Deze blijft achterwege wanneer de werknemer een 'verklaring geen privé-gebruik' aanvraagt bij de inspecteur.

Voordelen
De verklaring is voordelig voor zowel werknemer als werkgever. De werknemer voorkomt zo een bijtelling, wat uiteindelijk een hoger nettoloon oplevert. Voordeel voor de werkgever is dat hij gevrijwaard wordt van eventuele naheffingsaanslagen. Het risico van naheffing en boete wordt als het ware verlegd naar de werknemer. Deze zal namelijk een nauwkeurige rittenregistratie moeten bijhouden om aan te tonen dat destijds de verklaring terecht is afgegeven.

Voorwaarden
De werknemer die van mening is dat de bijtelling van 22% niet op hem van toepassing is, kan een verklaring bij de inspecteur aanvragen onder de volgende voorwaarden:
- Het gaat om een auto met een zogenoemd geel kenteken;
- Hij kan aantonen dat hij minder dan 500 kilometer per jaar privé rijdt;
- Hij houdt hierbij een sluitende ritten- of kilometeradministratie bij die voldoet aan de regels zoals gesteld door de Belastingdienst.
De werkgever is ondanks alle waarborgen verplicht loonheffing in te houden als hij het vermoeden heeft dat er ondanks de verklaring toch sprake is van privé-gebruik. 

52 - EINDE FISCALE EENHEID (FE)?
Het kan om uiteenlopende redenen interessant zijn om de fiscale eenheid voor de vennootschapsbelasting per 1 januari 2007 te verbreken. Eén van de argumenten is dat de belastingtarieven in het komende jaar dalen. Is de verbreking van de fiscale eenheid in uw situatie voordelig?

Door de tariefsopstapjes in het komende jaar zijn uw ondernemingen mogelijk minder belasting verschuldigd bij een zelfstandige belastingplicht van de vennootschappen, dan bij een fiscale eenheid.

Een voorbeeld ter verduidelijking:

Omschrijving

 Totaal

Houdstermij. 

Werkmij. 1 

Werkmij. 2 

€ 

€ 

€ 

€ 

Fiscaal resultaat

92.000 

26.000 

17.000 

49.000 

 

 

 

 

 

Belasting bij FE

21.385

 

 

 

Belasting zonder FE 

19.275 

5.235 

3.400 

10.640 

 

 

 

 

 

Verschil 

2.110 

 

 

 

 

Zoals u ziet kan het dus aantrekkelijk zijn om gebruik te maken van de tariefsveranderingen.

53 - MAAK SCHRIFTELIJKE SCHENKINGSOVEREENKOMSTEN

Zoals u weet kunt u veel van uw schenkingen doen zonder tussenkomst van een notaris. Deze zijn dus heel vaak vormvrij. Aangezien in deze tijd van het jaar veel giften worden gedaan, is het goed om hiervan een schriftelijke vastlegging te maken.

De reden van een schriftelijke vastlegging is simpel en doeltreffend. U en uw begiftigde kunnen te allen tijde aantonen dat er een schenking is gedaan. U kunt tevens in een dergelijke overeenkomst bepalingen toevoegen waaronder u de verstrekking doet. Zo kan er later geen twijfel meer bestaan over uw bedoelingen.

Vaak worden de schenkingen gedaan aan kinderen (€ 4.342) en kleinkinderen/anderen (€ 2.606) tot aan het bedrag van de vrijstelling. De vrijstellingen gelden per kalenderjaar. Dus wanneer u nog dit jaar en aan het begin van het komende jaar schenkt, kunt u optimaal gebruik maken van de fiscale ruimte. Let er wel op of u eerder dit jaar al een of meer schenkingen heeft gedaan. Bij kinderen is het meerdere boven de vrijstelling belast. Bij kleinkinderen of anderen, is de gehele schenking belast, wanneer de drempel wordt overschreden.

3e Kwartaal 2006

27 - UW MONUMENTENWONING WORDT FISCAAL VERWEND
Onlangs is er een duidelijk besluit verschenen over de fiscale aftrekbaarheid van de uitgaven voor monumentenwoningen. Naast een goed overzicht in de regeling, zijn hierin een aantal aanvullingen opgenomen die voor u aantrekkelijk en daarmee van belang kunnen zijn.

Een monument als eigen woning is juist zo interessant, omdat daarbij meer aftrek mogelijk is dan bij de normale eigen woning. U moet dan denken aan de onderhoudskosten aan de woning, maar ook de afschrijvingskosten (meestal 15% van het bruto-eigenwoningforfait), de premies voor opstal-, en brandverzekering, de onroerende zaakbelasting (sinds het gebruikersdeel is vervallen), waterschapslasten enzovoorts. De kosten moeten boven een bepaalde drempel uitkomen wil er sprake zijn van aftrek. Deze bedraagt voor 2006 0,8% van de eigenwoningwaarde, met een maximum van € 12.750.

Wanneer de tuin rond uw monumentale woning als eenheid is aangemerkt met de woning, zijn de kosten van de tuin ook aftrekbaar. Tot voor kort moest deze tuin ook apart zijn geregistreerd in het register. Met het besluit is deze voorwaarde komen te vervallen. Ook kunt u kostenaftrek claimen voor binnenschilderwerk, wanneer dit onderdeel uitmaakt van het onderhoud. Gewoon schilderwerk valt daar niet onder. Ook hoeft u volgens het besluit niet langer volledig eigenaar meer te zijn om in aanmerking te komen voor kostenaftrek.

Bureau Monumentenpanden en het Restauratiefonds
Wanneer u een rijksmonument bezit als eigen woning en u wilt deze verbouwen, renoveren of restaureren, dan doet u er goed aan om het Bureau Monumentenpanden van de belastingdienst in Amersfoort te benaderen. Deze speciale tak van de fiscus houdt zich alleen bezig met fiscale regelgeving rondom monumentenpanden. Zij kan en mag u vooraf fiscale zekerheid geven over uw restauratie of verbouwingsplannen. Daarnaast adviseren wij u contact op te nemen met het Restauratiefonds in Amersfoort. Zij adviseert het Bureau Monumentenpanden over de aftrekbaarheid van de te maken kosten. Daarnaast treedt zij regelmatig op als financier voor dergelijke verbouwingsprojecten. Daarvoor hanteert zij speciale (lagere) tarieven. Informatie hierover kunt u vinden op http://www.restauratiefonds.nl/.

28 - IN DE OPSTARTFASE OOK RECHT OP ZELFSTANDIGENAFTREK
Wanneer u voor meer dan 1225 uur per kalenderjaar werkzaam bent in en voor uw onderneming - en jonger bent dan 65 jaar aan het begin van het kalenderjaar - hebt u recht op zelfstandigenaftrek. Veel startende ondernemers beginnen hun onderneming pas in de loop van het jaar.

Wist u dat ook de uren in de voorbereidingsperiode van uw onderneming meetellen voor de zelfstandigenaftrek? U moet dan denken aan het werken van uw ondernemingsplan, bezoeken aan een bank, kamer van koophandel, adviseur, verrichten van acquisitie en volgen van opleidingen. De uren besteed aan cursussen of opleidingen tellen alleen mee wanneer zij het doel hebben het verkrijgen of op peil houden van uw vakbekwaamheid om uw bedrijf te kunnen (blijven) uitoefenen.

Door al deze uren goed te administreren, kunt u alsnog recht hebben op een flinke aftrekpost. Deze loopt van € 4.310 tot € 8.885 (tarief 2006), afhankelijk van de hoogte van de winst.

Daarnaast heeft u recht op een verhoging van de zelfstandigenaftrek wanneer u in de vijf voorafgaande kalenderjaren niet meer dan twee keer zelfstandigenaftrek heeft genoten. Het bedrag van deze startersaftrek in 2006 bedraagt € 1987, ongeacht de hoogte van de winst.

29 - FISCAAL GOEDKOPER LENEN AAN UW BV?
Als u aan uw BV geld heeft geleend, is de berekende rente voor de BV normaliter aftrekbaar. De rente die u ontvangt, wordt bij u (progressief) belast als inkomsten uit overige werkzaamheden. Het tarief kan oplopen tot 52%. Waarom is een rekening-courant dan soms toch zo aantrekkelijk?

De reden hiervan is dat de Staatssecretaris van Financiën heeft goedgekeurd dat u fiscaal geen rente hoeft te berekenen, wanneer uw vordering gedurende het jaar kleiner is dan € 10.000. Dit bedrag is met ingang van 24 mei jl. zelfs opgehoogd tot € 17.500. Let er op dat uw BV dan ook geen rente op haar resultaat in mindering mag brengen. Uw vennootschap heeft hiermee wel een goedkope financiering en uw vermogen -en daarmee uw belastingaanslag- in box 3, zal met deze geldverstrekking afnemen.

U moet rekening houden met tegenslagen. Mocht het onverhoopt financieel slecht vergaan met uw BV, dan is het mogelijk dat u uw vordering moet prijsgeven. U kunt de waardevermindering van uw vordering daarbij ten laste brengen van uw progressief belast inkomen. Hierdoor krijgt u via de fiscus maximaal 52% van uw verlies terug.

30 - HET NIEUWE CONCURRENTIEBEDING VERWORPEN
De Eerste Kamer heeft onlangs het voorstel afgewezen, dat een concurrentiebeding bij arbeid wettelijk aangepast zal worden. Al bijna een eeuw bestaat de clausule in het arbeidscontract die u de mogelijkheid biedt om belemmeringen op te leggen aan werknemers die ontslag nemen.

Het nieuwe wetsvoorstel geeft aan dat een werknemer een billijke vergoeding moet worden gegeven bij ontslag. Daarbij mag een concurrentiebeding niet langer dan voor één jaar worden afgesloten. Ook mogen er geen belemmeringen worden opgeworpen tijdens de proeftijd en na een eventueel faillissement van de onderneming. Tenslotte bevat het voorstel ook beperkingen op geografisch en functioneel gebied.

Het voorstel wordt door de Kamer bestempeld als kwalitatief ondermaats en niet samenhangend met het ontslagrecht. Daarbij zal ze naar verwachting leiden tot grotere rechtsonzekerheid. Het wetsvoorstel wordt daarom weer teruggezonden naar de Tweede Kamer voor een tweede ronde. De huidige regels blijven daarmee voorlopig ongewijzigd.

31 - FOUT BELASTINGDIENST WELLICHT IN UW VOORDEEL
Wanneer de Belastingdienst fouten maakt in uw voordeel, mag zij geen geld terugvragen. Het moet gaan om missers in de automatisering en/of door onervaren ambtenaren. Uit recentelijk gewezen uitspraken van zowel Gerechtshoven als van de Hoge Raad, lijkt een consequente lijn te ontstaan die de Belastingdienst tracht te bewegen tot meer kwaliteit.

U bent verplicht om de aangiften Loonbelasting en Omzetbelasting via de computer aan te leveren. Ook wordt u zoveel mogelijk door de overheid gestimuleerd om uw aangifte inkomstenbelasting en vennootschapsbelasting digitaal aan te leveren. Al meer dan 80% hiervan wordt op deze wijze ingediend. Deze drastische verandering van werkwijze, waarvoor de overheid zelf heeft gekozen, kan (programma- of verwerkings) fouten met zich meebrengen. De Hoge Raad vindt daarom ook dat het risico hiervan bij de overheid hoort te liggen.

Niet de automatisering alleen, maar ook de ervaring van de behandelende ambtenaar, is de verantwoordelijkheid van de fiscus. Zij bepaalt immers wie uw aangifte behandelt en afwikkelt. Wanneer zij bewust kiest om dit over te laten aan onervaren ambtenaren, die vervolgens zaken onjuist uitwerken, mag dat ook niet uw probleem zijn. Een door u juist ingevulde aangifte, die verkeerd wordt verwerkt of overgetypt door een onervaren ambtenaar, komt daarmee voor risico van de Belastingdienst.

32 - KOSTELOOS ONTBINDEN VAN UW KOOPCONTRACT
Wanneer u een woning koopt en een voorlopig koopcontract ondertekent, kunt u 's avonds al spijt hebben en zelfs van de koop af willen. In de getekende overeenkomst is dit wel mogelijk, maar pas na het betalen van een flinke boete. Er zijn echter mogelijkheden voor een betere afloop.

Sinds 1 september 2003 heeft u het wettelijke recht om de overeenkomst (kosteloos en zonder opgaaf van redenen) te ontbinden, binnen drie dagen nadat u deze bent aangegaan¹. Deze wettelijke bescherming is in het leven geroepen om de koper voldoende mogelijkheid te bieden om een deskundige te raadplegen. Hierdoor kunnen overhaaste beslissingen of onjuiste voorstellingen van zaken worden voorkomen. U kunt daarom niet beroepshalve (ook als ondernemer) aanspraak maken op deze wettelijke bepaling. Ook is zij niet van toepassing op rechtspersonen en verkopers.

De termijn van drie dagen vangt aan op de dag na de dag van de terhandstelling van de koopovereenkomst aan de koper. Ook moeten er in deze periode minimaal twee werkdagen zitten. Wanneer u dus op vrijdag de koopovereenkomst ontvangt, gaat de bedenktijd op de maandag (die daarop volgt) in. U heeft dus tot en met de woensdag de mogelijkheid om terug te komen op uw besluit. In plaats van een termijn van drie dagen, blijken dit er al snel vijf te zijn. De termijn kan zelfs nog toenemen, wanneer er in de periode nog erkende feestdagen zijn gelegen. Een langere bedenktijd bedingen is overigens altijd mogelijk. U en de verkoper moeten het hier samen over eens worden.

De overeenkomst kan willekeurig worden opgezegd, zowel mondeling als schriftelijk. Wij adviseren u om dit altijd schriftelijk (eventueel aangetekend met ontvangstbevestiging) te doen. U kunt dan eenvoudig bewijzen dat u de koop tijdig heeft ontbonden.

33 - MAAK EURO'S VAN GULDENS
U heeft het de afgelopen jaren vast meegemaakt. Verloren gewaande guldens komen ineens weer te voorschijn. Wist u dat u uiterlijk tot en met zaterdag 30 december aanstaande deze guldenmunten nog kunt inwisselen? Daarna worden er geen mogelijkheden meer aangeboden.

Uit schattingen van het Ministerie van Financiën en De Nederlandsche Bank (DNB) blijkt dat per huishouden nog gemiddeld fl. 53 aan muntgeld aanwezig is. Dat is grofweg
fl. 250.000.000 voor alle Nederlandse huishoudens. Daarnaast ligt er nog fl. 250.000.000 aan jubileummunten en fl.150.000.000 aan biljetten in Nederlandse lades en kluizen.

Aangezien de helft van de Nederlandse bevolking niet weet dat de guldens tot en met dit jaar kunnen worden omgeruild, start de overheid binnenkort een campagne onder de naam Maak euro's van uw guldens. Zij geeft particulieren de mogelijkheid om guldens in te leveren bij de agentschappen van DNB en - voor uw gemak - vanaf 2 oktober tot en met 30 december ook bij alle postkantoren. Voor ondernemers is deze omwisselactie sinds 2003 niet meer mogelijk. Voor bankbiljetten heeft u overigens nog tot 2032 de tijd om deze in te wisselen.

Voor meer informatie: www.eurosvoorguldens.nl

34 - MAKKELIJKER KREDIET VOOR WERKLOZE MET STARTEN BEDRIJF
De staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid heeft aangekondigd in de toekomst borg te staan voor werklozen die een eigen onderneming willen beginnen. Deze borgstelling moet ervoor zorgen dat zij gemakkelijker een krediet bij de bank kunnen krijgen, waardoor de arbeidsparticipatie wordt verhoogd. Dit plan wordt bij wijze van proef regionaal met enkele kredietbanken ingevoerd.

Zoals u wellicht weet, konden gedeeltelijk arbeidsgeschikten en personen met een bijstandsuitkering al gebruikmaken van een soortgelijke startersfinanciering van de gemeente. Nu vindt de overheid de tijd rijp om ook werklozen te stimuleren voor de participatie aan het arbeidsproces. Aangezien deze groep starters over het algemeen een geringe kredietbehoefte heeft, zien de banken zich geplaatst voor relatief hoge administratiekosten bij financieringsaanvragen. Daarom komt het momenteel onvoldoende tot een succesvolle kredietverstrekking. De borgstelling van de overheid moet dit percentage doen toenemen.

Naar verwachting zal de proef op 1 januari aanstaande van start gaan en een half jaar duren. De komende maanden zal het plan in overleg met de Nederlandse Vereniging van Kredietbanken, handelsbanken, gemeenten, UWV en VNG verder worden uitgewerkt. De voorwaarden en de regio's zullen dan nader worden bepaald.

2e Kwartaal 2006

14 - Geen vakantiegeld over werkgeversbijdrage zorgverzekeringswet
Per 1 januari 2006 is de nieuwe Zorgverzekeringswet in werking getreden. Over een aantal onderdelen hiervan heeft nog een tijdje onzekerheid bestaan. Eén daarvan is of u als werkgever ook vakantiegeld moet berekenen over de inkomensafhankelijke bijdrage te betalen. Onlangs is bepaald dat de inkomensafhankelijke bijdrage van de werkgever in de zorgpremie niet tot het loon behoort waarover 8 procent vakantiegeld berekend dient te worden. U bent als werkgever dus niet verplicht om vakantiegeld over de inkomensafhankelijke bijdrage te betalen. Dit mag natuurlijk wel en moet zelfs als dit in de CAO geregeld is. Wanneer u echter de aanvullende verzekering vergoed, moet u daar wel een vakantiegeld over berekenen, tenzij de CAO anders bepaalt.

Bekijk goed wat er in uw CAO geregeld is over de berekening van vakantiegeld over de inkomensafhankelijke bijdrage. Indien er niets bepaald is, hoeft u hier geen vakantiegeld over te berekenen. Over een werkgeversbijdrage voor aanvullende verzekeringen moet u in beginsel wel vakantiegeld berekenen.

15 - Coulance regeling aangifte loonheffing
Als u de nieuwe aangifte loonheffing te laat indient, leidt dat in het eerste kwartaal van 2006 niet tot een boete. De overgang naar de nieuwe aangifte loonheffingen loop niet overal even soepel. De Belastingdienst heeft daarom een coulanceregeling getroffen. Wanneer de maandaangiftes over de maanden januari, februari en maart uiterlijk 31 mei zijn ingediend bij de Belastingdienst, wordt er geen boete opgelegd. Doet u eens in de vier weken aangifte, dan geldt dat de aangiften over de eerste drie perioden uiterlijk 23 mei binnen moet zijn. Let op: De coulanceregeling geldt niet voor de betaling. Deze moet wel op tijd en onder vermelding van het juiste betalingskenmerk bij de Belastingdienst binnen zijn.

Zorg ervoor dat u hoe dan ook op tijd betaalt. Het te laat indienen van de aangifte loonheffing zal niet direct tot een boete leiden, te late betaling wel. Weet u niet zeker hoeveel u moet betalen, probeer dan zo goed mogelijk te schatten hoeveel u moet betalen. Mocht dit bedrag niet kloppen, dan zal de Belastingdienst contact met u opnemen en krijgt u de mogelijkheid de onjuistheid te herstellen.

16 - Voorfinanciering BPM afgeschaft
De voorfinanciering BPM wordt afgeschaft. Dit betekent dat u de aanschafbelasting op auto's met een grijs kenteken niet meer vooraf hoeft te voldoen. Momenteel betaalt u zelf eerst de BPM voor auto's met een grijs kenteken. Toont u aan dat u als ondernemer recht heeft op een auto met grijs kenteken, dan krijgt u de BPM later terug. Vaak wordt dit binnen een maand verwerkt. Dit blijkt nogal omslachtig te zijn. Daarom hoeft u de BPM niet meer voor te financieren. Wel moet u als koper de verkoper een verklaring van de Belastingdienst overleggen, waaruit blijkt dat sprake is van ondernemerschap.

Koopt u een auto, zorg dan vooraf voor een verklaring van de Belastingdienst waaruit blijkt dat u recht heeft op een auto met grijs kenteken. U hoeft dan geen BPM te betalen. De beoogde ingangsdatum is 1 juli 2006. 

17 - Betalingen aan de belastingdienst
Bij betalingen op postgiro 244 55 88 van de Belastingdienst bent u binnenkort verplicht het betalingskenmerk te vermelden. Zonder betalingskenmerk worden betalingen binnenkort niet meer verwerkt. Dit heeft tot gevolg dat uw betaling uiteindelijk te laat is. Daarom is het van groot belang om het kenmerk van de betaling te vermelden. Op www.belastingdienst.nl/reken/betalingskenmerk vindt u de omrekenmodule van de Belastingdienst. Deze link kunt u gebruiken wanneer u niet meer weet welk betalingskenmerk bij welk aangifte- of aanslagnummer hoort.

18 -  WAO-Gatverzekering
Heeft u premies betaald voor de WAO-gatverzekering van uw personeel? Dan heeft u recht op restitutie. Met ingang van 1 januari 2006 is de WAO vervangen door de WIA. De WIA geldt voor werknemers die op of na 1 januari 2004 ziek zijn geworden en dat na 104 weken nog zijn. Over 2004 en 2005 is er dus premie betaald voor de WAO-gatverzekering waar u, of uw personeel, geen aanspraak op heeft kunnen maken. Dit was dus voor niets, omdat 2004 en 2005 onder de WIA vallen. Daarom heeft u recht op teruggave van (een deel van) deze premie. Het is verstandig om uw verzekeraar hiernaar te vragen.

Als u de premie voor de WAO-gatverzekering (gedeeltelijk) heeft ingehouden op het salaris van uw werknemer, dan moet u uiteraard de premie die retour komt aan uw werknemer uitbetalen. U kunt echter er ook gezamenlijk voor kiezen om met deze premie de jaren 2004 en 2005 te dekken voor het WIA-gatrisico.

19 - ZESDUIZEND INNOVATIEVOUCHERS BESCHIKBAAR VOOR MKB-ONDERNEMERS
Na de pilots in 2004 en 2005 krijgt de Subsidieregeling innovatievouchers in 2006 een definitief karakter. In de Staatscourant van 15 mei is bekend gemaakt dat met ingang van 17 mei ondernemers een innovatievoucher kunnen aanvragen bij SenterNovem in Den Haag. De brede doelstelling van de innovatievouchers, MKB-ondernemers kennis laten maken met kennisaanbieders, blijft gelijk. Er komen twee soorten vouchers beschikbaar:

  • De kleine voucher: in totaal 3000 stuks ter waarde van € 2500. Deze kan eenmalig worden verkregen.
  • De grote voucher: ook hiervan komen er 3000 beschikbaar. De waarde is € 7500 en kan jaarlijks worden verkregen. Hiervoor geldt wel dat u 1/3 van de totale projectkosten zelf moet bekostigen.

Heeft u in een pilotronde al een voucher verkregen, dan kunt u geen kleine voucher meer krijgen. U komt dan nog wel in aanmerking voor een grote. Een voucher is zes maanden geldig. Binnen deze periode moet de voucher door een kennisinstelling worden gedeclareerd bij SenterNovem.

Wees er snel bij! Vanaf 17 mei 0.00 uur kunt u een innovatievoucher aanvragen. Het moment van binnenkomst op 17 mei (0.00-24.00) heeft geen invloed op de rangschikking en toekenning van de vouchers per dag. Daarna geldt: wie het eerst komt, wie het eerst maalt. Het aanvraagformulier Subsidieregeling innovatievoucher kunt u downloaden via www.senternovem.nl/innovatievouchers, onder het kopje 'publicaties'. Elektronisch indienen kan via www.senterloket.nl. Daar kunt u eerst een elektronische handtekening aanvragen en vervolgens de subsidievraag indienen.

20 - LAGE WW-PREMIE VOOR GELEGENHEIDSWERKERS
Voor kortdurende contracten geldt sinds 1 januari 2006 een hogere WW-premie dan voor contracten van een jaar of langer. Voor gelegenheidswerknemers geldt een tijdelijke uitzondering. Vooral in vijf sectoren, waaronder de land- en tuinbouw, wordt veel gebruik gemaakt van tijdelijke arbeidscontracten. Sinds 1 januari 2006 betalen werkgevers in die sectoren een WW-premie die afhankelijk is van de duur van het arbeidscontract. Hoe langer het contract, hoe lager de premie. Gelegenheidsarbeid valt sinds 1 januari 2006 onder de hoge WW-premie. Gelegenheidsarbeid is arbeid dat incidenteel wordt uitgeoefend als dat werk zich aandient. Denk bijvoorbeeld aan aardbeienplukkers: als de temperatuur 10 graden is, is het voldoende om 6 plukkers te hebben, maar als de temperatuur plotseling met 20 graden stijgt, zijn er veel meer plukkers nodig, die weer overbodig worden zodra de temperatuur daalt.

Werkgevers in de agrarische sector hebben zich niet goed kunnen aanpassen aan de nieuwe situatie. Daarom is afgesproken dat van 1 mei 2006 tot 1 januari 2007 gelegenheidsarbeiders tijdelijk toch onder de lage WW-premie van de sector vallen. Wel wordt het lage WW-tarief per 1 juli 2006 verhoogd van 0,55% naar 0,8%. De hoge WW-premie van 12% blijft hetzelfde.

21 - GEEN PREMIES WERKNEMERSVERZEKERINGEN MEER OVER HET LOON VAN EEN ONGEHUWDE MEEWERKENDE PARTNER
De Centrale Raad van Beroep (CRvB) heeft onlangs een belangrijke uitspraak gedaan over de arbeidsrelatie tussen een DGA en de in zijn bedrijf meewerkende ongehuwde partner. Zij is hierbij tot de conclusie gekomen dat er geen verplichting bestaat tot het inhouden van premies werknemersverzekeringen, aangezien de gezagsverhouding ook tussen hen ontbreekt. Hiermee is een 29 jaar oude uitspraak komen te vervallen.

Wanneer er sprake is van werknemerschap, is daarmee ook sprake van een verplichting voor de werkgever om premies voor werknemersverzekeringen in te houden. Er moet dan wel sprake zijn van een 'echte' arbeidsverhouding tussen de opdrachtgever (werkgever) en de opdrachtnemer (werknemer). De kenmerken hiervan zijn:

  • de verplichting tot het persoonlijk verrichten van arbeid (door de werknemer)
  • een gezagsverhouding (tussen werkgever en werknemer)
  • een verplichting tot loonbetaling (door de werkgever)

 

De familieband tussen een DGA met zijn of haar meewerkende familieleden, kan tot gevolg hebben dat er geen sprake is van premieplicht omdat juist de gezagsverhouding tussen de opdrachtgever en de opdrachtnemer ontbreekt. Tot op heden gold deze beperking enkel voor gehuwden of hun bloedverwanten tot in de tweede graad.
Thans vindt de CRvB dat ook een ongehuwd samenwonende partner onder deze familieband kan vallen. Ook in deze situaties is er geen sprake van premieplicht. De CRvB heeft hiermee aangegeven dat de oorspronkelijke uitspraak (die dateerde van 1977!) is achterhaald.

22 - UITBREIDING AFDRACHTVERMINDERING ONDERWIJS VOOR MBO-STAGIAIRS INGEDIEND
Onlangs zijn voorstellen ingediend bij de Tweede Kamer om MBO-studenten aan stageplaatsen te helpen door werkgevers hiervoor een extra belastingvoordeel aan te bieden. Voorgesteld wordt een verhoging van afdrachtvermindering van € 1.500, dan wel een verruiming van maximaal € 1.200 bij kortdurende stageperiodes.

Het is de bedoeling dat de maatregelen nog dit seizoen ingaan, zodat werkgevers zo snel mogelijk gebruik kunnen maken van de regeling. Het belastingvoordeel voor de startkwalificatie van de afdrachtvermindering wordt verhoogd met € 1.500 naar € 3.000. De tegemoetkoming bestaat overigens al voor werknemers die de beroepsbegeleidende leerweg volgen. De tegemoetkoming geldt ook heringetreden werklozen die worden opgeleid tot MBO-2 niveau.
Ook is voorgesteld om een afdrachtvermindering aan te bieden voor werkgevers die mbo-leerlingen een kortdurende stage (minimaal 2 maanden) geven op MBO 1 en 2 niveau. De voorgestelde vermindering bedraagt minimaal € 200, voor een stage van 2 maanden, en maximaal € 1.200, waar het gaat om stages van een jaar.
Tenslotte kan een afdrachtvermindering van € 300 worden verkregen voor werknemers die hun door het werk verworven kennis omzetten in een (vak)diploma. Dit noemt men de tegemoetkoming voor Elders verworven Competenties.

De bedoeling van deze maatregelen is een vergroting van de naamsbekendheid van de tegemoetkoming en om meer werknemers het startkwalificatieniveau te laten bereiken.

EXTRA - DGA: HEEFT U AL UITSTEL AANGEVRAAGD VOOR DE OPMAAK VAN UW JAARREKENING?
Op grond van de statuten van de besloten (of naamloze) vennootschap hoort de jaarrekening te zijn opgemaakt binnen 5 maanden na afloop van het kalenderjaar. Dit betekent dat de jaarrekening van 2005 van uw B.V. voor 1 juni aanstaande moet zijn samengesteld.

Deze termijn kan worden verlengd met 6 maanden, mits er sprake is van bijzondere omstandigheden en dit wordt besloten in een buitengewone vergadering van aandeelhouders. Wanneer aan deze eisen niet wordt voldaan, kan er in voorkomende gevallen, door belanghebbenden, een beroep worden gedaan op bestuurdersaansprakelijkheid.

Nadat de jaarrekening is opgemaakt, heeft u vervolgens maximaal 2 maanden de tijd om de jaarrekening vast te stellen in een Algemene vergadering van Aandeelhouders. Uiterlijk moet de jaarrekening over 2005 daarom zijn vastgesteld op 31 januari 2007. Hierna moet de jaarrekening binnen 8 dagen worden gedeponeerd bij de Kamer van Koophandel.

23 - ONDERNEMING GESTAAKT EN STAMRECHT BEDONGEN? LET OP UW TERMIJNEN!
Heeft u in 2005 uw onderneming gestaakt en/of ondergebracht in een nieuwe bv, tegen een stamrecht of lijfrente? Dan zal deze voor 1 juli aanstaande formeel moeten zijn bedongen bij de verzekeraar, wanneer u nog aftrek wilt claimen in 2005.

Zoals u weet moet de normale lijfrente bij de verzekeringsmaatschappij zijn betaald voor 1 april 2006, wanneer u nog aftrek wilt genieten voor het aangiftejaar 2005. Een uitzondering is gemaakt voor de lijfrente die wordt bedongen bij de staking van uw onderneming en de omzetting van uw oudedagsreserve in een lijfrente. Hiervoor hebt u zes maanden de tijd.
Dit betekent dat u voor 1 juli aanstaande de verplichting moet zijn aangegaan met de verzekeraar. Deze kan uw eigen opgerichte bv zijn, maar ook een professionele verzekeraar.

Let op: De noodzakelijke (stamrecht)contracten moeten zijn opgesteld en verplichtingen moeten voldaan zijn. In het kader van de wet VUT, pensioen en levensloop is het raadzaam dat u zich laat informeren door uw SRA-Accountant en/of fiscalist.

24 - TERUGGAVE BUITENLANDSE BTW: REGEL DIT VOOR 1 JULI AANSTAANDE
Wanneer u in het buitenland (buitenlandse) omzetbelasting heeft betaald, dan kunt u deze onder voorwaarden terugkrijgen. Dit gebeurt alleen wanneer u recht op aftrek hebt en daarvoor een verzoek doet bij de betreffende (buitenlandse) belastingdienst. Dit verzoek moet u in de meeste gevallen doen voor 1 juli van het jaar dat volgt op het jaar van betaling.

Uw verzoek moet bestaan uit een teruggaafformulier en de originele betalingsbewijzen, waaruit de BTW-betaling blijkt. Ook kan het land andere - aanvullende- stukken bij u opvragen. Het teruggaafformulier is op te vragen bij de buitenlandse belastingdienst. Soms is ook uw adviseur in het bezit van deze documenten. Vraag er dus voor de zekerheid naar.
Elk land kent zijn eigen drempel voor belastingteruggave. Controleer dit dus wanneer u het verzoek doet. Deze drempels kunt u vinden op:
www.belastingdienst.nl/zakelijk/omzetbelasting/ob03.

De termijn voor indiening van het verzoek verschilt per land, maar ligt meestal op 1 juli. De betaalde omzetbelasting over 2005 vraagt u dus voor 1 juli aanstaande terug. Wanneer u dit verzuimt, dan kan (en zal vaak) de buitenlandse belastingdienst uw verzoek naast zich neerleggen. U kunt dan naar de BTW-teruggave fluiten!

25 - SUBSIDIE VOOR LEEFTIJDSBEWUST PERSONEELSBELEID: MIS HEM NIET!Nederland vergrijst. Het overheidsbeleid is er op gericht om oudere werknemers langer te laten deelnemen in het arbeidsproces. Wanneer u oudere werknemers in dienst heeft, kunt u subsidie krijgen voor projecten die stimuleren om hen langer door te laten werken in uw onderneming.

Op maandag 3 juli aanstaande gaat daarom alweer het vierde tijdvak in waarin u uw subsidieaanvraag kunt indienen voor specifieke projecten die oudere werknemers ondersteunen. U moet denken aan projecten die het toekomstperspectief van ouderen vergroten of het personeelsbeleid meer op ouderen toespitsen. Voor projecten is in deze ronde een budget beschikbaar van € 3,6 miljoen. De subsidie bedraagt maximaal € 40.000 per project.

Houd er rekening mee dat het aanvraagtijdvak loopt van 3 juli tot en met 31 augustus aanstaande. Wanneer uw aanvraag daarbuiten valt, vist u achter het net! Ook moet u er zich rekenschap geven dat alle aanvragen het subsidieplafond kunnen overstijgen. Wanneer dat gebeurt, zal worden geloot wie er recht heeft op een tegemoetkoming. De volgorde waarin de verzoeken worden ingediend, is dus niet van belang.

Uw aanvraag verzendt u naar: Agentschap SZW, postbus 93412, 2509 AK DEN HAAG. Voor meer informatie kunt u terecht op: www.agentschap.szw.nl.

26 - STIMULANS VOOR PERSOONLIJKE DIENSTVERLENING
Het kabinet heeft op 9 juni jl. het voorstel Diensten aan huis gelanceerd. Hierin geeft zij op advies van de Raad van Werk en Inkomen (RWI) ruimte aan particulieren die voor maximaal drie dagen per week een hulp nemen voor werkzaamheden in en rondom hun huis. Zij moet de persoonlijke dienstverlening gaan stimuleren. Deze regeling is een verruiming van de al bestaande tegemoetkoming op dit gebied.

In de voorgestelde regeling hoeft u voor uw hulp geen loonbelasting of premies sociale verzekeringen af te dragen. De definitie van werkzaamheden wordt ruim geformuleerd. U moet denken aan hulp in de huishouding, maar ook tuinonderhoud, oppassen en het verzorgen van uw huisdieren.
Zoals u weet bestond de regeling voor de hulp in de huishouding al langer. De winst van het nieuwe voorstel zit hem vooral in de veel ruimere definitie van de werkzaamheid en de verlenging van de termijn met één dag per week. Ook worden de hulpen goedkoper, doordat er geen premies hoeven te worden afgedragen en er ook geen administratieve rompslomp is. Als neveneffect probeert het kabinet hiermee het zwartwerken tegen te gaan.

De hulp zelf mag meerdere opdrachtgevers hebben en kan daardoor meerdere malen gebruik maken van de regeling. Hij of zij blijft wel belast voor de wet inkomstenbelasting. Wanneer er geen premies hoeven te worden afgedragen, kan de hulp ook geen aanspraak maken op sociale uitkeringen.

Aan het voorstel zal ruim aandacht worden geschonken in een speciale publiciteitscampagne. Hierin komen de voordelen van het nieuwe voorstel uitgebreid aan bod.

1e Kwartaal 2006

1 - Freelance-inkomsten
De Belastingdienst zal bij de aangifte inkomstenbelasting 2005 extra aandacht besteden aan resultaat uit overige werkzaamheden. Dit kan voorkomen wanneer u in 2005 werkte als freelancer of alfahulp. Bewaar goed alle bonnen van uw uitgaven uw kosten kunnen bewijzen.

2 - Auto van de zaak
Beweert uw werknemer dat de door u ter beschikking gestelde auto niet privé wordt gebruikt? Vraag dan om de zogenoemde 'verklaring geen privé-gebruik auto van de zaak'. Zonder zo'n verklaring doet u er verstandig aan de bijtelling tot het loon te rekenen en loonheffing in te houden.

3 - Bestelauto met doorlopend afwisselend gebruik
Wordt een bestelauto doorlopend door meerdere werknemers gebruikt en is het daarom moeilijk de regeling voor privé-gebruik van de auto individueel toe te passen? De eindheffing biedt uitkomst! Door de eindheffing van € 300 per bestelauto toe te passen kunt u de regeling voor privé-gebruik achterwege laten. Dit is een stuk sneller en eenvoudiger.

4 - Vrijwilligersregeling
Om vrijwilligerswerk te stimuleren is de belastingvrije vergoeding voor vrijwilligerswerk met ingang van 1 januari 2006 verhoogd. Wanneer de vergoeding niet meer dan € 150 per maand en € 1.500 per jaar bedraagt, kan de betaling belastingvrij geschieden.

5 - Wees op tijd met de loonaangifte
Omdat u een correctieverplichting heeft, is het verstandig niet tot het laatste moment te wachten met de loonaangifte. Hierdoor heeft u kans dat u op tijd, binnen hetzelfde tijdvak, uw fout kunt herstellen. Kunt u de fout pas in een volgend tijdvak herstellen, dan loopt u de kans dat de Belastingdienst een boete zal opleggen.

6 - Belastingdienst controleert extra op snoepreisjes
De Belastingdienst heeft bij de KNVB de gegevens opgevraagd van iedereen die op uitnodiging van de voetbalbond het EK in Portugal heeft bezocht. Dit heeft nogal onrust gezaaid. Er is echter geen sprake van gewijzigde wetgeving. Dergelijke reisjes kunnen nog steeds aangeboden worden. Als er sprake is van een zakelijk belang, zijn deze kosten gewoon aftrekbaar.

7 - Gewijzigde heffingskortingen
De kinderkorting is vereenvoudigd. Deze bedraagt maximaal € 892 en daalt uiteindelijk tot nihil bij een verzamelinkomen van € 44.034. Er is inmiddels een wetsvoorstel ingediend waardoor de kinderkorting nog eens met € 32 verhoogd wordt. De aanvullende ouderenkorting is vervangen door de alleenstaande ouderenkorting van € 562, waarvoor geen maximuminkomensgrens geldt.

8 - Verliezen op buitenlandse deelnemingen
Het arrest Marks & Spencer van het Hof van Justitie heeft tot veel ophef geleid. Voor het MKB speelt dit echter nauwelijks. Maar mocht uw bedrijf een verliesgevende dochtervennootschap in het buitenland hebben, dan kan dit arrest soelaas bieden. Verliezen van buitenlandse dochtermaatschappijen mogen namelijk onder voorwaarden verrekend worden met uw winst in Nederland.

9 - Man/vrouw-firma
De man/vrouw-firma kan gunstig zijn, omdat beide partners dan gebruik kunnen maken van de ondernemerfaciliteiten (zoals de zelfstandigenaftrek). Er gelden wel voorwaarden, zo mogen de werkzaamheden van een van beiden niet slechts ondersteunend mogen zijn. De vrouw van de makelaar, die voor 30% hoofdwerkzaamheden verricht, komt bijvoorbeeld wel voor de ondernemersfaciliteiten in aanmerking.

10 - Uitdagerskrediet voor risicovolle projecten
MKB-bedrijven met plannen voor innovatieprojecten, waaraan (grote) financiële risico's zijn verbonden, kunnen sinds 15 februari 2006 een uitdagerskrediet aanvragen bij SenterNovem in plaats van bij een bankinstelling. SenterNovem toetst of uw project voor deze kredietfaciliteit in aanmerking komt en regelt ook uw aanvraag (www.senternovem.nl/uitdagerskrediet).

11 - Uitstel aanvraag zorgtoeslag 2006 voor ondernemers
Ondernemers die in het kader van de uitstelregeling belastingconsulenten hun aangifte IB 2006 pas na 1 april 2007 indienen, mogen hun zorgtoeslag 2006 aanvragen als hun aangifte IB 2006 wordt ingeleverd en hun inkomen dus bekend is. Voor hen is de wettelijke aanvraagtermijn tot 1 april 2007 dus verlengd.

12 - Bijtelling over accessoires van auto van de zaak
Als u nu een auto van de zaak krijgt, wacht dan met het aanbrengen van accessoires tot het kentekenbewijs deel I is afgegeven. De accessoires behoren dan niet tot de cataloguswaarde van de auto en daarmee is de bijtelling voor privé-gebruik van de auto lager.

13 - Vergunning opslag rode diesel wordt geschrapt!
In het kader van de lastenverlichting heeft staatssecretaris Wijn van Financiën allerlei voorstellen gedaan. Eén daarvan is het schrappen van de vergunning voor rode diesel. Rode diesel is een brandstof waarop een lager accijnstarief (5 eurocent) zit dan op normale, blanke, diesel (36 eurocent). Rode diesel mag slechts door bepaalde voertuigen en onder bepaalde voorwaarden gebruikt worden.  De belangrijkste voorwaarde is dat het voertuig aangemerkt wordt als werktuig die zich normaal niet op de openbare weg bevindt. Hierbij valt te denken aan tractoren en kraanwagens. Er wordt van uitgegaan dat deze voertuigen alleen gebruik maken van de openbare weg als zij van de ene naar de andere werkplek rijden. Het accent van deze voertuigen ligt dus zeker niet op het transport van goederen of personen. De vergunning die voor de opslag van rode diesel nodig is komt waarschijnlijk te vervallen. Controles op misbruik van rode diesel op de openbare weg zullen volstaan.

Waarschijnlijk vervalt de vergunningplicht voor de opslag van rode diesel. Het voorstel moet nog besproken worden binnen de Ministerraad, maar de kans dat het voorstel zal worden aangenomen achten wij heel groot. Lastenverlichting is immers een speerpunt van het huidige kabinet.

 

Pagina's

Laatste headlines

AMSTERDAM - Om met een tuktuk te rijden hoeft al lang niet meer te worden uitgeweken naar Thailand. Sinds Anita Huisman (48) haar bedrijf startte, scheuren...
U kent dat verhaal van David die het tegen Goliath opnam? Wij hebben zoveel jaar na dato een moderne variant: een MKB'er die alle reuzen versloeg! Noem...
ZOETERMEER (ANP) - Werknemers in de zorg gaan de komende tijd actievoeren voor een betere cao. Dat maakte vakbond FNV Abvakabo bekend.
Volgends de landelijke Arbodienst is slechts een op de vijf werknemers in Nederland echt gemotiveerd. Tachtig procent van de Nederlandse werknemers is...

Vestiging

De Gelderse Poort
Mr. E.N. van Kleffensstraat 4
6842 CV Arnhem

Postadres

Postbus 4028
6803 EA Arnhem

Contact

Telefoon026 446 04 44
Fax026 443 64 83

Aangesloten bij:

  • sra
  • aa
  • nivra
  • nob
  • fb
JT Advies